De roep om de verkoop van staatsbedrijven, klinkt steeds luider. Steven Reyme deed die oproep in De Nationale Assemblée. Hij wees op zo’n 160 bedrijven onder staatsbeheer. Een deel kost jaar in jaar uit geld. Dat geld komt dan via steun uit de staatskas. Silvana Afonsoewa wees ook op dit punt bij de begroting. Zij vroeg ook om de jaarcijfers van alle staatsbedrijven.
Toch is er een punt dat eerst moet worden vastgelegd. Je kunt winst of verlies niet goed zien zonder actuele cijfers. Elk bedrijf moet dus eerst een heldere doorlichting krijgen: wat komt erin en wat gaat eruit? Welke taak heeft het bedrijf voor ons land? Daarna kan de staat een goed besluit nemen. Een bedrijf kan geld kosten en toch nut hebben. Denk aan zorg, vervoer, water of stroom. Zo’n taak kan niet puur op winst worden getoetst. Maar die rol moet wel klaar en vast zijn. Een groot deel van de pijn zit ook bij de waarde. Een bedrijf dat elk jaar verlies maakt, is lastig te verkopen. Een koper ziet dan vooral risico en hoge kosten. De vraagprijs zal dan snel lager uitvallen. Eerst moet er dus werk worden gemaakt van meer waarde. Daarom lijkt een ander pad beter dan een losse verkoop. De staat kan in alle staatsbedrijven meer aandelen uitgeven en zelf een deel behouden. Zo kan nieuw geld naar de bedrijven gaan. Dat geld kan voor groei, het afbetalen van schulden en beter werk worden gebruikt. Dit kan ook de kas van de staat meer lucht geven. Bij verkoop krijgt de staat één keer geld. Bij een goed deel in aandelen kan er meer volgen. Dat kan via winstuitkering en koerswinst. Ook kan dit leiden tot een betere rol voor de staat. De staat wordt dan meer aandeelhouder dan baas van elk bedrijf. Het werk komt dan meer bij een goed team te liggen. Grote fondsen kunnen hier ook een rol spelen. Zij zoeken vaak naar een goed plan met kans op winst. Een staatsbedrijf kan zo’n kans bieden als de cijfers goed zijn. Maar dan moet het bestuur vrij zijn van druk. Ook moet elk jaar een goed en vast verslag klaar zijn. De kern is dus niet: Wie kan weg? De kern is: Wie kan beter werken? Wie kan winst maken? Wie heeft een taak die de staat moet dragen? En wie kan met hulp van de markt, weer sterk worden? Suriname heeft nu geen geld voor beleid zonder harde toets. Elke SRD moet dus nut tonen. Dat geldt ook voor elk staatsbedrijf. Eerst heldere cijfers. Dan een plan. Daarna pas verkoop, aandelen of steun. Zo kan hervorming geld vrijmaken voor zorg en steun. En zo kan de staat weer grip krijgen op zijn eigen geld. Dat is beter dan blind kiezen voor verkoop als een snel middel tegen elk tekort in de staatskas.

