Brandstofprijs in ons land in relatie tot herinvoering kentekenbelasting

De termijn van uitstel van de inning van de kentekenbelasting eindigt aan het eind van deze maand. De herinvoering van deze belasting per 1 januari 2019, vond plaats zonder de gelijktijdige afschaffing van de government take op de olieprijzen aan de pomp. Bij wijze van tegemoetkoming aan de samenleving, besloot de regering de daadwerkelijke inning van de belasting uit te stellen tot 1 maart 2019. De roep binnen de samenleving tot het doen intrekken van de kentekenbelasting neemt toe naarmate het einde van de maand nadert. Met dit protest tracht men te voorkomen dat er in feite dubbele inning plaatsvindt van de government take.

 Doekje voor het bloeden

De government take werd destijds geïntroduceerd ter vervanging van de kentekenbelasting. Doordat de overheid deze belasting thans wederom heeft ingevoerd zonder de gelijktijdige afschaffing van de govenment take, tast het beginsel aan van redelijkheid en billijkheid. De tijdelijk uitgestelde inning van de kentekenbelasting was slechts een doekje voor het bloeden.

Calculatie van de pompprijs

Het is interessant om na te gaan hoe de olieprijzen aan de pomp tot stand komen. In der tijd gaf de leiding van de afdeling Algemeen Economisch Beleid van het ministerie van Handel, Industrie en Toerisme, daarover uitvoerig uitleg.

De brandstofprijzen aan de pomp zijn afhankelijk van verschillende factoren op diverse momenten, te weten: de internationale marktprijs voor ruwe olie; de regio waar ingekocht wordt; de raffinaderij waar de ruwe olie is verwerkt en gekocht; afspraken tussen oliemaatschappijen en raffinaderijen die de prijs bepalen; het aankoop moment van de olie door onze lokale oliemaatschappijen.

De lokale oliemaatschappijen dienen los van elkaar een prijsaanvraag in bij het ministerie, dat op zijn beurt de bij wet vastgestelde government take toevoegt alsmede de bij beschikking vastgestelde winstmarge voor de oliemaatschappijen. De winstmarge van de lokale oliemaatschappijen wordt uitgedrukt in US-dollarcenten per liter voor diesel en gasoline zonder additieven en een aparte winstmarge, eveneens uitgedrukt in US-dollarcenten, voor gasoline met additieven.

Consument sluitpost?

Vermeldenswaard is tevens dat de oliemaatschappijen de houders zijn van de pompen waar de consument het product koopt. De voormelde factoren in ogenschouw genomen, is de eerste reactie die bij je opkomt: hoe moet ik als consument in hemelsnaam verifiëren of de pompprijs die mij in rekening wordt gebracht, juist is? Het merendeel van de opgesomde factoren is namelijk voor de consument niet te verifiëren. Het komt over alsof de consument een sluitpost is in de prijscalculatie. En als de overheid, als de bewaker van het algemeen belang, ook niet in staat is alle opgesomde factoren op hun juistheid te controleren, dan zijn we als burgers inderdaad overgeleverd aan willekeur.

Kritische vragen

De volgende interessante vragen dienen zich onder meer aan naar aanleiding van bovenvermelde factoren die van invloed zijn op de prijscalculatie van de pompprijs: Op welk moment wordt er daadwerkelijk ingekocht?

Is het inkoopbeleid van de oliemaatschappijen wel efficiënt? Onnodig duur of niet tijdig inkopen is noch in het belang van de consumenten noch van de overheid die immers de schaarse deviezen moet ophoesten om de olie-importen veilig te stellen.

Dit leidt tot vervolgvragen, zoals:

Wordt door de overheid voldoende ruimte overgelaten aan het bedrijfsleven voor creatief- en concurrerend ondernemerschap?

Wordt er optimaal gebruik gemaakt van de mogelijkheden om voordelig in te kopen?

Moeten we niet naar grotere opslagfaciliteiten om te kunnen profiteren van de marktmomenten waarop de inkoopprijs laag is?

In welke regio’s wordt er ingekocht om onze vraag te dekken, rekening houdende met de leveringsduur en de kosten die met het transport gemoeid zijn?

Welke raffinaderijen leveren de goedkoopste olie?

Houden de afspraken tussen de oliemaatschappijen en de raffinaderijen voldoende rekening met het consumentenbelang, met andere woorden, rieken de gemaakte afspraken niet naar kartelvorming?

Verdragen deze afspraken zich wel met de geest van een vrije wereldhandel?

Is de tijd niet rijp om de belangen van de pomphouders en de exploitanten der pompen beter op elkaar af te stemmen?

Wat is de rechtvaardigheidsgrond van de ‘goverment take’ nu de overheid weer er toe is overgegaan de kentekenbelasting in te voeren?

En tot slot: waar heeft de overheid de tot dusver geïnde goverment take voor aangewend?

George R. Bijnoe