In het eerste deel, dat vorige week verscheen, werd ingegaan op de vraag of accountancy een wetenschap is. Er werd gewezen op het samenspel tussen structuren en mensen, tussen formele kaders en professioneel handelen. In een context als Suriname krijgt deze dubbele aard van accountancy een bijzonder scherp profiel. De economische en institutionele werkelijkheid wijkt immers wezenlijk af van die van meer ontwikkelde markten. Het bedrijfsleven wordt gekenmerkt door een groot aantal relatief kleine ondernemingen, vaak met beperkte administratieve capaciteit en een sterke afhankelijkheid van individuele ondernemers. De infrastructuur die nodig is voor hoogwaardige financiële verslaggeving en controle is daardoor nog in ontwikkeling.
Waar in grotere economieën kapitaalmarkten een disciplinerend effect hebben op transparantie en verslaggeving, ontbreekt in Suriname vooralsnog een dergelijke externe prikkel. Beursgenoteerde ondernemingen zijn er in Suriname (nog) niet, waardoor de vraag naar gestandaardiseerde, tijdige en controleerbare informatie minder institutioneel is verankerd. Dit vertaalt zich onder meer in structurele achterstanden in het opstellen en publiceren van jaarrekeningen. De formele regels bestaan veelal wel, maar de naleving ervan is in de praktijk grillig en afhankelijk van context, capaciteit en prioriteit.
Daar komt bij dat de verwevenheid tussen bedrijfsleven en politiek relatief groot is. In een kleine economie met een beperkte sociaaleconomische infrastructuur, lopen publieke en private belangen gemakkelijker in elkaar over. Politieke beïnvloeding in bestuurlijke besluitvorming is dan ook geen abstract risico, maar een reële factor die de kwaliteit en onafhankelijkheid van het bestuur en daarmee van de financiële informatie kan raken. In dergelijke omstandigheden wordt het belang van professioneel-kritisch oordeel eerder groter dan kleiner, maar tegelijkertijd ook moeilijker om volledig onafhankelijk vorm te geven.
De schaal van de samenleving brengt bovendien specifieke dynamieken met zich mee. In een gemeenschap waar ‘iedereen elkaar kent’, wordt onafhankelijkheid een sociale uitdaging. Accountants, bestuurders en toezichthouders opereren vaak binnen overlappende netwerken, waarin persoonlijke relaties en reputaties een belangrijke rol spelen. Het is niet ongebruikelijk dat dezelfde personen in verschillende entiteiten toezichthoudende functies vervullen, wat leidt tot een nauwe verwevenheid tussen organisaties. Dit kan efficiëntie bevorderen, maar stelt tegelijkertijd hoge eisen aan objectiviteit en professionele distantie.
Ook het accountantsberoep zelf bevindt zich in Suriname nog in een ontwikkelingsfase. De beroepsorganisatie (Suriname Chartered Accountants Institute, SCAI) heeft een belangrijke rol in het bewaken van kwaliteit, opleiding en toezicht, maar beschikt over beperkte middelen en capaciteit om alle wettelijke taken in volle omvang te vervullen. De accountantsgemeenschap is klein, waardoor specialisatie en kennisontwikkeling minder vanzelfsprekend zijn dan in grotere markten. Tegelijkertijd betekent dit dat individuele professionals een relatief grote impact hebben op het functioneren van het geheel.
Juist in deze setting wordt zichtbaar dat accountancy niet kan leunen op regels en modellen alleen. Internationale standaarden kunnen richting geven, maar zij krijgen pas betekenis in de manier waarop zij worden toegepast binnen de lokale context. Het spanningsveld tussen wetenschap en ambacht wordt hier geen theoretisch vraagstuk, maar een dagelijkse realiteit. De kwaliteit van verslaggeving en controle hangt uiteindelijk af van het vermogen van de accountant om, te midden van beperkte structuren en sterke sociale verwevenheid, toch tot een onafhankelijk en zorgvuldig oordeel te komen. Daarmee wordt accountancy meer dan een technisch of academisch vraagstuk. Het wordt een institutionele kracht. Een mechanisme dat bijdraagt aan vertrouwen, of dat vertrouwen juist kan ondergraven. En precies daarom is de vraag naar de aard van het vak geen theoretische exercitie, maar een praktische en maatschappelijke kwestie.
Is accountancy dan een wetenschap? Ja, voor zover zij systematisch onderzoekt, verklaart en verbetert. Maar dat antwoord is onvolledig zonder de erkenning dat zij tegelijkertijd een ambacht is, waarin oordeel, ervaring en context bepalend blijven. Misschien ligt de meest zuivere typering ergens daartussenin. Accountancy is een discipline waarin wetenschap en vakmanschap samenkomen. Waar kennis richting geeft, maar waar uiteindelijk de professional het verschil maakt. Want cijfers spreken niet voor zich. Zij krijgen pas betekenis door interpretatie. En vertrouwen ontstaat niet uit systemen alleen, maar uit de manier waarop mensen die systemen gebruiken.
Tegelijkertijd verandert die verhouding ingrijpend onder invloed van technologie en data. De snelle ontwikkeling van kunstmatige intelligentie, geavanceerde data-analyse en algoritmische besluitvorming maakt het mogelijk om steeds meer aspecten van het accountancyproces te mechaniseren en automatiseren.
Steeds vaker worden patronen herkend, risico’s geïdentificeerd en inschattingen gemaakt met een precisie en consistentie die het menselijk vermogen evenaart of zelfs overtreft. Beslissingen die traditioneel leunden op individueel oordeel, kunnen in toenemende mate door systemen worden ondersteund, en in sommige gevallen beter worden genomen. Daarmee neemt het wetenschappelijke gehalte van accountancy zichtbaar toe. Processen worden meetbaarder, reproduceerbaarder en beter toetsbaar. Maar juist in die ontwikkeling wordt ook duidelijk waar de grens ligt. Want hoe geavanceerd de technologie ook is, zij bepaalt niet wat relevant is, noch welke afweging uiteindelijk het meest verantwoord is. De vraag is niet alleen wat kan worden gemeten, maar wat moet worden gewogen. En het is precies in die ruimte dat de accountant, als professional, onmisbaar blijft.
Auteurs:
Dr. Eric J.H.J. Mantelaers RA AA CFE CISA C|CISO (als partner verbonden aan RSM Accountants, alsmede aan diverse kennisinstituten) onderzoekt waarom financiële misstanden vaak onzichtbaar blijven. Zijn focus ligt op systemische verklaringen, anomaliedetectie en de rol van menselijk oordeel in complexe omgevingen. Daarmee beoogt hij bestaande verklaringsmodellen te overstijgen.
Prof. dr. Peter Diekman RA is founding partner van FourValue BV, Amsterdam. Hij is inmiddels 45 jaar werkzaam in het accountantsberoep, waarvan 41 jaar als registeraccountant. Zijn focus ligt op financieel forensisch onderzoek en advisering op het terrein van corporate governance en interne en externe accountantscontrole. Hij is verbonden aan de Anton de Kom Universiteit van Suriname en de Erasmus Universiteit Rotterdam, Nederland.

