ONVERDROTEN PROVOCATIE

De Guyaanse minister van Natuurlijke Hulpbronnen, Vickram Bharrat, te gast in ons land en aanwezig op de Suriname Energy Oil and Gas Summit (SEOGS), heeft aanstoot genomen aan de op de summit getoonde landkaart van de Republiek Suriname, waarop de delta, gelegen tussen Coeroeni Cutari, het Acarai gebergte en de Boven-Corantijn, het zogeheten Tigri-gebied, als Surinaams territoir wordt afgebeeld. Bharrat heeft gelijk gemeld, dat bij de Surinaamse regering protest zal worden aangetekend, omdat de delta door Guyana wordt gezien als onlosmakelijk deel van hun grondgebied. Een ieder weet zo langzamerhand dat de regering Forbes Burnham in 1969, militairen van zijn leger de opdracht had gegeven, het voormelde Surinaams gebied door middel van geweld, in te nemen. Vanaf 1969 word dit gebied door Guyana gegijzeld en als ‘Jaguar’ aangeduid. Vanaf 1969 is er over het voormelde gebied een grensdispuut tussen Suriname en Guyana, waarover de huidige Guyaanse regering onder leiding van president Irfaan Ali en vicepresident Bharrat Jagdeo, niet eens meer met haar counterparts, de Surinaamse regering, wenst te praten. Suriname gaat er wel vanuit dat zolang de Tigri-kwestie niet is opgelost, er eigenlijk geen sprake kan zijn van goed nabuurschap en gezonde diplomatieke betrekkingen. Het Tigri-gebied is met militair geweld bezet en Guyana waant zich oppermachtig, nu het door zijn olie-inkomsten en ondersteuning van ‘Big Brother’, de Verenigde Staten van Amerika, zich uiterst brutaal kan opstellen. De verwerpelijke vorm van arrogantie is ernstig toegenomen, na het afgenomen Venezolaanse gevaar in het grensdispuut over het Essequibo-gebied, na het verwijderen van president Nicolàs Maduro aan het begin van dit jaar door troepen van de Verenigde Staten van Amerika. Guyana heeft aan beide grenzen, zowel in het westen als oosten, grensgeschillen. Bij de Venezolaanse kant het Essequibo-gebied en in het oosten het Tigri-gebied. Allemaal territoir dat naar onze mening, zowel aan Suriname als Venezuela toebehoort, maar door valse kaarttekeningen van de Duitser Schomburgk, door de koloniale Britten als Brits grondgebied, werd opgetekend. Venezuela is nog steeds verwikkeld in dit Essequibo-geschil met Guyana bij het een Internationaal Gerechtshof. Guyana heeft door de machtswisseling in Venezuela, minder te vrezen voor een Venezolaanse militaire ingreep in Essequibo en richt zich nu door arrogantie en provocatie tegenover Suriname in het Tigri-geschil. Dat is duidelijk naar voren gekomen in de reactie van de Guyaanse minister hier te gast. Wat Keerpunt vreselijk heeft gehinderd was het Surinaamse standpunt in de CARICOM, toen moest worden aangegeven, wat wij van de Venezolaanse acties vonden ten aanzien van Essequibo. Suriname schaarde zich toen schaamteloos achter Guyana, terwijl de Tigri-kwestie ook te berde kon worden gebracht en onze vertegenwoordiger zich van stemming kon onthouden. Zogenaamd in het kader van goed nabuurschap en verhouding, werd de Guyaanse kant gekozen. We mogen niet uit het oog verliezen, dat de CARICOM een Engelse club is van gemenebestlanden en eilanden en dat men ons altijd als een vreemde eend in de bijt heeft gezien, en daarom heel erg verrast moet zijn geweest, toen Suriname zich achter Guyana schaarde in de Venezuela-Guyana Essequibo-grenskwestie. Die Guyaanse minister kan hoog van de toren blazen met zijn protest over een landkaart met de juist aangegeven grens in het westen van ons land. Laat hem zijn protest indienen bij ons ministerie van Buitenlandse Zaken. Dat vermoedelijk op schrift gestelde protest, verdient niet meer dan te belanden in de prullenbak op het departement. Wij moeten de kaart met de meergenoemde Tigri-delta niet slechts op een olie en gas summit tonen, maar hem ook overal plaatsen, zowel in locaties van de publieke sector als bij particuliere instanties. Deze Guyanezen moeten goed begrijpen, dat we nimmer met ons zullen laten sollen. Ze hebben ons genoeg in het verleden benadeeld en dan niet slechts wat het Tigri-gebied betreft.

We kennen hun aanhoudende plundertochten op ons nationale rivier de Corantijn, en het nog dagelijks plunderen van onze visgronden zowel in onze rivieren als buitengaats. Het hindert deze visplunderaars dat Suriname niet overstag gaat bij het verlenen van visvergunningen aan Guyanese vissers. Men wenst in het westelijk gelegen land ons nog meer te benadelen, want hun eigen visgronden zijn al geheel leeggevist. Dus over onze ruggen, zichzelf verder bevoordelen en Suriname benadelen. Suriname moet zich blijven verzetten tegen intimidatie en provocatie vanuit Georgetown en die lui uit het kabinet Ali-Jagdeo duidelijk maken, dat wij niet onder de indruk zijn van hun kaartenprotest. En met dit land wil men een brug over onze nationale rivier gaan bouwen. Laat ook de regering Simons ervan doordrongen, zijn dat een brug over de Corantijn, zonder een totale Surinaamse jurisdictie over een dergelijk civiel gevaarte, ‘on kan’ is. Het laatste moet de Guyanezen strak in de oren geprent worden. Ook de bilaterale relaties kunnen nooit een gezonde vorm aannemen, zolang de Tigri-kwestie niet uit de wereld is geholpen en Suriname bij een eventuele regeling, niet als grote verliezer, uit de bus zal mogen komen. De Guyanese ambassadeur Virjanand Depoo mag zijn protestbriefje indienen, we hopen dat ze op Buitenlandse Zaken er al smeulend naar zullen kijken en kort daarop het op de bestemde plaats zullen deponeren.

More
articles