NPS vertrouwt betaalmogelijkheden rij -en voertuigenbelasting niet

Er zijn nog steeds veel vragen met betrekking tot de Wet Rij -en Voertuigenbelasting. De Nationale Partij Suriname (NPS) vertrouwt de betaalmogelijkheden die door de re-gering bekend zijn gemaakt niet, namelijk de kantoren van de EBS, van de Belastingdienst en de Surinaamsche Waterleiding Maatschappij. De regering verwacht op jaarbasis ruim honderd miljoen SRD te kunnen genereren om onder meer de wegen te onderhouden. Hoewel de NPS weet dat dit in 2019 ook een impact zal hebben op de bustarieven, sprak Patricia Etnel (NPS) de leden gisteravond toe tijdens een reguliere vergadering om niet ongehoorzaam te zijn, omdat de wet reeds afgekondigd is. De bevolking zal voor alles moeten betalen wat de regering nog wil doen in 2019. Etnel stond stil bij heel wat zaken die nog onduidelijk zijn in de wet. In artikel 14 van de wet staat dat minimaal 10 procent van de inkomsten bestemd is voor de wegen. In de memorie van toelichting wordt hierover geen verdere uitleg gegeven. De NPS stond ook stil bij het 10 procent dat bestemd is voor de Wegenautoriteit Suriname.
De Wegenautoriteit onderhoudt geen wegen, maar het ministerie van Openbare Werken. Volgens Etnel kan er met 10 procent niet veel aan de wegen gedaan worden. De regering zal onder andere rotondes verfraaien, de we-gen oplappen en voetpaden verven, maar echte herstelwerkzaamheden zullen niet uitgevoerd kunnen worden. ‘’Tien procent zal niet genoeg zijn voor de wegen met acht rijstroken, fly overs en treinen die de regering beloofd had, zegt Etnel. Zij is het er niet mee eens dat de regering toestemming kreeg van de coalitie om te doen wat ze wil met de in-komsten. Ze vertelde dat de regering Vene-tiaan II, miljoenen had achtergelaten die be-stemd waren voor Wegenautoriteit. Nadat de regering Bouterse overnam, zijn deze gelden verdwenen. “Maar we weten dat het gebruikt werd voor propaganda voor de NDP. Ze hebben onder andere vlaggen aangeschaft“, zei Etnel. Voor wat betreft de verkeersboetes, staat in de wet dat de minister het bedrag van de boetes mag aanpassen. Ruth Wijden-bosch is het daar niet mee eens. “Je kunt geen straffen opleggen en zeggen dat het in die wet bepaald zal worden. Een ieder wordt geacht de wet te kennen. Dit kan niet als het niet expliciet is aangegeven”, aldus Wijden-bosch. Zij vertrouwt de regering helemaal niet op dit gebied, omdat de regering volgens haar toch niet uitvoert wat ze zegt en zich niet houdt aan haar woord.

door Kimberley Fräser