“Het is niet fout om te dansen”, met die stelling verdedigde minister Marinus Bee het besluit het jaar feestelijk af te sluiten met een budget van ongeveer SRD 500.000. In een land als Suriname, waar cultuur, saamhorigheid en feestmomenten diep verankerd zijn in de samenleving, klinkt dat op het eerste gezicht logisch. Niemand betwist, dat mensen na een jaar hard werken recht hebben op ontspanning. Daar gaat de discussie dan ook niet over. De vraag is niet of er gefeest mag worden, maar of de overheid zich dit kan en moet permitteren.
Suriname verkeert in een periode, waarin vrijwel dagelijks wordt benadrukt dat er geen vrije budgetten zijn. Ambtenaren wachten op betere arbeidsvoorwaarden, sectoren kampen met tekorten en essentiële diensten staan onder druk. In dat licht wringt het, wanneer er plotseling wel middelen beschikbaar blijken te zijn voor grootschalige geldverspillende jaarafsluitingen.
Minister Bee stelt dat het verdelen van SRD 500.000 onder ongeveer 7.000 werknemers “praktisch niets” zou opleveren. Dat mag financieel juist zijn, maar het gaat voorbij aan de symboliek. Juist in moeilijke tijden verwachten burgers en werknemers soberheid, solidariteit en voorbeeldig gedrag van hun leiders. Een bescheiden gebaar, kan soms meer betekenen dan een duur feest. Bovendien rijst de vraag, hoeveel kost dit besluit de regering totaal? Met circa zestien ministeries, lopen de uitgaven voor jaarafsluitingen al snel in de miljoenen. Geld dat ergens vandaan moet komen, in een tijd waarin de regering zelf aangeeft, nauwelijks ademruimte te hebben. Waar komt dat budget dan plotseling wel vandaan, en waarom juist voor feesten?
Zoals eerder ook door Keerpunt is aangegeven, we moeten niet aan ‘dot prodo’ doen. In plaats van afzonderlijke afsluitingen per ministerie had gekozen kunnen worden, voor één sobere, gezamenlijke afsluiting van de regering. Dat zou kosten hebben gedrukt en tegelijkertijd een signaal verstrekt van eenheid en verantwoordelijk bestuur. Het accent dat nu wordt gelegd, is ongelukkig. De discussie wordt versmald tot de vraag of mensen mogen feesten, terwijl het werkelijke punt gaat om prioriteiten, timing en bestuurlijke gevoeligheid. Niemand ontzegt ambtenaren hun recht op ontspanning. Maar groots uitpakken terwijl het land financieel in de afgrond ligt, is moeilijk te rijmen met de boodschap die de regering zelf uitdraagt.
Feestvieren hoort bij onze cultuur, dat staat buiten kijf. Maar goed bestuur betekent ook weten, wanneer terughoudendheid gepast is. Het probleem is niet het dansen. Het probleem is wie de rekening betaalt en of die op dit moment te verantwoorden is.


