De regels voor grafruiming in Suriname zijn verouderd en sluiten niet meer aan op de praktijk. Dat blijkt uit onderzoek van A.G.A. Alimoenadi, onderinspecteur van politie en coördinator interne beveiliging bij het Openbaar Ministerie Suriname. Hij studeerde op 28 februari 2026 af aan de Anton de Kom Universiteit van Suriname. Hij onderzocht hoe grafruiming juridisch en praktisch functioneert in een samenleving met verschillende religieuze en culturele opvattingen over grafrust, en of de huidige wetgeving nog aansluit op de praktijk.
Volgens de Begrafeniswet 1959 mogen graven pas na een minimale termijn van twintig jaar worden geruimd. Deze regeling is bedoeld om ruimtegebrek op begraafplaatsen tegen te gaan. In Suriname bestaan echter verschillende soorten begraafplaatsen naast elkaar, met eigen regels en gebruiken. Daardoor ontstaat in de praktijk regelmatig spanning tussen wettelijke regels en religieuze of culturele normen. Uit het onderzoek blijkt dat de uitvoering van grafruiming op meerdere punten tekortschiet. Zo is vaak onduidelijk hoe en wanneer nabestaanden worden geïnformeerd, hoe grafrechten worden geregistreerd en welke procedure wordt gevolgd bij het ruimen van graven. Ook ontbreekt een duidelijke mogelijkheid om bezwaar te maken tegen ruimingsbesluiten. Dit leidt tot rechtsonzekerheid en ongelijke behandeling. De rode lijn in het onderzoek is dat de wet wel een bevoegdheid geeft om graven te ruimen, maar onvoldoende duidelijke regels bevat om dit zorgvuldig, transparant en uniform uit te voeren. Hierdoor verschillen werkwijzen tussen begraafplaatsen en ontstaat onduidelijkheid voor nabestaanden. Het Openbaar Ministerie Suriname heeft op grond van de wet een toezichthoudende rol bij voorgenomen grafruimingen. In de praktijk is die rol echter beperkt, omdat er geen duidelijke toetsings- of handhavingsbevoegdheden zijn. Daardoor blijft het toezicht grotendeels reactief. De conclusie van het onderzoek is dat een integrale herziening van de Begrafeniswet 1959 noodzakelijk is. Volgens Alimoenadi moeten er duidelijke regels komen voor onder meer communicatie met nabestaanden, registratie van grafrechten, toezicht en rechtsbescherming. Hij heeft hiervoor ook een concreet wetsvoorstel uitgewerkt.


