Onderwijsminister Dirk Currie zegt dat alle leerlingen die zich uiterlijk 15 september hebben aangemeld, vanaf 1 oktober een plek op een school hebben. Leerlingen die zich na 15 september hebben aangemeld, worden eveneens geplaatst, maar niet noodzakelijk vanaf 1 oktober. Het tekort aan schoollokalen en leerkrachten blijven volgens de minister, belangrijke uitdagingen bij de start van het nieuwe schooljaar.
Volgens Currie is het ministerie al maanden bezig met de voorbereidingen. Het draaiboek van vorig jaar is aangepast op basis van de problemen die zich toen voordeden. Een van de aanpassingen is het inzetten van bussen, om leerlingen in verband met het lokalentekort, naar verder gelegen scholen te vervoeren. Deze maatregel zal volgens de minister, gelden voor ongeveer 670 leerlingen in het voortgezet onderwijs. Voor ongeveer 120 tot 220 leerlingen in het basisonderwijs wordt nog naar een oplossing gezocht. Omdat het om jonge kinderen gaat, wil het ministerie ze liever niet over lange afstanden vervoeren. Een mogelijke oplossing is de aanschaf van ongeveer 22 cabines, die tijdelijk als klaslokaal kunnen dienen. Als deze oplossing niet op tijd wordt gerealiseerd, bestaat volgens Currie de mogelijkheid dat een deel van deze leerlingen in het eerste kwartaal drie dagen per week onderwijs volgt. De minister erkent dat dit tot een leerachterstand kan leiden, en benadrukt dat het om een tijdelijke maatregel gaat. Vorig jaar kregen ongeveer 4.000 leerlingen drie dagen onderwijs, vanwege het lokaaltekort.
Volgens Currie waren de resultaten van deze groep minder goed. Het ministerie werkt aan nieuwe lokalen die tegen het einde van het eerste kwartaal, gereed moeten zijn.
Het tekort aan lokalen is volgens Currie het gevolg van jarenlange onvoldoende investeringen in nieuwbouw en onderhoud. Voor bouw en renovatie is vanwege een sociaal fonds in totaal 42,5 miljoen USD beschikbaar. Daarvan gaat 15 miljoen dollar naar nieuwe klaslokalen, 15 miljoen naar renovatie, 10 miljoen naar meubilair en leermiddelen en 2,5 miljoen naar digitalisering.
Voor de renovatie van onderwijzerswoningen is binnen dit fonds geen apart budget. Daarvoor moeten andere financieringsmogelijkheden worden gezocht.
Ook het tekort aan leerkrachten blijft een aandachtspunt. Het ministerie probeert onder meer gepensioneerde leerkrachten, opnieuw in te zetten. De Raad van Ministers heeft toestemming gegeven voor maximaal honderd gepensioneerde leerkrachten. Daarnaast kunnen leerkrachten die de pensioengerechtigde leeftijd bereiken, onder bepaalde voorwaarden doorwerken tot hun 62e.
Ook afgestudeerden van pedagogische instituten en het IOL, worden actief benaderd. Volgens Currie zijn onlangs gesprekken gevoerd met ongeveer zestig nieuwe leerkrachten. Het tekort verschilt per gebied en vak. Vooral in delen van het binnenland is het moeilijk, leerkrachten te vinden. Ook huisvesting speelt daarbij een rol.
Voor bepaalde vakken wordt daarom gekeken naar digitaal onderwijs. Niet alle vakken kunnen volgens Currie echter digitaal worden aangeboden. Voor onder meer tekenen en lichamelijke opvoeding moeten andere oplossingen worden gevonden.
Het ministerie maakt zich daarnaast zorgen over de uitval van jongens vanaf het secundair onderwijs. Sommige jongeren verlaten volgens Currie vanwege economische omstandigheden de school om te gaan werken. Samen met het ministerie van Sociale Zaken en Volkshuisvesting wordt gewerkt aan een project waarvoor ongeveer 300.000 euro moet worden aangetrokken om deze jongeren te ondersteunen.
Ook mentale gezondheid en langdurig gebruik van mobiele telefoons, zijn volgens Currie aandachtspunten.
Hoewel in Suriname een leerplicht geldt, is er volgens de minister geen instantie die actief controleert of kinderen daadwerkelijk naar school gaan. Het ministerie probeert via geboortecijfers en planningsgegevens, wel zicht te houden op de schoolgaande populatie. Het ministerie wil ook starten met een pilot voor anderstalige kinderen. Het gaat onder meer om kinderen in het binnenland, die thuis een andere taal spreken dan het Nederlands. Ook het groeiende aantal kinderen uit het buitenland brengt nieuwe uitdagingen met zich mee. Er wordt daarom gekeken naar een traject waarbij nieuw instromende anderstalige kinderen eerst Nederlands leren.
Rond de start van het schooljaar wil Currie verschillende scholen en gebieden bezoeken om leerlingen en leerkrachten te motiveren. Hij noemt onder meer Brokopondo, Coronie, Nickerie, Albina, Moengo en Commewijne.
De minister roept tot slot ook ouders en het bedrijfsleven op, meer bij het onderwijs betrokken te zijn. Bedrijven kunnen volgens hem onder meer bijdragen met stageplaatsen, materiële ondersteuning en naschoolse activiteiten.


