Staat betaalde 12.9 miljoen voor dezelfde gebouwen die CBvS kocht voor 60 miljoen

Verkochte ‘overheidspanden’ staan nog steeds op naam van Putter

Artikel 18 lid 4 van de Bankwet: Behoudens het bepaalde in het tweede lid koopt of bezit de Bank geen onroerende goederen, dan die welke voor de uitoefening van haar bedrijf benodigd zijn. De constructie van de overheidspanden is een van de mogelijkheden, die ex-governor Robert van Trikt, de gewezen minister van Financiën Gillmore Hoefdraad, de ex-directeur Legal Compliance & International Affairs van de Centrale Bank van Suriname (CBvS), Faranaaz Hausil en de ex-directeur van Surinaamse Postspaarbank (SPSB) Ginmardo Kromosoeto, in vereniging hebben toegepast om monetair te kunnen financieren voor de toenmalige regering.

De monetaire financiering had tot gevolg, dat er meer geld in omloop werd gebracht waar geen dekking tegenover stond. De wisselkoers schoot daardoor omhoog. Om de wisselkoers stabiel te houden, is er toen geïntervenieerd op de valutamarkt en daarbij is er onder andere gebruik gemaakt van de kasreservemiddelen van de commerciële banken.

Deze informatie heeft de redactie uit betrouwbare bronnen mogen vernemen en ook terug kunnen vinden in de processen-verbaal van Faranaaz Hausil en Ginmardo Kromosoeto.

Het Openbaar Ministerie heeft een reeks e-mails kunnen achterhalen, waarbij de link tussen de verdachten werd gelegd. Ook brieven werden gearchiveerd door het secretariaat van de president van de moederbank. De krant kreeg aantal e-mails onder ogen die betrekking hebben op de verkoop van de overheidspanden. In een brief d.d. 3 december 2019 schreef ex-governor Van Trikt aan Hoefdraad, dat hij het bod van de negen onroerende goederen accepteert en ook de betaling van euro 60 miljoen (2e tranche panden) autoriseert. Nadat de Centrale Bank voor de 2e tranche onroerende goederen had betaald, werd duidelijk dat deze onroerende goederen niet het eigendom zijn van de staat en dat Hoefdraad ze niet kon verkopen. Vervolgens heeft de Republiek Suriname op 18 december 2019, euro 11,800.000 betaald aan de Surinaams Postspaarbank (SPSB) (schuldaflossing voor Putter) om de eigenaar te worden van genoemde onroerende goederen die behoorden tot de 2e trance panden (met uitzondering van het onroerend goed aan de Mahonylaan). Uit de beschikbare documenten blijkt niet, dat er op het onroerend goed aan de Mahonylaan een hypotheek was gevestigd. Putter heeft dit onroerend goed middels een koop/verkooptransactie aangeboden aan de Republiek Suriname voor euro 1.100.000. Echter is er geen koop/verkoopverklaring tussen Putter en de Republiek Suriname (RGB) en staat dit onroerend goed nog steeds op zijn naam. Uiteindelijk heeft de Republiek Suriname in totaal euro 12.900.000 betaald voor de onroerende goederen. Het zijn dezelfde onroerende goederen (met uitzondering van het pand van de belastingen aan de Sommelsdijkstraat) die Hoefdraad op 20 september 2019 heeft verkocht aan de CBvS voor euro 60 miljoen.

Het is wel heel opmerkelijk, dat de onroerende goederen nog steeds staan op naam van stichtingen en naamloze vennootschappen met Putter als enig bestuurslid, ondanks de Republiek Suriname per 18 december 2019 de schuld van Putter bij de Surinaamse Postspaarbank heeft afgelost en Putter in een brief van 31 december 2019 heeft aangegeven de onroerende goederen over te zullen dragen aan de Republiek Suriname.  Bij de Rechter-Commissaris is Hoefdraad in april 2020 geconfronteerd met het feit, dat de onroerende goederen van de 2de tranche niet toebehoren aan de Staat Suriname, maar staan geregistreerd op naam van stichtingen en naamloze vennootschappen waarvan Putter was aangegeven als enig bestuurslid. Hoefdraad heeft toen aangegeven, dat de onroerende goederen het eigendom zijn van de SPSB. Toen aan Hoefdraad werd voorgehouden, dat de onroerende goederen niet aan de SPSB toebehoren heeft hij aangegeven, dat de informatie daarover te zullen opvragen en indien nodig te zullen opsturen voor de Rechter-Commissaris. Hij verklaarde ook, dat Putter een adviseur is van de SPSB.

More
articles