PRODUCTIELOZE DAGEN

Het regent nationale vrije dagen in ons land. Voor dit jaar hebben wij bijna elke maand een dag vrij gehad in verband met een herdenking of een religieuze viering. Vorige week werd Divali, het lichtjesfeest, gevierd. Op het Onafhankelijkheidsplein stonden weer een grote dia en een aantal tenten. De honderden bezoekers die naar het plein togen, vertrapten het grasveld voor de zoveelste keer. De activiteiten startten vier dagen eerder op zaterdag met keiharde muziek en rond negen uur ‘s avonds een vuurwerkspektakel, waardoor alle honden in de buurt van schrik niet wisten waar ze heen moesten. Je vraagt je dan wel af, of dit wel de essentie is van het Divali feest. Divali is symbolisch bedoeld als ‘de overwinning van het goede over het kwade, overwinning van het licht over de duisternis, overwinning van de gelukzaligheid over de onwetendheid’. Dus alle kabaal en harde knallen hebben daar absoluut niets mee te maken. Divali wordt onder meer gevierd om het licht te verwelkomen in het leven. Het feest gaat normaliter gepaard met het eten van zoetigheid in gezinsverband. De lichtjes die worden aangestoken, associeert men met succes en hoop. In Suriname is de viering van Divali sinds 2010 een nationale vrije dag. Maar staan we er wel bij stil hoeveel vrije dagen we daadwerkelijk hebben en wat al deze productieloze dagen betekenen voor het bedrijfsleven? Deze dagen worden zonder twijfel als verlies geboekt, want er wordt niet gewerkt en dus ook geen geld verdiend, maar de werkgevers betalen het personeel wel gewoon door. De werknemer denkt hier natuurlijk niet aan, want die is toch altijd ingenomen met een vrije dag. Maar om vooruit te komen in dit land, moet je omzet draaien en al die vrije dagen helpen daar zeker niet aan mee. Hoe wil men vooruit komen in Suriname, als we alleen maar leven voor vrije dagen en niet om hard te arbeiden zodat we een betere toekomst zullen hebben? Het is zeker heerlijk om uit te slapen en te relaxen op zo een vrije dag, maar het is zeker ook goed te denken aan de toekomst en wat wij kunnen bijdragen voor de jeugd, in plaats van passief toe te kijken hoe het land vergaat onder een beleid, waarbij elke bevolkingsgroep blij wordt gemaakt met een vrije dag en een paar decoraties. Als je deze dagen analyseert, dan zie je overduidelijk dat een groot deel van onze vrije dagen gekoppeld wordt aan een bepaalde bevolkingsgroep, zodat een elk tevreden gesteld wordt met een of andere herdenking. Dit is omdat wij nog steeds in hokjes denken. De Hindoestaan, de Chinees, de Javaan, de Indiaan en de Creool, moeten elk ‘hun’ dag hebben, anders voelt iemand zich achtergesteld. Als we eindelijk begrijpen dat wij allemaal Surinamers zijn en massaal samen moeten werken, dan pas zullen wij een stap in de goede richting zetten om het op te bouwen. Zolang wij vasthouden aan ons verleden en niet vooruit willen kijken, zullen wij ook vasthouden aan al die hebi’s en niks positief bewerkstelligen voor de toekomst. Wij zullen dan productieloos blijven en ons altijd maar afvragen, waarom Surinamers in het buitenland wel vooruitkomen. Dit komt doordat die anders gaan denken en hun mentaliteit veranderen. Zij denken bijvoorbeeld niet ‘morgen is ook een dag’, maar: ‘time is money’. Alle onze vrije dagen kunnen wij daarom zeker zien als een ‘waste of time and money’.