WAT NIET VERLOREN IS, KAN NIET GEVONDEN WORDEN

Recentelijk las ik Carlo Jadnanansinghs recensie van een bijdrage van Hugo Fernandes Mendes (HFM) in het Surinaams Juristenblad.  Daarin worden als gebreken van de grondwet onder andere aangehaald: ‘Anders dan in 1975 was er geen gekozen parlement en dus geen parlementair debat. Ook ontbrak een MvT … [en] … Zo ontbreekt een regeling voor tussentijdse ontbinding van DNA’. Dat lijkt mij nogal bedenkelijk.

  1. Grondwet van de republiek Suriname

We hebben niet een ‘grondwet van 1987’, maar een grondwet van de republiek Suriname. De grondwet werd op 30 september 1987 aangenomen in een volksraadpleging, en is tweemaal gewijzigd door een gekwalificeerde meerderheid van DNA. Hoe kan dat minder democratisch zijn dan een besluit van de Koloniale Staten? Het is ook niet vanzelfsprekend dat tussentijdse ontbinding van DNA geregeld moet worden. Suriname volgt hierin meer het Amerikaans dan het Nederlands model.

2 Memorie van Toelichting versus rechtshistorie

Het meest bedenkelijke is echter de klacht over een memorie van toelichting (MvT). De grondwet ontbeert geen MvT. Het is jammer dat deze vergissing zo vaak in de ether wordt gegooid. Grondwetten hebben geen memories van toelichting, maar een rechtshistorie. Deze is hopelijk goed gedocumenteerd. Een grondwet is geen gewone wet, maar de uitkomst en neerslag van een machtsstrijd of een machtsverdeling. De Engelse constitutie heeft zonder een geconsolideerde ‘grondwet’ als model gediend voor vele Europese grondwetten. Ik heb nog nooit een memorie van toelichting bij een oorspronkelijke tekst van een grondwet gezien; en ik heb een paar bestudeerd. Het ontwerp van de Surinaamse grondwet van 1975 had een toelichting. Die grondwet was aangenomen in de Koloniale Staten. Het is zonder toelichting gepubliceerd in het Gouvernementsblad en Staatsblad. De artikelnummers van het ontwerp verschilden van de aangenomen grondwet. Significante verschillen in de tekst heb ik (nog) niet opgemerkt.

  1. Rechtshistorie van de grondwet

De grondwet van de Republiek Suriname heeft terdege een rechtshistorie. HFM verwijst zelf naar de benoemde assemblee, die volgens hem legitimiteit ontbeert. Maar dat was slechts onderdeel van de machtsstrijd. Beraadslagingen van dat lichaam werden vaak op de radio uitgezonden. Dat is (rechts)historie, die (wellicht) nog te vinden is in privé archieven van mediahuizen en anderen. Het ontwerp van dat lichaam werd op punten zwaar gewijzigd door het Topberaad en de Denkgroep. Notulen van die organen zijn kennelijk verloren gegaan in de brand van 1 augustus 1996 aan de Combé. De grondwetswijzigingen van 1992 en 2023 hebben wel een MvT. Die toelichtingen zijn, evenals de toelichting op het ontwerp van 1975, onderdeel van de rechtshistorie van de huidige grondwet.

Rechtshistorie van wetgeving is veel meer dan een toelichting op een wetsontwerp, of zoals wij in Suriname plegen te publiceren, een toelichting op de wet in het staatsblad. Die laatste praktijk is een slecht substituut voor het ontbrekende parlementair werk van beleidsnota’s, schriftelijke vragen en antwoorden, handelingen, etc., die de rechtsvorming moeten ondersteunen. Dat parlementair proces leidt normaliter tot wijzigingen van de voorgestelde wettekst. Rechtsgeleerden gebruiken al die correspondentie, etc. om de rechtshistorie te construeren. Het Surinaams parlement faalt hier moedwillig en spectaculair in, door te stemmen op wetsvoorstellen waarvan de volledig gewijzigde tekst nog niet is gepubliceerd, of door mondelinge wijzigingen aan te nemen met gebrekkige of bedrieglijke redengeving. Ik schreef hier eerder over in het opstel: ‘Fiscale rechtswil van de Nationale Assemblée’.

  1. Betekenis en uitleg van de tekst

Wij moeten niet halsstarrig vasthouden aan de waarde van een MvT. De grondwet is de uitkomst van een machtsstrijd. Haar tekst moet die uitkomst helder verwoorden. Onduidelijkheid daarover moet worden voorgelegd aan het Constitutioneel Hof, die in Suriname het primaat heeft over de grondwetsuitleg.

Een MvT kan ook (bewust) zwijgen over cruciale veranderingen. Zo werd in 1992 een bepaling uit de grondwet verwijderd die tot uitdrukking bracht dat DNA-zetels behoren bij kiesdistricten (art. 68(1)(e) oorspronkelijk). De toelichting zwijgt daar volledig over. Deze wijziging heeft de weg vergemakkelijkt naar de terugroepwetten die het monopolie van politieke partijen versterken, en de uiteindelijke liquidatie van kiesdistricten.

Het is de (grond)wettekst die de norm vastlegt; wetshistorie en rechtshistorie kunnen slechts de interpretatie van die tekst ondersteunen. Zo heb ik mijn kritiek op de stelling van HFM, dat de interpretatie regels van de Nederlandse grondwet ook in Suriname van toepassing zijn, gebaseerd op een tekstuele en rechtshistorische analyse van de grondwet. Zie daarover mijn artikelenserie ‘Delegatie en het fiscaal legaliteitsbeginsel in de Surinaamse constitutie’ in het SJB (SJB 2025-3, 2026-1 en volgend).

5.Tot slot

Hiermee wil ik niet zeggen dat de grondwet geen gebreken heeft. Het monopolie van politieke partijen op DNA-zetels zonder adequaat toezicht van DNA op die partijen is daar één van. De gebreken moeten wij inderdaad beschrijven, bespreken en uiteindelijk oplossen. Maar dat begint niet bij het meten aan oude koloniale normen. Het begint bij het naleven van bestaande normen en, waar nodig, aanpassing van die normen.  Wat niet verloren is, kan niet gevonden worden. Maar wat wel verloren is, staat vaak vlak voor onze ogen. In dit geval is dat onze wil om grondwettelijke normen na te leven.

Stanley A. Esajas

More
articles