‘2018 wordt een catastrofaal jaar; massa moet kracht tonen’

2018 wordt volgens de voorzitter van de Associatie van Kleine en Middelgrote Ondernemingen in Suriname (Akmos), Sham Binda, een catastrofaal jaar qua financiën. Hij benadrukt dat het volk, de massa, zijn kracht zal moeten tonen in het nieuwe jaar. Hij geeft aan dat de overheid op het punt staat om staatspanden en aandelen te verkopen en af te stoten, dit geeft aan dat 2018 alleen maar uitzichtlozer zal zijn. Binda vreest er zelfs voor dat de regering de subsidies aan bedrijven, zoals de N.V. Energie Bedrijven Suriname (EBS), de Surinaamsche Waterleiding Maatschappij (SWM) en de Surinaamse Luchtvaart Maatschappij (SLM), niet meer zal kunnen betalen. Dit zal volgens hem tot gevolg hebben dat de prijzen van nutsvoorzieningen fors omhoog zullen gaan. Hij geeft aan, dat ook de SLM hieronder zal lijden en in grote problemen zal geraken. Al deze zaken zullen volgens Binda ervoor zorgen dat de werkloosheid alleen maar zal toenemen, ook zijn er geen aanwijzingen dat er maatregelen worden genomen om de export te vergroten om zo de verdiencapaciteit van ons land te vergroten.  Voorts merkt Binda op dat dit jaar het geloof in de banken is komen weg te vallen door de recente gebeurtenissen in de bankensector in ons land. Hierdoor hebben heel veel mensen hun geld van de bank gehaald.

Hij voert aan dat mensen ook geen geld overhouden om op de bank te zetten, dit als gevolg van onder andere prijsstijgingen van goederen, waardoor mensen niet of nauwelijks in staat zijn om te voorzien in hun levensonderhoud. Binda merkt op dat een hoogtepunt in dit jaar is, dat het volk het nog heeft volgehouden en dat zij zich nog steeds rustig heeft gehouden. 2018 zal volgens de Akmos- voorzitter een jaar worden waarbij het volk zal moeten kiezen om stil te blijven of om zijn kracht te tonen. Zelf voorspelt hij dat het volk het niet meer zal kunnen volhouden en dat er stakingen zullen zijn in het nieuwe jaar. Hij merkt op dat de overheid gebouwen gaat verkopen die aan het volk toebehoren. Binda vraagt zich af wie de minister van Financiën, Gillmore Hoefdraad, het recht geeft om zonder enige nationale discussie de gebouwen en aandelen van het volk te verkopen. Hij wil graag weten hoe de verkoop zal geschieden en wie de kopers zullen zijn, aangezien een groot deel van de Surinamers nauwelijks het hoofd boven water kan houden.

Binda vermoedt dat het dezelfde mensen zullen zijn die zich verrijkt hebben met gelden van het volk en dat zij met hetzelfde geld Suriname zullen kopen. Hij verwijst in dit kader naar de soortgelijke werkwijze van regeringen in Venezuela, Equatoriaal Guinea en Zimbabwe.

Binda benadrukt dat al deze mensen gestraft dienen te worden. Hij geeft aan dat het probleem van Suriname geen economische wereldcrisis is, maar een politiek probleem dat een economische malaise heeft veroorzaakt.

door Johannes Damodar Patak

 

More
articles