Deze vraag zullen bepaalde personen uit het kabinet Santokhi zich wel regelmatig afvragen, als het gaat om de enorme schuldenlast waarmede het opgezadeld is geraakt door het vorige kabinet en de weinig en of zeer onvoldoende overheidsinkomsten waar het maandelijks op kan rekenen. De regering Santokhi heeft een volledig failliete boedel overgenomen van de regering Bouterse, die tien jaar lang desastreus en verkwistend financieel-economisch beleid gevoerd heeft, en dat uiteindelijk uitgezongen werd door een berg van externe leningen aan te gaan. Oorzaak en gevolg van dit beleid wordt de regering Santokhi nu keihard mee geconfronteerd. Ze heeft een land overgenomen na de verkiezingsoverwinning van 25 mei, dat nu een totaal economische en financiële reddingsactie dient te ondergaan. Een reddingsactie die geplaagd wordt door een vreselijk begrotingstekort en schulden in zowel binnenland als buitenland, waarvan de laatstgenoemde schulden, ernstige consequenties voor Suriname kunnen hebben, als we niet in staat zijn op tijd de rente en schuld af te betalen. Het niet op tijd betalen van de buitenlandse leningen en rente heeft gelijk tot gevolg dat onze kredietwaardigheid ten opzichte van het buitenland, een steeds slechtere aanduiding c.q. rating oplevert. En dat is nu precies wat zich aan het voltrekken is met betrekking tot de rentebetalingen op leningen van 550 en 125 miljoen dollar aan Oppenheimer. Suriname is voor wat betreft zijn verdiencapaciteit in dollars zo teruggevallen, dat de rente op deze leningen niet volgens afspraak kan worden voldaan, laat staan dat wij in staat zouden zijn, het geleende bedrag af te lossen binnen de overeengekomen termijn. Deze maand zijn wij dus niet in staat de rente van 26 miljoen op een lening van 550 miljoen dollar op tijd af te dragen, hetgeen nu heeft geleid tot verdere daling van onze rating door het ratingbureau Fitch van CC naar C. Absoluut de laagste kredietwaardigheidsnotering in onze geschiedenis. Het gaat hier om een credit rating voor lange termijn buitenlandse valutaleningen. Het ligt hierbij in de lijn der verwachtingen, dat ook de andere ratingbureaus, Moody’s en Standard & Poor’s, over zullen gaan tot verlaging van de rating van ons land. De stap van Fitch betekent de aanzet tot het plaatsen van Suriname in de categorie van landen met een zogeheten ‘default’, hetgeen wanbetaler inhoudt. Naar verluidt heeft Suriname nu nog de ruimte binnen dertig dagen de rente op de lening van 550 miljoen dollar, alsnog te voldoen. Slaagt het er na de zogeheten “grace period” toch nog niet in te betalen, dan gaat de kredietwaardigheid nog verder omlaag naar RD, restrictive default status, hetgeen wanbetaling inhoudt. Suriname zal naar verluidt, herschikkingen van zijn buitenlandse schulden trachten te realiseren bij zijn externe crediteuren. De regering heeft om deze herschikkingen te kunnen verwezenlijken, de hulp ingeroepen van de instanties White& Case LLP en Lazard Frères. Deze zet van de regering Santokhi heeft wel tot verontrusting geleid bij de externe crediteuren vanwege de keiharde reputatie van de twee laatstgenoemde instanties. De regering Santokhi heeft zeker tot taak Suriname en de gehele gemeenschap te beschermen tegen een default en de daarmede gepaard gaande strafmaatregelen die vanwege het buitenland en zijn schuldeisers, op touw kunnen worden gezet. Ook binnen het bankwezen wordt gevreesd voor sancties tegen dit land en vooral op het gebied van girale transacties bij de import van goederen, indien wij in een default belanden. De regering heeft daarom een gigantische opgave om de economie te herstructureren en wederom tot groei te brengen. De zaak is nimmer helemaal reddeloos en men mag ook niet de indruk hebben of wekken dat het herstel onbegonnen werk is, omdat Suriname voldoende potentie heeft om ook uit dit diepe dal te geraken. Alleen moet de regering ook een luisterend oor hebben voor deskundigen, die niet altijd in haar gelederen hoeven voor te komen. Ze kan goed gebruik maken van de Vereniging van Economisten in Suriname, VES, en moet vooral niet ertoe overgaan, deze vereniging te negeren. Die fout heeft de regering Bouterse voortdurend gemaakt, omdat ze een andere en bedenkelijke agenda erop na hield. De regering Santokhi dient wel gebruik te maken van de kennis waar de technocraten in deze vereniging in ruime mate over beschikken. Suriname kan zeker wel weer tot economische groei gebracht worden, maar dan wel met de juiste aanpak en daarbij hoort vooral en in hoge mate het aanzwengelen van de op export gerichte productie.
