‘Hakrinbank is geen bacovewinkel’

Rabin Parmessar wordt mogelijk de opvolger van Jim Bousaid bij de Hakrinbank. Hierover wordt al geruime tijd gespeculeerd in de samenleving. Voor Roy Shyamnarain, aandeelhouder van de bank, is dit nieuws. Hij geeft aan dat de bank een gerespecteerde instelling is in onze gemeenschap en neemt als aandeelhouder aan dat de bank zich houdt aan de wetten en interne regels die voor de bank gelden.
Shyamnarain benadrukt dat de benoeming van directieleden een exclusieve bevoegdheid is van de Algemene Vergadering van Aandeelhouders (AvA) van de bank. “Het kan dus niet zo zijn dat op een dag een aandeelhouder opstaat en in zijn eentje beslist, dat Sjakie of Cobie, CEO wordt van de bank”, zegt Shyamnarain. Dat is volgens hem ook niet anders als de betreffende aandeelhouder de meerderheid van de aandelen heeft.

Zelf wil hij geen oordeel vellen over het al of niet gekwalificeerd zijn van Parmessar voor de functie van CEO. Hij benadrukt dat de Hakrinbank geen bacovewinkel is en dat zo een besluit dus in de AvA zal moeten worden genomen.
Om als directielid van de Hakrinbank benoemd te worden, moet een kandidaat voldoen aan een door de organen van de bank vastgesteld profiel. Daarnaast is voor de invulling van vacatures binnen de directie op de jaarlijkse AvA van 2016, een bepaald traject met de aandeelhouders afgesproken, dat onder andere inhoudt dat vacatures binnen de directie vanuit het eigen kader van de bank ingevuld zullen worden. Die afspraak kan niet zomaar opzij worden gezet. “Anders ontneem je het jong kader van Hakrinbank, waarin zoveel is geïnvesteerd, het vooruitzicht om ooit ook voor de topfuncties in aanmerking te komen”, zegt hij.
Shyamnarain haalt aan dat de Hakrinbank zich tot nu toe met de benoeming van Rafiek Sheorajpanday en Magalie Keerveld, aan die afspraak heeft gehouden. Hij heeft daarom geen reden om aan te nemen dat daarin nu buiten de AvA om verandering is gekomen voor wat betreft de invulling van de twee overige directiefuncties. “Voor die beide functies zijn voor zover ik weet zelfs reeds kandidaten uit eigen gelederen geïdentificeerd. Ik wacht dus vol verwachting op het formaliseren van hun benoeming door de AvA van Hakrinbank”, zegt Shyamnarain.
De Staat Suriname bezit 51 procent van de aandelen. Minister Gillmore Hoefdraad van Financiën heeft aangeven, dat de overheid voor het eind van het jaar haar aandelen zal terugbrengen naar 20 procent. In de Wet Toezicht Kredietwezen (WTK) is bepaald dat een aandeelhouder niet meer zeggenschap in een bankinstelling mag hebben dan de zeggenschap, die overeenkomt met 5 procent van alle geplaatste aandelen van die instelling. Shyamnarain legt uit dat onder bepaalde voorwaarden, de Centrale Bank van Suriname (CBvS) hiervoor echter ontheffing kan verlenen. Met zo een ontheffing kan een aandeelhouder maximaal 20 procent van alle aandelen bezitten. Belangrijk is echter volgens de aandeelhouder dat het verzoek om ontheffing binnen een bepaalde termijn bij de CBvS moet zijn gedaan.
“De staat bezit weliswaar 51 procent van de aandelen Hakrinbank, maar kan wettelijk gezien geen zeggenschap uitoefenen op deze aandelen, omdat de staat verzuimd heeft om tijdig toestemming hiervoor te vragen aan de Centrale bank” aldus Shyamnarain. Indien vanuit de staat wordt beweerd dat zij die toestemming wel heeft, is hij van mening dat deze in strijd is verleend met de WTK. Hij legt uit dat zuiver juridisch gezien de staat daarom geen stemrecht heeft in de AvA van Hakrinbank. Als de staat met powerplay toch meedoet aan de stemming in een AvA van de bank en bepaalde beslissingen toch doordrukt, kunnen die beslissingen volgens Shyamnarain voor de rechter worden aangevochten. “Dat kan vergaande consequenties hebben voor het aanzien en functioneren van Hakrinbank. Daarom ga ik ervan uit dat iemand, dus ook de Staat, niet willens en wetens de Bank in een dergelijke positie wil plaatsen”, zegt de aandeelhouder.
Het maakt volgens hem eigenlijk daarom niet uit of de staat haar belang in de Hakrinbank nu wel of niet terugbrengt. Hij zegt dat zolang die aandelen in handen zijn van de staat, er daarop geen enkele zeggenschap in beslissingen van de bank kan worden uitgeoefend. “De WTK is daar duidelijk in. In feite heeft de staat door laksheid of misschien zelfs arrogantie, zichzelf dus buitenspel gezet bij Hakrinbank”, aldus Shyamnarain.

 

-door Johannes Damodar Patak-