‘Brunswijk gedraagt zich alsof vicepresidentschap persoonlijk bezit is’

De druk die ABOP-leider Ronny Brunswijk opvoert, om opnieuw het vicepresidentschap te bemachtigen, roept politieke en staatsrechtelijke vragen op. Bestuurskundige drs. August Boldewijn wijst op het risico, dat persoonlijke ambities de coalitie kunnen gijzelen. Tegelijkertijd is er in de afgelopen dagen politieke beweging rondom Brunswijk gesignaleerd. Volgens betrouwbare bronnen, overwoog Brunswijk zich alsnog kandidaat te stellen voor de stemming rond de vicepresidentsfunctie. Officiële bevestiging daarvan ontbreekt vooralsnog.

Volgens Boldewijn is de houding van Brunswijk problematisch. “Hij beschouwt het vicepresidentschap als het automatisch verlengde van zijn vorige termijn. Dat is onjuist. In onze staatsinrichting is het aan de coalitie, samen tot een voordracht te komen. Een individuele partijvoorzitter kan dat niet zelfstandig claimen.”

Boldewijn noemt het onwenselijk dat een partijleider via publieke druk probeert een functie op te eisen tijdens de formatie. “Dat verstoort het onderhandelingsproces en kan het vertrouwen binnen de coalitie ondermijnen. Het is slecht voor de beeldvorming en uiteindelijk ook voor de stabiliteit van het bestuur.”

Volgens Boldewijn is deze situatie exemplarisch voor de kwetsbaarheid van het Surinaamse politieke systeem. “Zonder duidelijke afspraken over verdeling van topposities binnen coalities, ontstaan er telkens spanningen. De wet biedt ruimte voor interpretatie, en die ruimte wordt gebruikt voor persoonlijk gewin in plaats van het nationaal belang.” Boldewijn pleit voor transparante regels en afspraken vooraf, zodat politieke topfuncties niet langer het toneel zijn van machtsstrijd en onderlinge gijzeling.

Hoewel Ronnie Brunswijk zich nog niet formeel heeft uitgesproken over zijn rol binnen de nieuwe regering, blijft zijn politieke strategie onderwerp van veel speculatie. Als voorman van ABOP, de partij die een aanzienlijke bijdrage levert aan de coalitiemeerderheid, beschikt hij over meerdere routes, om alsnog een machtspositie te bemachtigen.

Volgens Boldewijn zou Brunswijk ervoor kunnen kiezen de druk binnen de coalitie op te voeren met het verzoek tot heropening van de formatie. ‘’Zijn terughoudendheid bij het tekenen van het coalitieakkoord eerder deze maand, is een signaal dat hij het vicepresidentschap niet uit het oog heeft verloren’’, aldus Boldewijn.

Een andere route is het ruilen van portefeuilles of ministersposten tegen machtsconcessies. Brunswijk zou kunnen inzetten op sleutelposities binnen het kabinet als alternatief voor de VP-zetel. Deze strategie vereist delicate onderhandelingen, maar zou zijn partijpolitieke invloed bestendigen.

Publieke druk vormt volgens Boldewijn, eveneens een krachtig instrument. ‘’Door op te treden voor zijn achterban, partijbijeenkomsten te organiseren en mediacampagnes te voeren, zou Brunswijk de boodschap kunnen uitdragen, dat ABOP een vicepresidentiële vertegenwoordiging verdient, gelet op het politieke gewicht van de partij.’’

Met de 34 zetels die Brunswijk bijdraagt aan de meerderheid, heeft hij het mandaat om gesprekken met de andere partners, waaronder NDP, PL, NPS, BEP en A20, te heropenen. Via tussenpersonen als Jennifer Simons kan hij inzetten op nieuwe machtsconcessies.

Simons gaf eerder aan, dat de deur voor Brunswijk altijd open blijft. Deze houding biedt ruimte voor een terugkeer via de ‘zachte diplomatie’. Hoewel dit mogelijk geen vicepresidentschap oplevert, ligt een alternatieve zichtbare rol – wellicht als regeringscommissaris of kabinetscoördinator – binnen bereik.

Tot slot geeft Boldewijn de coalitiepartijen het advies, niet toe te geven aan persoonlijke druk. “Laat je niet chanteren. Er is altijd ruimte voor overleg, maar alleen als het collectief centraal blijft staan. Geef Brunswijk erkenning als partijleider, maar zonder het land te laten draaien om één individu.”

More
articles