Minister Bee komt net als zijn illustere voorganger, Somohardjo, tot de ontdekking, wat voor waterhoofd het ambtelijk apparaat wel is. Als voorbeeld van hoeveel balast meegedragen wordt, noemde de minister een slordige 2000 personen, die niet eens in Suriname wonen, maar wél geld ontvangen. Zelfs het woord spookambtenaar dekt de lading niet. Een spook doolt immers door de vertrekken van het spookhuis. Deze leba’s zijn reeds lang gevlogen. Volgens de cijfers van de vorige minister van Financiën en Planning was tijdens de regering Santokhi het ambtenarenapparaat voor het eerst in de geschiedenis van het land, geslonken. De kosten waren echter, zoals in de rest van de geschiedenis van het land, gestegen. Niet op de laatste plaats, omdat de politieke klasse, enorm gestegen is in loon en privileges.
Als het waterhoofd verder opzwelt, zit de zwelling dus vooral rond de kruin. Iedere keer dat een nieuwe regering aantreedt, groeit het kabinet in aantal. Of het nou om nieuwe ministeries, herschikking van departementen of onderministers gaat, het aantal topfunctionarissen neemt toe en daarmee het aantal loon en privilege pakketjes, het aantal dienstreizen en het aantal toelages ook. De reden dat “tijdens” Somohardjo de lijst met beleidsadviseurs gelekt is, is omdat men bliksemsgoed weet, dat de spoken niet ronddolen in de kelder van het kasteel, maar in de torentjes. Bee hoeft dus niet in de catacomben op zoek te gaan naar schedels en skeletten. Hij hoeft de achternamen van zijn hoofdbestuur in het systeem in te voeren, en de leba’s zullen hem aanstaren.
Zoals we van hem gewend zijn, zegt hij altijd het juist en doet hij, meestal, persoonlijk, het maatschappelijk wenselijke. Afzien van een duur feestje. Wijzen op de tekortkomingen. Aan analyse en aan welbespraaktheid, heeft het deze minister gedurende zijn lange carrière, nooit geschort. Hij brandt zich vervolgens niet aan hete hangijzers, vooral niet, wanneer die op zijn eigen politieke chula sissen.


