OM: vonnis in Baitali-zaak nog altijd niet uitgevoerd

Het Openbaar Ministerie (OM) heeft vandaag, vrijdag 12 juni in een persbericht de stand van zaken toegelicht in de rechtszaak tussen Baitali N.V., Kuldipsingh Infra N.V. en de Staat Suriname. Aanleiding voor de toelichting is de aanhoudende publieke belangstelling voor de kwestie rond de aanbesteding van infrastructurele werkzaamheden aan onder meer de Van ’t Hogerhuysstraat en de Slangenhoutstraat.

De zaak heeft betrekking op een door de Inter-Amerikaanse Ontwikkelingsbank (IDB) gefinancierd project waarvoor in december 2024 vijf bedrijven een inschrijving indienden. Baitali N.V. kwam daarbij met een bod van circa US$ 19,3 miljoen als laagste inschrijver uit de bus. Desondanks werd het project in maart 2025 gegund aan Kuldipsingh Infra N.V. voor ongeveer US$ 22,7 miljoen.
Volgens het OM stelde Baitali zich op het standpunt dat haar inschrijving ten onrechte ongeldig was verklaard en dat de beoordelingscriteria niet op een transparante en objectieve wijze waren toegepast. Nadat bezwaren bij zowel de Project Implementation Unit (PIU) van het ministerie van Openbare Werken als bij de IDB geen bevredigend resultaat opleverden, stapte het bedrijf naar de rechter.
In het daaropvolgende kort geding oordeelde de kantonrechter dat Baitali ten onrechte buiten de gunning was gehouden. De rechter gelastte dat de gunning aan Kuldipsingh moest worden ingetrokken, dat de aanbestedingsprocedure opnieuw moest worden uitgevoerd en dat Baitali daarbij als geldige inschrijver moest worden meegenomen. Daarnaast werd bepaald dat de uitvoering van het project voorlopig moest worden stopgezet.
Het OM merkt op dat de Staat aanvankelijk hoger beroep instelde tegen het vonnis, maar dat dit later op verzoek van de minister van Openbare Werken en Ruimtelijke Ordening werd ingetrokken. Hierdoor kreeg het vonnis definitieve kracht en bleef de rechterlijke beslissing volledig van toepassing.

More
articles