President Jennifer Simons heeft aangekondigd, dat de regering de goudwinning in het binnenland strenger gaat controleren. Aanleiding is de ernstige vervuiling van de Moeroekreek en de daaropvolgende vissterfte. Volgens de Nationale Milieu Autoriteit (NMA), wijzen de onderzoeksresultaten er steeds duidelijker op, dat de vervuiling is begonnen op een concessie van Grassalco. In het water en in de vissen zijn hoge concentraties chemische stoffen, zware metalen en cyanide aangetroffen. De bevolking wordt daarom geadviseerd voorlopig geen rivierwater of vis uit het getroffen gebied te gebruiken en niet in het water te zwemmen. Dat strengere controle nodig is, staat buiten kijf, want de gevolgen van de vervuiling raken rechtstreeks gemeenschappen die voor voedsel en inkomen afhankelijk zijn van de rivier. De regering wil daarom samen met de getroffen gemeenschappen langs de Saramaccarivier, maatregelen uitwerken. Een kerngroep moet de problemen per gemeenschap inventariseren en oplossingen aandragen. Ook wordt gekeken naar alternatieve bronnen van voedsel en inkomen, waaronder kippen- en viskwekerijen. Maar daarmee is de kern van het probleem nog niet aangepakt. De belangrijkste vraag is: is de regering bereid iedereen aan te pakken die verantwoordelijk is voor de vervuiling, ook wanneer het gaat om personen of bedrijven met politieke of zakelijke connecties met de eigen machtskring?
Dat is geen beschuldiging aan het adres van personen binnen de regering. Daarvoor zijn feiten en bewijs nodig. Maar de vraag is gerechtvaardigd, omdat de regering zelf spreekt over strengere controle, transparantie en het aanpakken van illegale goudwinning. De goudsector is bovendien nauw verbonden met concessies en vergunningen die door de overheid worden verstrekt. Wie beschikt over een concessie? Wanneer is die verleend? Onder welke voorwaarden? Wie zijn de uiteindelijke belanghebbenden? Is toezicht gehouden en zijn de milieuvoorwaarden nageleefd? Dat zijn de vragen waarop de samenleving antwoord moet krijgen.
President Simons heeft aangekondigd, dat legale en illegale goudwinningsactiviteiten in kaart worden gebracht. Nieuwe vergunningen en verlengingen zijn voorlopig stopgezet. Ook wil de regering bestaande concessies openbaar maken en met concessiehouders praten over meer transparantie en een duurzamere inrichting van de sector. Dat zijn noodzakelijke stappen, maar de geloofwaardigheid ervan staat of valt met de uitvoering. Geldt dezelfde maatstaf voor iedereen? Wordt een concessie daadwerkelijk ingetrokken wanneer regels zijn overtreden, ongeacht de politieke connecties van de houder? En wordt ook onderzocht of overheidsinstanties in het verleden onvoldoende toezicht hebben gehouden? Suriname heeft ruim USD 50.000 uitgegeven aan het onderzoek naar de vervuiling. Daarbij was ondersteuning van de Pan-Amerikaanse Gezondheidsorganisatie nodig en moest een deel van de analyses in Frans-Guyana worden uitgevoerd. Nu de resultaten bekend zijn, mag het onderzoek niet eindigen met de vaststelling, dat het water is vervuild. Er moet worden vastgesteld, hoe dat kon gebeuren, welke regels golden, of die zijn nageleefd en wie verantwoordelijk is voor de gevolgen.
Ook de overheid zelf moet kritisch naar haar rol kijken. Het uitgeven van een concessie ontslaat de staat niet van de verantwoordelijkheid, toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden. Als dat toezicht heeft gefaald, moet ook dat worden vastgesteld en benoemd. De regering wil het onderzoek uitbreiden naar andere gebieden waar goud wordt gewonnen. Dat is noodzakelijk. De Moeroe-kreek is naar onze mening geen afzonderlijk incident; als vergelijkbare vervuiling elders wordt vastgesteld, is er sprake van een structureel probleem binnen de sector. Tegelijkertijd mogen de getroffen gemeenschappen uiteindelijk niet de rekening betalen voor gebrekkig toezicht. Alternatieve voedselvoorziening en inkomensbronnen kunnen noodzakelijk zijn, maar mogen niet de plaats innemen van het aanpakken van de oorzaak.
De regering-Simons heeft nu de mogelijkheid, een duidelijke norm neer te zetten: dezelfde regels voor iedereen. Dat betekent ook dat concessies van mensen en bedrijven binnen de eigen politieke en zakelijke omgeving kritisch moeten worden onderzocht. Als alles volgens de regels is verlopen, hoeft niemand daar bezwaar tegen te hebben. Maar als overtredingen worden vastgesteld, mag politieke verbondenheid geen bescherming bieden. Daarom vragen wij ons af, hoe de regering haar eigen mensen zal aanpakken. De geloofwaardigheid van de aangekondigde strengere aanpak wordt niet bepaald door hoe hard de regering tegen anderen kan optreden. De echte test is of zij ook bereid is, haar eigen omgeving aan dezelfde maatstaf te onderwerpen.


