De vervolging roept vragen op over de periode, toen Robert van Trikt governor was bij de Centrale Bank van Suriname (CBvS). Niet in de minste plaats, omdat de feiten zo nauw samenhangen met de korte periode en de reeds uitgebreid behandelde feiten en delicten, waarvoor er reeds een veroordeling is geweest. Een veroordeling die breed uitgemeten en grotendeels uitgezeten is. Ten eerste is de betrokkenheid van anderen bij hetzelfde feitenrelaas, tot nu toe geen aanleiding geweest voor het Openbaar Ministerie om broodkruimels te volgen. Ten tweede heeft Van Trikt zich in tegenstelling tot voortvluchtige veroordeelden, relatief als een model verdachte, gedetineerde en veroordeelde opgesteld. Hij heeft getuigd in andere strafzaken, hij heeft openheid van zaken gegeven in zijn eigen verweer, hij heeft de media ruimhartig te woord gestaan en hij heeft zelfs op zijn manier berouw getoond.
Van Trikt heeft zichzelf wel kritisch opgesteld over het openbaar ministerie, het vervolgingsbeleid en de rechterlijke macht. Maar het lijkt haast alsof men meer vrede heeft met iemand die actief zichzelf, bewijs en zijn getuigenis wegmaakt, dan met iemand die gebruikmaakt van ieder burgerrecht, zelfs na veroordeling, waaronder het burgerrecht van vrijheid van meningsuiting.
Waar is het beginsel van ne bis in idem? Het zou best kunnen dat het strafonderzoek met een fijne stofkam iets oplevert dat technisch gezien een eigen leven kan gaan leiden. De vraag blijft, waarom dat niet in één keer is meegenomen bij de eerste vervolging. Hoe zouden wij erover denken, als ieder jaar een separaat nieuw decembermoordproces opgestart zou worden voor elk van de individuele slachtoffers?
Ons stelsel is voorbij pek en veren, personen vogelvrij verklaren of eeuwige ballingschap. Van Trikt heeft zijn steentje bijgedragen aan onze economie volledig ontsporen. Dat kan hem qua reputatie nog lang achtervolgen. Maar ons stelsel bepaalt ook dat aan elk touw en elke straf een eind komt. Dat achter iedere zin strafrechtelijk een punt hoort. Het OM is er niet om de bloedlust of de wraakhonger van een volk te stillen, maar om corrigerend en herstellend op te treden. Het is geen muilkorfinstituut, hoe graag oud-president Santokhi dat er ook van had willen maken.
Wie Van Trikt de mond wil snoeren, kan met hem in debat en kan hem daarbij, met zijn eerdere veroordeling, nu al een crimineel noemen. Wie wil voorkomen dat kasreserves weer verdwijnen, kan beter het spoor van gelden volgen, kijken wie er rijker en beter van geworden zijn en wie aan de touwtjes trok. Want als wij Van Trikt verwijten een marionet te zijn geweest, moeten we de marionettenspeler aanpakken, vooral als die tot op de dag van vandaag nog aan de monetaire touwtjes trekt.


