De bussen van het Nationale Vervoerbedrijf (NVB) stonden bijkans een week stil. De reden was eigenlijk al te raden, bushouders hebben al acht maanden geen betaling ontvangen. Het is de zoveelste keer, dat chauffeurs hun werk neerleggen, omdat de overheid haar betalingsverplichtingen niet is nagekomen. Als het ware, moeten ze met deze daad een reminder geven, dat ze de middelen waarvoor zij keihard gewerkt hebben, nog niet hebben ontvangen. Het is toch vreselijk als je een instantie, in dezen de overheid, een reminder moet geven? Want je hoort uitbetaald te worden voor geleverde diensten, mits anders overeen is gekomen. Een adviseur van de Actiegroep NVB-bushouders, maakte duidelijk aan de overheid, dat zij zonder geld niet zouden rijden. “Acht maanden lang rijden zonder salaris is onhoudbaar. Wij moeten brandstof betalen en hebben financiële verplichtingen. De samenleving begrijpt onze situatie niet altijd, maar dit ligt buiten onze invloed. De regering moet nu wel met een oplossing komen, want de afgesproken termijn met de minister, is inmiddels verstreken.” Inmiddels zijn de bushouders voor twee maanden uitbetaald en zijn de diensten weer opgevangen.
Maar het wrange is dat dit patroon al jaren wordt gehandhaafd. Niet alleen de huidige regering, maar ook voorgaande regeringen, hebben de gewoonte ontwikkeld om achterstanden op te bouwen. Pas wanneer bushouders, soms ook andere ondernemers staken, komt er beweging. Zo wordt staking als pressiemiddel bijna structureel gemaakt. Die houding heeft een prijs. Op den duur zal het NVB letterlijk uitgehold raken. Misschien zal er dan nog personeel op papier zijn, maar zonder rijdende bussen en gemotiveerde chauffeurs, is er geen dienst meer. De vergelijking met de Particuliere Lijnbusorganisaties dringt zich op, die draaien doorgaans efficiënter, simpelweg omdat daar betalingen en organisatie strakker zijn geregeld. Waarom kan de overheid dat niet? Het antwoord ligt aan politieke en bestuurlijke gewoontes. Het lijkt alsof de overheid het normaal acht te laat te betalen voor haar eigen diensten. Maar als het NVB moet functioneren als serieuze publieke vervoerder, dan moeten die gewoontes worden doorbroken. Zoals in elke relatie geldt, wie zijn partner serieus neemt, brengt positieve veranderingen aan. De overheid kan niet verwachten dat chauffeurs acht maanden lang voor niets blijven rijden. Betaling moet prioriteit genieten, en niet pas plaatsvinden als de eerste bussen niet meer rijden.
Met de deskundigen die het ministerie van Transport, Communicatie en Toerisme in huis heeft, moet het mogelijk zijn, een degelijk betalingssysteem te verwezenlijken. Tijdige en voorspelbare betaling aan bushouders is geen gunst, maar een must en voorwaarde voor goed openbaar vervoer. Zolang de overheid dat niet beseft, blijft het vertrouwen in het NVB afbrokkelen.


