“Het einde komt in zicht.” Met die woorden schetste Patrick Brunings, minister van Olie, Gas en Milieu op dinsdag 23 juni in De Nationale Assemblée de voortgang van het traject, rond de eerste internationale verhandeling van Surinaamse carbon credits. Klimaatfinanciering is volgens de minister van groot belang voor Suriname, vooral in de periode voordat de verwachte grote inkomsten uit olie en gas op gang komen. “Wij werken hier al jaren aan en het einde van dat traject komt nu in zicht”, aldus Brunings.
Om de verkoop mogelijk te maken, heeft de regering inmiddels een overeenkomst gesloten met Deutsche Bank, die de verdere verhandeling zal begeleiden. Daarnaast zijn al gesprekken gevoerd met potentiële kopers, waaronder twee internationaal gerenommeerde bedrijven. De minister verwacht begin juli 2026 af te reizen om de laatste onderhandelingen, af te ronden. Daarbij bestaat de mogelijkheid dat het eerste contract wordt ondertekend. Brunings benadrukte, dat de opbrengsten niet rechtstreeks naar de staatskas zullen vloeien. Volgens de minister is afgesproken, dat de middelen worden geïnvesteerd in projecten die bijdragen aan milieubescherming en de ontwikkeling van inheemse en tribale gemeenschappen. Om de toekomstige inkomsten transparant te beheren, werkt de regering tegelijkertijd aan een nieuwe governance structuur. Die zal bestaan uit een toezichtscommissie onder leiding van de president en betrokken ministers, een technisch team dat nieuwe kansen onderzoekt en een stakeholderscommissie waarin ook vertegenwoordigers van inheemse en tribale volkeren, de private sector en andere belanghebbenden zitting zullen hebben.


