‘Regeringsleden in Pan American zaak minstens op non-actief stellen’

Het Openbaar Ministerie (OM) heeft onlangs in een persbericht aangekondigd, een gerechtelijk vooronderzoek (GVO) te vorderen in de Pan American zaak. Naar aanleiding van een strafklacht van een anonieme klokkenluider, heeft de procureur-generaal een politiedossier ontvangen. Deze strafklacht richt zich onder meer tegen regeringsautoriteiten. Na een analyse van de onderzoeksresultaten van de politie en gezien de aard van de zaak, heeft het OM besloten het gerechtelijk vooronderzoek te vorderen. Het OM benadrukt, dat het vervolgingsapparaat op dit moment niemand als verdachte heeft aangemerkt.

“De bekendmaking van de fase van gerechtelijk vooronderzoek (GVO)) in de zaak heeft verstrekkende gevolgen. Het betekent dat bewijsverzameling en dwangmiddelen onder de regie van een onderzoeksrechter/rechter-commissaris plaatsvinden. Aangezien het omvangrijke dossier reeds aangereikt is door de klokkenluider en de NDP-fractie, hoeft deze fase niet lang te duren”, aldus een jurist tegenover de krant. Hoewel er formeel geen verdachten bekendgemaakt zijn, zou het volgens de jurist bijzonder gepast zijn voor de hooggeplaatste functionaris, wiens formele besluiten veelvuldig in het dossier voorkomen en wiens gezinslid tevens een beëdigd functionaris van het Openbaar Ministerie is, zich formeel te verschonen van iedere betrokkenheid. “Het past voorts dat het Openbaar Ministerie bij een dergelijk besluit, terstond het publiek informeert. “Vanwege de wettelijke en grondwettelijke wijze van het in staat van beschuldiging stellen van politieke ambtsdragers, is het niet vreemd dat het Openbaar Ministerie eerst de verdergaande onderzoeksfase inleidt en daarmee reeds de kans van strafbare feiten, signaleert.”

De jurist stelt dat een dossier aan De Nationale Assemblee voorbereid zal moeten worden voor besluitvorming, als blijkt dat de rol van politieke ambtsdragers inderdaad een strafrechtelijk verwijtbaar karakter heeft. “Het handhaven van ministers in deze fase van het strafproces, is echter onverklaarbaar, gezien de beleidsverantwoordelijkheid die de functionarissen nog dragen en de toegang en invloed over potentieel bewijs en potentiële getuigen.” Tot slot verwijst de jurist naar artikel 8 van de Anti-corruptiewet, die gericht is op de bescherming van klokkenluiders en getuigen. “Hierin wordt behoorlijk geweld aangedaan door de betrokken regeringsleden niet minstens op non-actief te stellen, tot afronding van het gerechtelijk vooronderzoek. De bestuurscultuur van de regering geeft hierdoor blijk van een desinteresse in onafhankelijk onderzoek, het gelijkheidsbeginsel en de integriteit van het strafproces.”

More
articles