ADVISEURS HOEFDRAAD WEER BIJ FINANCIËN?

In een democratische rechtsstaat draait vertrouwen niet alleen om wetten en procedures, maar ook om de signalen die bestuurders uitzenden. Juist daarom verdient de vermeende terugkeer van voormalig adviseur Bernard Fritz-Krockow naar het ministerie van Financiën, serieuze aandacht. Fritz-Krockow was geen onbekende figuur binnen het netwerk rond de voormalige minister van Financiën, Gillmore Hoefdraad. Zijn naam dook eerder op in discussies over buitenlandse consultants die gedurende jaren tegen aanzienlijke vergoedingen actief waren binnen zowel de Centrale Bank van Suriname als het ministerie van Financiën. Op zichzelf is het aantrekken van buitenlandse expertise niet ongebruikelijk. De vraag is welke expertise werd geleverd, welke resultaten werden bereikt en of de kosten daarvan ooit voldoende zijn verantwoord.

De kwestie wordt extra gevoelig omdat Fritz-Krockow behoorde tot de groep functionarissen die rond de periode van Hoefdraads verdwijning eveneens uit Suriname vertrokken. Dat betekent niet automatisch dat iemand schuldig is aan enig strafbaar feit, maar het betekent wel dat zijn naam onlosmakelijk verbonden is geraakt met een van de meest controversiële periodes uit de recente financiële geschiedenis van Suriname. Het probleem is daarom niet uitsluitend de persoon Fritz-Krockow. Het probleem is dat zijn mogelijke terugkeer herinneringen oproept aan een periode waarin het financieel beheer van de staat ernstig ontspoorde. Een periode die eindigde met een diep vertrouwenstekort, torenhoge schulden, een uitgeholde Centrale Bank en een bevolking die de rekening gepresenteerd kreeg in de vorm van inflatie, koopkrachtverlies en economische onzekerheid.

Gedurende die jaren werden tal van buitenlandse adviseurs aangetrokken tegen vergoedingen die voor Surinaamse begrippen uitzonderlijk hoog waren. De samenleving heeft echter nooit een volledig beeld gekregen van wat deze adviseurs concreet hebben opgeleverd. Welke adviezen zijn uitgevoerd? Welke resultaten zijn bereikt? Welke risico’s zijn benoemd? Welke verantwoordelijkheden droegen zij bij beleidskeuzes die achteraf desastreus zijn gebleken? Suriname staat opnieuw aan de vooravond van een periode, waarin grote financiële beslissingen genomen zullen worden vanwege de toekomstige olie. De verwachte olie-inkomsten zullen de druk op het ministerie van Financiën alleen maar vergroten. Juist in zo’n fase moet elke schijn van terugkeer naar oude bestuursculturen worden vermeden.

Minister Adeline Wijnerman heeft daarom de verantwoordelijkheid om volledige duidelijkheid te verschaffen. Is Fritz-Krockow inderdaad opnieuw actief binnen het ministerie? Zo ja, in welke functie? Op basis van welke expertise? Tegen welke vergoeding? Welke selectieprocedure is gevolgd? En waarom is gekozen voor iemand die zo nadrukkelijk verbonden wordt met een periode, die nog steeds onderwerp is van maatschappelijk en juridisch debat?

Dezelfde vragen gelden overigens voor andere voormalige adviseurs uit de Hoefdraad-periode die opnieuw invloed zouden uitoefenen op het financieel beleid. Transparantie is in dit geval geen luxe, maar een noodzaak. De samenleving heeft het recht te weten wie vandaag aan de knoppen zit van het financieel beleid van de staat. Zeker wanneer het gaat om personen die verbonden zijn geweest aan een tijdperk dat door velen wordt beschouwd als een van de donkerste hoofdstukken in de geschiedenis van het financieel beheer van Suriname.

Vertrouwen wordt niet opgebouwd door te zwijgen over het verleden. Vertrouwen ontstaat wanneer bestuurders bereid zijn openheid te geven over hun keuzes, juist wanneer die vragen oproepen. De terugkeer van oude adviseurs hoeft op zichzelf geen probleem te zijn.

Maar zonder transparantie ontstaat onvermijdelijk de indruk dat oude netwerken opnieuw hun weg vinden naar de machtscentra van de staat. En dat is precies de indruk die een regering die zegt te staan voor goed bestuur zich niet kan veroorloven. Dit concept richt zich op bestuurlijke verantwoordelijkheid en transparantie, waardoor het juridisch sterker is dan een directe beschuldiging aan individuele personen. Het stelt kritische vragen zonder onbewezen feiten als vaststaand te presenteren.

More
articles