Onwettige politieke inmenging bij bemensing CBvS

De aanname van de Wet Centrale Bankwezen 2022, zoals in april 2023 aangenomen, was een voorwaarde van het IMF-programma Extended Fund Facility. Aan deze voorwaarde is voldaan, hetgeen volgens de toenmalige regering, De Nationale Assemblee en de leiding van de Centrale Bank van Suriname (CBvS), tot meer onafhankelijkheid en versterking van het instituut zou leiden. Een van de waarborgen daarvoor, was de zittingstermijn van de leden van de Raad van Commissarissen.

In maart 2023 werd in naleving van de wet, een nieuwe Raad van Commissarissen benoemd. De wettelijke zittingstermijn van vijf jaren, loopt pas in 2028 af. De huidige governor van de Centrale Bank werd onlangs conform de juiste wettelijke termijn van zeven jaar, benoemd rond de periode van de transitie naar de regering-Simons/Rusland, aflopend in 2032. Deze termijnen zijn bedoeld om de onafhankelijkheid van het toezicht en van het bestuur van de CBvS te waarborgen.

Coalitiepolitici hebben inmiddels leden van de Raad van Commissarissen (RvC) getracht te bewegen, voortijdig hun functie neer te leggen en publiekelijk de indruk te wekken, dat dit uit eigener beweging zou zijn gebeurd. Paul Somohardjo verklaarde in augustus publiekelijk, de toezegging te hebben gehad dat Pertjajah Luhur een lid van de RvC mag invullen, terwijl de NPS bij regeringsformatie zelf gewag maakte van het feit, dat zij in onderhandeling is en waarschijnlijk de functie van governor van de Centrale Bank van Suriname, zal mogen invullen. Een belofte waarvan de vicepresident en partijvoorzitter publiekelijk de achterban gerustgesteld heeft dat deze intact is.

Er is volgens betrouwbare bronnen bij het instituut, thans sprake van onwettige politieke inmenging bij de bemensing van de moederbank.

More
articles