De minister van Financiën en Planning gaat voorlopig door met de OMO’s. Dezelfde OMO’s waar haar eigen partij, geen goed woord voor over had tijdens de vorige regering en onder het bewind van haar voorganger. De Nationale Assemblee voelde haar niet aan de tand, maar stelde met behulp van een rapportage van een onderzoekscommissie, speciaal daarvoor ingesteld, en de nodige cijfers, die miljardenverliezen aantonen, gerichte vragen. Met name de coalitiepartijen kwamen beslagen ten ijs. De aanpak van de zijde van de minister was echter passend voor de politiek in 2026. Zij wuifde het weg, door vaag te stellen dat “sommige aannames onjuist” zouden zijn volgens de Centrale Bank van Suriname, CBvS. Haar oplossing, voor een onderwerp dat met miljarden aan uitgaven gemoeid gaat, was om met dat instituut wat nader overleg te voeren. De minister noemde niet de vermeende hiaten in het rapport of de aannames die onjuist zouden zijn. De minister ontkende niet dat de Centrale Bank in de periode waarin de OMO’s toegepast werden, bijna vier miljard aan verlies te verwerken had. De minister heeft zelfs niet ontkend dat OMO’s tot op de dag van vandaag, miljarden per jaar kosten. Evenmin heeft zij duidelijk gemaakt, waar de opbrengsten van OMO’s belanden en uit wiens zak dit alles betaald wordt.
De realiteit is namelijk duidelijk en de belangrijkste reden waarom er geen plan van aanpak over afbouw gepresenteerd wordt. OMO’s zijn een verkapt subsidie-instrument geworden voor de financiële sector, en niet op de laatste plaats voor steun aan de staatsdeelnemingen in die sector. Weinig parastatale spelers in de financiële sector zouden qua bedrijfsvoering op eigen benen kunnen staan en winstgevend kunnen zijn in geval van een abrupt einde van het programma. De sector ligt aan het infuus van de belastingbetaler, maar keert tegelijkertijd alweer enige tijd dividend uit aan aandeelhouders.
Een antwoord dat neerkomt op voorlopig voortzetten is onvoldoende. De regering moet een plan voor afbouw introduceren dat geen schokgolf voor de economie veroorzaakt, maar wel leidt tot beheersing van de kosten en verantwoorde financiering, terwijl de instituten de gelegenheid krijgen naar normalisatie toe te werken, voordat de OMO-blokkentoren omvalt onder het eigen gewicht.


