Suriname wil de deelname van lokale bedrijven en werknemers aan de opkomende offshore olie-industrie voorbereiden op basis van concrete gegevens over benodigde vaardigheden, diensten en arbeidskrachten. De regering werkt aan een strategie voor local content, die ervoor moet zorgen dat burgers en bedrijven optimaal kunnen profiteren van de kansen die de groeiende energiesector biedt. De minister van Olie, Gas en Milieu, Patrick Brunings, heeft tegenover The Global Investor, een internationaal media- en adviesplatform gericht op investeringsbevordering en investeerdersrelaties in opkomende markten gezegd, dat lokale participatie niet alleen gebaseerd moet zijn op doelstellingen, maar vooral op realistische informatie over de vraag vanuit de sector. “Local content moet worden gepland op basis van data en realisme. Het uitgangspunt is inzicht krijgen in welke vaardigheden en diensten nodig zijn, wanneer deze nodig zijn en in welke aantallen”, aldus Brunings.
De ontwikkeling van de offshore oliesector komt in een stroomversnelling met het GranMorgu-project in Blok 58. Het project van TotalEnergies en APA Corporation werd in oktober 2024 goedgekeurd en vertegenwoordigt een investering van naar schatting circa USD 10,5 miljard. De productie zal plaatsvinden uit de olievelden Sapakara en Krabdagu, ongeveer 150 kilometer voor de Surinaamse kust. De productie moet in 2028 starten, waarbij het Floating Production Storage and Offloading (FPSO)-schip een capaciteit krijgt van ongeveer 220.000 vaten olie per dag. Volgens Brunings zullen gegevens over de toekomstige vraag vanuit de industrie rich-tinggevend zijn voor aanpassingen in onderwijs- en trainingsprogramma’s. “Wanneer je over die dataset beschikt, kun je een gerichte local content-strategie ontwikkelen, inclusief aanpassingen in onderwijs en opleiding”, stelde Brunings.
Hij benadrukte dat de ambitie van de regering verder gaat dan alleen het vaststellen van participatiepercentages. Ook de nationale capaciteit, instituties, infrastructuur, veiligheid en milieubeheer moeten worden versterkt. Brunings stelde dat de olie-industrie niet mag uitgroeien tot een afgesloten sector die weinig verbinding heeft met de rest van de economie. De ontwikkeling van de oliesector moet leidt tot bredere economische voordelen voor Suriname.
Staatsolie zal volgens de minister, een centrale rol blijven vervullen binnen de sector en fungeren als belangrijke partner in de gehele energieketen. Tegelijkertijd blijft Suriname samenwerken met internationale oliebedrijven en dienstverleners.
Met de uitbreiding van offshore activiteiten wil de regering ook aandacht besteden aan goed bestuur, duidelijke regelgeving en strengere milieutoezicht. “We willen dat investeerders met vertrouwen opereren en dat de ontwikkeling verantwoord, veilig en gericht op langdurig nationaal belang plaatsvindt”, aldus Brunings.


