Regering voornemens vier bruggen en zesbaansweg te bouwen

President Chandrikapersad Santokhi heeft onlangs tegenover de krant bevestigd, dat de regering voornemens is om vier bruggen te bouwen op verschillende locaties en een zesbaansweg aan de Van  ‘t  Hogerhuysstraat. “We hebben de Expression of Intrest voor de brug over de Surinamerivier van Domburg naar Commewijne uitgestuurd, zodat het verkeer via de zuidelijke richting kan trekken. Dan heb je de brug van Leonsberg naar Nieuw-Amsterdam, om het verkeer noordelijk weg te trekken en we gaan binnenkort de openbare inschrijving hebben, zodat de veerboot vanuit Meerzorg weer ingezet kan worden”, aldus Santokhi. Volgens de president kan je hiermee de totale filevorming weghalen. “Er komt daarbij nog een zesbaansweg aan de Van ‘t Hogerhuysstraat, waarvan een baan bestemd zal zijn voor de bestaande brug. Dan zijn er nu nog gesprekken gaande ten aanzien van de brug tussen Suriname en Frans-Guyana over de Marowijnerivier”, bevestigt Santokhi.

Het Staatshoofd heeft ook verteld dat de partijen die hebben ingeschreven voor de bouw van de brug tussen Suriname en Guyana nu in de laatste fase verkeren, waardoor de tender nu tussen twee partijen gaat. In een eerder interview met De West, vertelde minister Albert Ramdin van Buitenlandse Zaken, International Business en Internationale Samenwerking (BIBIS), dat de gesprekken ten aanzien van de brug over de Corantijnrivier worden gevoerd en dat de burg zeker zal komen, omdat er voor de tender van de verschillende fases zoals ontwerp, financiering, bouw, operatie en onderhoud, al goedkeuring is gegeven door de regering aan het ministerie van Openbare Werken. Dat is ook overeengekomen met de Guyanese regering. Met betrekking tot het financieringsinstrument waren de regeringen van Guyana en Suriname nog onderling in gesprek over wie betaalt hoeveel en welk percentage. Persoonlijk was de minister duidelijk, dat hij een probleem had met het delen van de bouwkosten en Suriname het liefst zelf de brug bouwt tot aan waar de grens ligt. “Het is daarom nu goed om vast te stellen, dat de brug tot de linkeroever van de Corantijnrivier loopt bij laagwaterstand, tot daar is van ons, en dat zullen wij dan financieren. De rest kan Guyana betalen en dat is maar een klein deel”, stelt Ramdin. Dit is allemaal nog niet officieel overeengekomen, maar wat Ramdin wil voorkomen is, dat er een situatie ontstaat waarbij zij denken, dat als zij de helft van de brug betalen, dat het gebied ook van Guyana is. Dit kan voor problemen zorgen qua interpretatie en ook dat de Guyanezen vervolgens beheersdaden gaan uitvoeren. ‘’Dit moeten we voorkomen, want al hebben wij nu een goede relatie met de huidige regering, we weten niet wie er daar over 20 jaar zit”, aldus de minister. Alle zaken moeten duidelijk worden vastgelegd zegt Ramdin, zodat men weet dat de linkeroever bij laagwaterstand tot daar bij de brug, ons grondgebied is.

door Gladys Findlay

 

 

 

More
articles