Bij 8 decemberstrafproces: ‘Mevrouw de president, ik ben onschuldig’

“Mevrouw de president, ik ben onschuldig”, dit waren de woorden van de verdachte Jimmy Stolk, vandaag tijdens de voorzetting van de behandeling van het 8 Decemberstrafproces in de Burgerkamer. Vandaag werd de dupliek gehouden door de raadsmannen van de verdachten en mochten de verdachten hun laatste woord voeren. Stolk is de enige verdachte die hiervan gebruik heeft gemaakt.

Tegen Stolk heeft auditeur-militair Roy Elgin vrijspraak geëist. De raadsman van Stolk ging mee met hetgeen Elgin heeft voorgehouden aan de Krijgsraad. Volgens Elgin is er geen bewijs dat Stolk direct betrokken was bij het beramen en vermoorden van de vijftien slachtoffers. Stolk was werkzaam als militair in het leger en wordt verdacht van betrokkenheid bij de decembermoorden van 1982. Hij was hoofd van de penitentiaire inrichting en lid van de Krijgsraad.

Hij zou naar zijn zeggen, in opdracht van de legerleiding, de veroordeelde militair Jiwansingh Sheombar uit de Santo Boma gevangenis uit zijn cel hebben gehaald en hem in zijn eigen auto hebben overgebracht naar Fort Zeelandia, waar hij even later werd vermoord. Stolk had eerder aangegeven, dat hij een opdracht van Paul Bhagwandas heeft uitgevoerd. Hij verklaarde eerder op de zitting van de Krijgsraad, dat hij niet op de hoogte was van de plannen. Hij vond het ook erg later te vernemen dat Sheombar is vermoord. Op de rol vandaag waren de zaken van de hoofdverdachte Desiré Bouterse, Jimmy Stolk en Etienne Boerenveen. Irvin Kanhai, raadsman van Bouterse, wenste namens zijn cliënt het laatste woord te voeren op basis van lastgeving met een volmacht. Echter is zijn verzoek door de Krijgsraad afgewezen. De auditeur-militair verzocht de Krijgsraad het verzoek van Kanhai niet te honoreren. De Krijgsraad motiveerde dat lastgeving slechts van toepassing is in het civiele recht en gaf aan dat in het strafrecht, strafvordering geldt. Op basis van artikel 297 lid van Strafvordering, mag slechts de verdachte in persoon het laatste woord voeren. De Krijgsraad wilde in overweging nemen om Bouterse in persoon alsnog op een ander tijdstip zijn laatste woord te laten voeren, waarop Kanhai  zei: “Hij gaat niet verschijnen.”

Het Openbaar Ministerie heeft gepersisteerd dat de hoofdverdachte in het 8 Decemberstrafproces een gevangenisstraf van twintig jaar krijgt opgelegd. Elgin voerde in zijn repliek aan, dat er sprake is van opzet in de hoogste zin, namelijk dubbele opzet. Hij gaf aan dat Bouterse willens en wetens heeft gehandeld en in zijn getuigenis zelf heeft aangeven, dat het om een opgezet scenario ging. Volgens Elgin kan het niet zo zijn dat de machtigste man in de jaren tachtig tevens ook bevelhebber van het leger, niet op de hoogte was van de moord op de vijftien mannen. Hij zei dat volgens de verklaring van Bouterse, de vijftien mannen op de vlucht waren geslagen en dat zij door de kogels van een in paniek geraakte soldaat zijn getroffen. Maar volgens het Openbaar Ministerie heeft onderzoek uitgewezen dat de kogels door de ruggen van de slachtoffers zijn gegaan, wat uitwijst dat er gericht op de borstkas is geschoten. Kanhai gaf in zijn dupliek aan dat de auditeur-militair niet wettige en overtuigend bewijs heeft geleverd dat Bouterse een strafbaar feit heeft begaan. Hij vroeg zich af waarom bij een bloedeloze staatsgreep vijftien onschuldige mensen gedood zouden zijn. Hij zei dat een ramp is afgewenteld en de dood van honderden is voorkomen. Kanhai is van mening dat Elgin zijn fantasie de vrije loop heeft gelaten tijdens het voorbereiden van zijn requisitoir. Ook in het getuigenis van wijlen Ruben Rozen-daal, is volgens hem niet gebleken dat er een plan was beraamd om mensen te vermoorden. Elgin heeft bij de Krijgsraad gepersisteerd dat ook Boereneveen een gevangenisstraf krijgt van twintig jaar celstraf, omdat hij medeverantwoordelijk zou zijn voor de moorden op de vijftien mannen. Volgens het verhoor van Boerenveen in juli 2010, was hij op 8 en 9 december 1982 niet aanwezig in Fort Zeelandia. Hij was belast met de verantwoordelijkheid van de Memre Boekoe Kazerne en heeft volgens zijn verklaring de kazerne niet verlaten. Elgin motiveerde zijn eis door te stellen dat het niet aanwezig zou zijn in het fort, wat niet wil zeggen dat Boerenveen geen dader is. Volgens Boerenveen was hij niet op de hoogte van de moordplannen en heeft hij Surindre Rambocus die opgesloten was in de kazerne, ook niet vervoerd naar het Fort. Hij verklaarde dat hij in opdracht van Roy Horb, garnizoenscommandant, het alarmplan in werking had gesteld. De raadsman van Boerenveen, Frank Truideman, gaf in zijn dupliek aan dat de Krijgsraad moet letten op feiten, omdat het belangrijk is dat er geen onschuldigen worden gestraft. Boerenveen was in de jaren ‘80 lid van de groep van zestien en ook bataljonscommandant. Truideman zei dat bataljonscommandant en lid zijn van de groep van zestien, niet wil zeggen dat zijn cliënt medeverantwoordelijk zou zijn voor de moord op de vijftien mannen. Hij zei verder dat er gesproken wordt van een draaiboek en alarmplan, maar dat geen van deze plannen gepresenteerd zijn en dat niemand zelfs weet als deze plannen hebben bestaan en daarom niet als bewijs kunnen gelden in de rechtszaak. Hij pleitte vrijspraak voor zijn cliënt.

De Krijgsraad zal nog op een nader te bepalen datum het vonnis uitspreken.

door Johannes Damodar Patak