DE MENNONIETEN VAN DE NDP

Het dossier van de mennonieten in Suriname heeft zich ontwikkeld tot een politiek schaakspel, waarin politieke retoriek en bestuurlijke realiteit haaks op elkaar staan. Wat door regeringsleiders openlijk wordt veroordeeld als een ongewenste en zelfs illegale situatie, blijkt achter de schermen via officiële overheidskanalen, te zijn gefaciliteerd en vastgelegd. President Jennifer Simons liet er onlangs geen twijfel over bestaan: zij ziet de mennonieten die zich in het binnenland hebben gevestigd en duizenden hectare bos kappen, het liefst zo snel mogelijk op het vliegtuig stappen en vertrekken.

Zij zei in augustus dat de situatie in haar land al ingewikkeld genoeg is, en benadrukte dat illegale vestiging en grootschalige ontbossing niet getolereerd zouden worden. Met een deurwaardersexploot en dreigende uitzettingen wilde het staatshoofd een krachtig signaal afgeven, dat Suriname geen vogelvrij terrein is voor sektarische landbouwgemeenschappen. Hoe daadkrachtig deze uitspraken op het eerste gezicht ook klinken, ze schuren scherp met de bestuurlijke feiten die op tafel zijn komen te liggen. Terwijl de president stelt dat deze gemeenschap ongewenst is en moet vertrekken, valt de bodem onder die uitspraak weg, zodra men kijkt naar de juridische en administratieve verankering van het project.

De voorwaarden en omstandigheden waaronder deze grootschalige landbouwactiviteiten plaatsvinden, zijn namelijk overeengekomen onder een minister van de Nationale Democratische Partij (NDP), dienend in een NDP-regering. Het directe verband wordt duidelijk wanneer we kijken naar de datum van ondertekening van de overeenkomsten. Op 13 januari 2026 werden via het ministerie van Landbouw, Veeteelt en Visserij (LVV), onder verantwoordelijkheid van minister Mike Noersalim, publiekrechtelijke overeenkomsten gesloten met de Braganza Marketing Group.

Via deze afspraken werd duizenden hectare staatsgrond in onder meer Tibiti beschikbaar gesteld voor grootschalige machinale landbouw. Hoewel de minister stelt dat er geen “direct” contract met de mennonieten is ondertekend, is het deze tussenonderneming die de mennonietische landbouwers naar Suriname heeft gehaald en via partnerschappen inzet voor de feitelijke uitvoering op het terrein. Dit legt de hypocrisie bloot in het maatschappelijke en politieke debat. Aan de ene kant bezigt de NDP-regering een krachtige taal richting de samenleving door te dreigen met deportaties en juridische stappen tegen illegale occupatie. Aan de andere kant is het diezelfde NDP-regering geweest waarvan de minister goedkeuring heeft verleend aan de constructie die de weg voor deze gemeenschap, formeel heeft geëffend.

Het is niet vol te houden om de schuld af te schuiven op tussenpersonen of illegale indringers, wanneer de overheidsstempels op de documenten van 13 januari 2026, van het eigen ministerie afkomstig zijn. Als de president de mennonieten werkelijk op het vliegtuig wil zetten, zal zij allereerst, voornamelijk als partijleider, de hand in eigen boezem moeten steken en verantwoording moeten eisen voor de besluiten van haar eigen minister en partijgenoot. Zolang de getekende overeenkomsten blijven bestaan, blijft het roepen over uitzetting van deze groep, niet meer dan een politiek rookgordijn om de eigen bestuurlijke verantwoordelijkheid te bedekken.

More
articles