Het interne onderzoeksrapport van het Staatsziekenfonds (SZF) over de verwerking van BaZo-kaarten, legt tekortkomingen in de administratieve controle bloot. Volgens het rapport zijn in 2024 en 2025 in totaal 7.038 BaZo-kaarten ingevoerd en uitgeprint, zonder dat daarvoor de vereiste autorisatie van het ministerie van Sociale Zaken en Volkshuisvesting beschikbaar was. Het gaat om 3.702 kaarten in 2024 en 3.336 in 2025. Daarmee is echter niet vastgesteld dat er sprake is van 7.038 fraudegevallen. Het rapport stelt niet vast dat al deze kaarten zijn uitgereikt aan personen die daar geen recht op hadden, noch hoeveel kaarten eventueel tegen betaling zijn verstrekt. Die aspecten vereisen nader onderzoek.
De procedure rond het aanvragen van een BaZo-kaart, is in principe duidelijk. Sociale Zaken is verantwoordelijk voor de screening en autorisatie van aanvragen.
Vervolgens verwerkt het SZF de geautoriseerde gegevens administratief, de kaarten worden uitgeprint en aan de gerechtigde personen verstrekt.
Dat duizenden kaarten toch zonder de vereiste autorisatie konden worden ingevoerd en uitgeprint, wijst op een tekortkoming in de controle tussen beide instanties. Een autorisatieprocedure heeft immers weinig betekenis wanneer de administratieve verwerking ook zonder die autorisatie kan plaatsvinden.
Het interne onderzoek vermeldt daarnaast dat de verklaringen die vanuit de betrokken afdeling werden gegeven voor de afwijkingen, niet met controleerbare bewijsstukken konden worden onderbouwd. Volgens de onderzoeker konden tijdens vervolgbesprekingen geen bewijsstukken worden overgelegd, waaruit bleek, dat de onderzochte handelingen gerechtvaardigd of noodzakelijk waren.
Dat maakt het noodzakelijk om niet alleen naar individuele medewerkers te kijken, maar ook naar de werking van de interne controles. Wie kan een kaart invoeren zonder autorisatie? Welke technische blokkades bestaan er? Wie controleert achteraf de uitgeprinte kaarten? En wanneer wordt een afwijking automatisch gesignaleerd?
Het rapport gaat vervolgens in op het mogelijke vervolg op de ongeautoriseerde verwerking. Er zou een ernstig vermoeden bestaan dat een deel van de kaarten aan andere medewerkers is overgedragen en vervolgens tegen be-taling, aan belanghebbenden zou zijn verstrekt.
Dat is een andere kwestie dan de vaststelling dat de kaarten zonder autorisatie zijn verwerkt. Het rapport gebruikt daarbij nadrukkelijk de formulering dat kaarten tegen be-taling zouden zijn verstrekt. Daarmee is verkoop niet be-wezen. Hetzelfde geldt voor de mogelijke strafbare feiten die in het rapport worden vermeld. Ambtsmisbruik, valsheid in geschrifte en corruptie worden als mogelijke kwalificaties genoemd, maar het rapport stelt niet vast dat betrokken personen zich daaraan schuldig hebben ge-maakt. Daarvoor is volgens het rapport, verder onderzoek nodig. De bestuurlijke verantwoordelijkheid ligt daarmee op twee niveaus. Eerst moet worden vastgesteld, waarom de bestaande procedure kon worden omzeild. Vervolgens moet worden vastgesteld of de ongeautoriseerde verwerking daadwerkelijk heeft geleid tot onrechtmatige verstrekking, financieel voordeel of andere strafbare feiten.
Het rapport van 12 januari 2026 adviseert bestuurlijke en disciplinaire maatregelen en, indien nodig, overdracht voor verdere strafrechtelijke afhandeling. Daarmee is de opvolging van het rapport relevant. Het gaat niet alleen om de vraag, wat er met de 7.038 kaarten is gebeurd, maar ook om de vraag, welke maatregelen zijn genomen om te voorkomen dat dezelfde procedure opnieuw kan worden omzeild. In maart 2026 verklaarde minister André Misiekaba dat er op dat moment geen aanwijzingen waren voor grootschalige fraude met BaZo-kaarten en dat het onderzoek werd voortgezet. Dat maakt het van belang om duidelijk te maken, wat het vervolgonderzoek heeft opgeleverd. De feiten die op basis van het interne rapport kunnen worden vastgesteld, zijn beperkt, maar voldoende concreet: duizenden kaarten zijn volgens het onderzoek zonder de vereiste autorisatie ingevoerd en uitgeprint. Of daarbij sprake was van fraude, wie daarvoor verantwoordelijk was en of er strafbare feiten zijn gepleegd, moet afzonderlijk worden vastgesteld. De Basiszorg (BaZo) is een publieke voorziening en de uitvoering ervan vraagt om een controleerbare administratieve keten. Autorisatie, verwerking en verstrekking moeten op elkaar aansluiten. Wanneer duizenden kaarten buiten die procedure kunnen worden verwerkt, moet niet alleen worden gekeken naar de betrokken handelingen, maar ook naar het systeem dat deze handelingen mogelijk maakte.
Bron: intern onderzoeksrapport SZF, zoals ingezien door Tra Fas’ De en Key News


