CRISIS EN COMMISSIE TEGENOVERGESTELD

De commissiekoorts heeft zodanig om zich heen gegrepen, dat men niet meer schijnt te begrijpen dat in tijden van crisis, een commissie het laatste is waar je aan zou moeten denken. Commissies vergaderen, onderzoeken en rapporteren.

Om hun werk te kunnen doen, zijn beschikkingen, resoluties en voorwaarden van hun bevoegdheden (en hun bezoldiging) nodig.

Zo waren er, tot aan de krachtige eerste beleidsdaad van president Simons om een paar honderd commissies te ontbinden, tal van commissies die zich hadden opgestapeld onder Bouterse en Santokhi. Een deel daarvan betaalde nog steeds huurgelden voor huisvesting en vaste honoraria aan allerlei figuren die elkaar al maanden of zelfs jaren, niet meer gezien of gesproken hadden. Het geval is bekend van de later in ongerede geraakte superadviseur van Santokhi, die in een twintigtal commissies voorkwam.

In reactie op de wateroverlast, de waterschade, het buiten de oevers treden van kreken en de regen van memes over waterscooters, korjalen en watersportende stagiaires in de straten van Paramaribo, maakte de regering het volgende bekend: ‘De interdepartementale crisiscommissie bestaat uit vertegenwoordigers van OWRO, LVV, Ruimtelijke Ordening, het Nationaal Coördinatiecentrum voor Rampen-beheersing (NCCR) en districtscommissarissen.  De commissie moet acute problemen aanpakken en aanbevelingen voorbereiden voor de Raad van Ministers.’ Het heeft er echter verdacht veel van weg, dat deze bestuursdiensten dit alles al sinds jaar en dag gezamenlijk, zonder deze crisiscommissie, als onderdeel van hun taakstelling en doelstellingen hebben. Als wij in de crisis terechtkomen waarin wij nu verkeren, dan hebben zij stuk voor stuk gefaald in hun verantwoordelijkheden, waaronder hun verantwoordelijkheid tot interdepartementale samenwerking, hun verplichting om veel eerder aanbevelingen voor te bereiden en de noodzaak om in een crisis als deze het voortouw te nemen.

Nog zorgelijker is het dat de minister van OWRO een woordje klaar had over de rol van menselijk gedrag als bijdrage aan deze crisis. Dat betekent dat een en ander voorkomen had kunnen worden.

De werkelijke sleutelspeler binnen dit hele bestuurlijke vraagstuk ontbreekt echter in het departementale rijtje, namelijk het ministerie van Financiën en Planning. Commissies kunnen vergaderen en aanbevelen totdat men erbij neervalt, maar de realiteit is dat het niet tijdig en niet volledig betalen van wat betaald moest worden, en het niet investeren waarin geïnvesteerd had moeten worden, niet heeft plaatsgevonden als het gaat om onderhoud, reparatie, controle en het functioneren van de sluizen, en het werven, bijscholen en paraat hebben van personeel met beheer over de sluizen.

Ook het uitbaggeren en de kanaalschoonmaak zijn wel ingepland, maar niet betaald geworden.

En dat zal zo blijven als de aanbevelingen door de gehele machine van bureaucratie en corruptie moeten.

Als men dan toch zo commissieziek is, stel dan de minister van Financiën en Planning aan het hoofd van de commissie, want het probleem begint en eindigt bij het denken dat gemeenschapsgelden bestemd zijn voor topsalarissen en dienstreizen van politici.

More
articles