LOADSHEDDING EN POLITIEKE ONDERGANG

De cijfers van de N.V. Energie Bedrijven Suriname (EBS) lijken een regeertermijn achter te lopen. Dat is geen detail dat met een voetnoot kan worden afgedaan. Het is een ernstig bestuurlijk probleem. Een jaarrekening en een jaarverslag zijn er om verantwoording af te leggen over een bepaalde periode. Ze moeten inzicht geven in wat er is gebeurd, welke keuzes zijn gemaakt, welke resultaten zijn behaald en waar het misging. Het zijn geen historische documenten die pas jaren later uit de kast worden gehaald wanneer het politiek goed uitkomt.

Bij de EBS kan de vraag naar verantwoordelijkheid dan ook niet langer worden doorgeschoven. Surinamers worden nog altijd geconfronteerd met urenlange loadshedding. Dat raakt huishoudens, bedrijven en uiteindelijk ook de economie. Elektriciteit is allang geen luxe meer. Een betrouwbare energievoorziening is een essentiële voorwaarde voor economische ontwikkeling en voor het functioneren van de samenleving. Tegen die achtergrond wordt het steeds moeilijker uit te leggen, dat de staat de EBS financieel ondersteunt, terwijl consumenten tegelijkertijd met hoge elektriciteitstarieven worden geconfronteerd. Als de overheid miljarden in de energiesector stopt en de klant steeds meer betaalt, mag daartegenover staan dat de dienstverlening aantoonbaar verbetert en de bedrijfsvoering efficiënter wordt.

Die zichtbare winst blijkt vooralsnog onvoldoende en daarmee verschuift het debat van alleen de financiële positie van de EBS naar de bestuurlijke verantwoordelijkheid van degenen die de onderneming hebben geleid. Wie aan de top van een strategisch staatsbedrijf zit, kan niet alleen aanspraak maken op de eer wanneer het goed gaat. Daar hoort ook verantwoordelijkheid bij wanneer het beleid niet werkt, problemen blijven voortbestaan of financiële risico’s onvoldoende worden beheerst. Dat geldt des te meer voor een bedrijf als de EBS, dat rechtstreeks van invloed is op het dagelijks leven van vrijwel iedere Surinamer.

Daarmee komt ook de politieke verantwoordelijkheid in beeld. De rol van de ABOP tijdens de afgelopen regeerperiode kan niet zomaar buiten beschouwing worden gelaten. De partij had gedurende jaren een belangrijke positie binnen de politieke leiding van het land en daarmee ook invloed op het beleid en de benoemingen rond staatsbedrijven. In en rond de EBS is bovendien sprake geweest van stevige politieke conflicten en beschuldigingen over onder meer blokkades, druk en tegenwerking. Die beschuldigingen mogen uiteraard niet zonder bewijs als feiten worden gepresenteerd.

Maar ze kunnen evenmin simpelweg uit het publieke debat worden geschrapt. Transparantie is naar onze mening altijd noodzakelijk. Want wie zat toen aan het stuur? Welke besluiten zijn genomen? Wie was verantwoordelijk voor die besluiten? Welke plannen zijn tegengehouden? Welke problemen waren bekend en waarom is er niet eerder ingegrepen? Dat zijn geen vragen over het verleden, maar het zijn vragen die bepalen, wie vandaag verantwoording moet afleggen.

De tijd is daarom rijp voor een volledige en onafhankelijke rekening van de afgelopen jaren bij de EBS. Die rekening moet niet alleen financieel zijn. Ook de bestuurlijke en politieke verantwoordelijkheid moet worden onderzocht. Dat betekent dat ook voormalige verantwoordelijke bewindslieden en bestuurders, onder wie Brunswijk en Abiamofo, duidelijkheid moeten geven over hun rol en verantwoordelijkheid. Niet uit politieke wraak. Wel vanuit een elementair principe van goed bestuur: macht en verantwoordelijkheid horen bij elkaar. Wie jarenlang invloed heeft gehad op het beleid, kan niet verwachten dat alleen de opvolger wordt afgerekend op de gevolgen van dat beleid.

Voor de regering-Simons ligt hier tegelijkertijd een belangrijke politieke keuze. De nieuwe regering kan ervoor kiezen om de problemen bij de EBS vooral toe te schrijven aan haar voorgangers. Maar daarmee is de zaak niet opgelost. Wie vandaag bestuurlijke verantwoordelijkheid draagt, moet niet alleen wijzen naar wat gisteren verkeerd is gegaan, maar ook laten zien wat vandaag anders wordt gedaan. Tegelijkertijd moet het verleden wél volledig op tafel komen. Zonder een helder beeld van de financiële, bestuurlijke en politieke keuzes die EBS in de problemen hebben gebracht, wordt het onmogelijk om werkelijk schoon schip te maken.

Daar ligt ook een risico voor president Jennifer Geerlings-Simons. Als de oude verantwoordelijkheid niet helder wordt vastgesteld, bestaat het gevaar dat oud en nieuw beleid in de ogen van de kiezer in elkaar overvloeien. Dan verdwijnt het onderscheid tussen de vorige machtsverhoudingen en de huidige regering. En uiteindelijk kan dat Simons politiek duur komen te staan.

De kiezer beoordeelt een regering immers niet alleen op haar verklaringen, maar vooral op wat er in de samenleving verandert. Op het moment dat de stroom uitvalt, tarieven stijgen en bedrijven hun productie moeten aanpassen, verdwijnen politieke verklaringen snel naar de achtergrond.

De EBS heeft daarom meer nodig dan vertraagde jaarcijfers. Suriname heeft behoefte aan een actuele, volledige en controleerbare verantwoording over het verleden. Wie welke verantwoordelijkheid droeg, moet duidelijk worden.

Welke beslissingen goed waren, moet worden vastgesteld. Welke beslissingen verkeerd waren, eveneens. En waar sprake is geweest van bestuurlijk falen, moet daar een naam en verantwoordelijkheid tegenover staan.

Pas wanneer het verleden eerlijk wordt vastgesteld, kan daadwerkelijk worden gesproken over een nieuwe start.

More
articles