Cedric van Samson heeft iets losgemaakt in jongeren. De schijnwerpers zijn op hem en als enige VHP’er recent, trekt hij volle zalen. Niet alleen zijn zijn online volgers, de commentaren en de views op content waarin hij is, ver voorbij dat van iedere andere VHP’er. Hij laat zich werkelijk zien, van zich horen en treedt rechtstreeks in contact met de achterban. En misschien belangrijker: met zwevende kiezers die niet traditioneel tot de achterban, zouden behoren. Het verschil tussen de vier zetels van Ram Sardjoe in 2010 en de twintig zetels van Chan Santokhi in 2020. De Zonnegod van het hoofdbestuur, gunt hem zijn Icarus momentje niet en heeft in een strenge brief afstand genomen van de bijeenkomsten en een fatwa uitgevaardigd, tegen het gebruik van het beeld- en woordmerk van de partij. Het Heilig Edict van bovenaf heeft via de VHP vriendelijke media meer aandacht genoten dan de online en offline triomfen van Van Samson.
De VHP en haar cultuur van kadaverdiscipline willen en kunnen zich geen NPS / Atompai situaties veroorloven. De laatste keer dat een jong dynamiek politiek figuur de zittende voorzitter voorbijstreefde, met draagvlak van de jongeren binnen de partij, plaveiden G4 de weg voor Santokhi, die tot aan zijn dood, de partij in de palm van zijn hand hield. Als het aan de huidige voorzitter ligt, ebt het moment van Van Samson gedeiend weg. En zullen de formele structuren en de partijmachinerie te zijner tijd hun keuzes maken, als het gaat om de toekomst van de partij. Wat interessant is, is dat noch de brief van het hoofdbestuur, noch de rapportage van de oranjegezinde media, aandacht geven aan de inhoud van waar Van Samson het op de bijeenkomsten over heeft. Namelijk inhoud gestuurde communicatie en bijeenkomsten met twee richtingsverkeer. Een partij die luistert. Een partij die niet op zoek is naar blinde volgzaamheid of een verouderd ledenbestand, dat niet naar de stembus gaat. Maar een partij die op de datum van 25 mei 2030 de stemmen van zowel leden, niet-leden, sympathisanten en twijfelaars, kan winnen door opgebouwd vertrouwen in een plan en een agenda, getrokken door leiders, die niet vasthouden aan autoriteit en traditie, maar aan gezag door middel van principiële besluitvorming. Wie dat begrijpt, begrijpt ook dat logo’s en partijnamen ondergeschikt zijn aan volkscontact en volkswil. Wie dat begrijpt, geeft niet af op een beweging of op bijeenkomsten, maar houdt eigen bijeenkomsten en verbindt zich met bestaande bewegingen en initiatieven.
Iets waar Santokhi ondanks al zijn imperfecties, keer op keer, het voorbeeld toe gegeven heeft.


