Newmont heeft Rapid Response plan voor cyanide

De mijnbouwsector is altijd een dringend vraagstuk bij milieuorganisaties. In Suri-name heeft het Nationaal Instituut voor Milieu en Ontwikkeling in Suriname (NIMOS) de toezichthoudende rol die moet rapporteren, indien zaken niet verlopen volgens internationale standaarden en er mogelijk gevaren kunnen ontstaan voor het milieu. Het gebruik van schadelijke stoffen en de vernietiging van de gebieden waarin er wordt gewerkt zijn twee belangrijke zorgpunten bij mijnbouwactiviteiten. Aangezien er momenteel genoeg rumoer is ontstaan over het wel of niet veilig opereren van de Alcoa in de afgelopen jaren, wilde de redactie wat meer inzicht krijgen in de handelingen en werkwijze van overige multinationals als het gaat om het werken met schadelijke stoffen voor het ontginnen van grondstoffen. Met de uitbanning van kwik is cyanide het meest essentiële ingrediënt, dat gebruikt wordt bij de chemische verwerking van goud. Hoewel cyanide giftig kan zijn, kan deze chemische stof in sommige vormen en concentraties onder bepaalde omstandigheden niet-toxisch zijn. Het gebruik van cyanide is daarom ook vele malen besproken en toegelicht, toch worden er horrorverhalen verteld die voor heel wat ophef zorgen. Een duidelijke uitleg over cyanide kan Albert Ramdin, Senior Director External Relations Newmont, als geen ander geven. De West sprak hem uitgebreid over deze kwestie. “Momenteel is er een kleine commissie samengesteld bestaande uit de Surinaamse Waterleiding Maatschappij, Natuurlijke Hulpbronnen, Nimos en Nationaal Coördinatie Centrum voor Rampenbeheersing om een heel plan op te stellen, mochten zich calamiteiten voordoen bij het vervoer van cyanide. Het plan heeft de naam ‘Rapid Response Plan’ en houdt o.a. in dat gedurende een echte ‘drill’ in de praktijk wordt gedemonstreerd hoe te handelen wanneereen container met cyanide in het water is gevallen. Alleen zo zal men kunnen toetsen of de juiste tools, procedures en afspraken aanwezig zijn om zo een ongeval in de realiteit effectief, dat is met minimale schade aan natuur en de mens, aan te pakken”, stelt Ramdin.

Veiligheidsvoorschriften voor cyanide
Om commercieel goud te kunnen mijnen, heb je cyanide nodig. Op dit moment is cyanide het enige alternatief, want andere alternatieven zijn veel slechter voor het milieu en de mens. Cyanide is momenteel de meest veilige stof, die binnen de goudsector gehanteerd kan worden. “ Newmont importeert daarom vanuit de Verenigde Staten in gesloten tanks in pellet vorm, via de zee cyanide. Cyanide komt in Suriname aan in containers en die worden zwaar beschermd met een omhulsel, ter voorkoming van beschadiging. De veiligheid tijdens het vervoeren, lossen en laden is zo goed mogelijk gegarandeerd, dat wij tot nu toe voorop kunnen stellen dat er geen ongevallen zijn geweest. Vanuit de Commewijne- en Cotticarivier wordt de cyanide naar Moengo haven vervoerd, dat gebeurt met hele strenge veiligheidsvoorschriften, incl. twee sleepboten voor en achter. Er wordt van tevoren met een microfoon op de rivier aangekondigd, dat het schip aankomt, dit is een extra veiligheidsmaatregel nadat er een boot met schoolkinderen was gekapseisd door de grote golven van zo een grote boot in de nauwe Cotticarivier. Hierna hebben zich geen ongevallen voorgedaan, omdat Newmont dit ongeluk heel serieus heeft genomen. We gaan heel ver en zelfs tot het uiterste om te voorkomen, dat er schade optreedt in onze processen. In heel Newmont’s internationale historie zijn er geen cyanide ongevallen geweest waarbij mensen zijn overleden. Newmont is ook gecertificeerd door een internationale onafhankelijke organisatie en wordt ge-audit om na te gaan of alle standaarden worden nageleefd. Newmont wordt ook elk jaar gecontroleerd door onafhankelijke auditeurs die vervolgens een verslag uitbrengen over hun bevindingen. Deze verslagen zijn transparant en beschikbaar voor de stakeholders, waaronder Nimos die op zijn beurt ook de processen mag controleren indien de behoefte ontstaat”, aldus Ramdin.

NIMOS controle
Volgens Ramdin beschikt NIMOS wel over de nodige kennis om de multinationals te controleren. “Ik wil de kennis en expertise niet onderschatten die bij NIMOS aanwezig is. Ik kan het natuurlijk niet 100 procent beoordelen, maar zelf heb ik ervaren, dat Nimos instaat is kritische vragen te stellen of het nu gaat om cyanide transport of metingen van het water in het mijnbouwgebied. Wij hebben Nimos altijd ervaren als scherp professioneel, wanneer het gaat om de economic impact assessment die iedere keer wordt gedaan door Newmont als er exploitatievergunningen worden aangevraagd. Ik wil niet zeggen dat Nimos 100 procent voorzien is als in de westerse landen, maar het Nimos blijkt wel een team te hebben dat weet waarover zij praat”, zegt Ramdin. Over kwestie Alcoa en de controle daarop, kan er gesteld worden dat de Brokopondo-overeenkomst in een heel andere tijdgeest is afgesloten. Toen waren landen zich niet zo bewust van de gevolgen en de schade die multinationals aanrichten om mijnbouwactiviteiten te ontplooien. Multinationals kwamen letterlijk naar ontwikkelingslanden om die uit te hollen en vertrokken weer wanneer er geen toekomstperspectief werd geconstateerd. Het besef om aandacht te besteden aan duurzame ontwikkeling, milieu en mensenrechten was er toen niet. Deze ontwikkeling is iets van de afgelopen 15 jaar en Newmont heeft deze ideeën meegenomen, want niet zomaar opereert het bedrijf al bijna 100 jaar in deze sector. “ Je moet meegaan met de tijd waardoor wij sociale normen en standaarden hebben ontwikkeld die ons verplichten om daarna te kijken alvorens wij naar de winst kunnen kijken. Onze bedrijfsvisie is daarom ook om ontwikkeling te brengen in het land, wat er bij hoort dat je de leefbaarheid van de mensen verbetert waarmee je werkt. Dit soort normen waren vroeger niet aanwezig toen bijvoorbeeld de Brokopondo-overeenkomst werd getekend en de overheden niet zo bewust waren en ready om zulke afspraken af te dwingen. Daarom is het thans begrijpelijk, dat wij vandaag de dag met dit soort problemen zitten en wie daarop moest letten, is nu niet meer van belang, dus met een vinger wijzen naar het Nimos zal ook niet helpen. We zitten nu met een situatie, waarbij we moeten kijken hoe we het beste ermee kunnen omgaan. Er zal gewerkt moeten worden met standaarden die vandaag de dag de norm zijn en op basis daarvan afspraken afdwingen. In het geval van Newmont zijn deze standaarden verwerkt in de delfstoffenovereenkomst, waarbij wij zorg moeten dragen voor het milieu, de veiligheid en voor mensenrechten. En Newmont heeft zich al verplicht gesteld om dat allemaal te doen en zal niet wachten tot het op vertrek staat. Newmont is nu al begonnen met duurzame investeringen te plegen in de gebieden waarin het actief opereert. Een van de duurzame ontwikkelingen zijn de opleidingsprogramma’s in de lokale gemeenschap bij de Merian-mijn. Van de 1200 medewerkers die er werkt voor Newmont, zijn 260 van Paramac-caanse afkomst. Deze investeringen vinden plaats op basis van de door de Paramaccanse gemeenschap vastgelegde prioriteiten, zoals het drinkwater project dat thans in uitvoering is op Langatabiki.

Kleinschalige mijnbouw en kwik
Newmont is actief in het Merian gebied, een gebied waar de kleinschalige mijnbouw al jaren het middel van bestaan is geweest voor de lokale gemeenschap. Het probleem dat gepaard gaat met de kleinschalige mijnbouw, is het gebruik van kwik. Daarnaast dumpen de illegale goudzoekers ook smeerolie en afgewerkte dieselolie in de rivieren en kreken, dit heeft als resultaat dat vissen doodgaan en het water ernstig wordt vervuild. “Dit probleem is er al jaren en blijft complex, omdat er al generaties lang zo wordt gewerkt en er geen rekening wordt gehouden met de vreselijke gezondheidsgevolgen, die gepaard gaan met het gebruik van kwik. Wij als bedrijf mogen kleinschalige mijnbouw niet aanmoedigen, wat wij wel mogen doen, is het gebruik van kwik minimaliseren door bewustwording te creëren en de gevolgen in kaart te brengen voor deze goudzoekers en hopen dat zij openstaan voor dialoog wanneer wij die informatie willen delen. We zijn inmiddels wel bezig met het ontwikkelen van een programma voor de goudzoekers. Er zijn ongeveer 600 kleinschalige mijnbouwers in de Area of Interest aanwezig, onder wie een relatief kleine groep Paramaccaners. Er is hard gewerkt in de afgelopen periodeom deze groep te mobiliseren en sinds juni is de werkgroep opgericht ‘Paramacca Small Scale Miners’ werkgroep opgericht. Er zijn gesprekken gaande over hun bijdragen en ideeën waarop Newmont wil inspelen. Deze groep is gesanctioneerd door het traditionele gezag en met hen zullen afspraken gemaakt worden in welke gebieden zij goud mogen mijnen. Dit alles wordt vastgelegd en de afspraken moeten goed overeen zijn gekomen, want mensenrechten moeten niet worden geschonden, kinderarbeid moet uitgesloten zijn, veiligheid is belangrijk en het gebruik van kwik is verboden. Newmont gaat de goudzoekers alternatieven bieden in plaats van kwikgebruik, alternatieven die minder schadelijk zijn voor het milieu en hun eigen gezondheid, zodat mijnbouwactiviteiten langduriger en effectiever zijn en op een verantwoordelijke wijze kunnen plaatsvinden. De essentie van het geheel is dat Newmont opties zal bieden aan de kleinschalige mijnbouwers, zodat er verantwoord wordt gewerkt, maar ook opties voor andere opleidingen buiten het beroep van goudzoekers zullen aangeboden worden. De opleidingen bieden werkgelegenheid binnen Newmont en een gegarandeerd inkomen in plaats van een onzeker en onveilig bestaan”, aldus Ramdin.

Skalians
Suriname is toegetreden tot de Minamata-conventie, wat betekent dat het gebruik van kwik verboden is. Er zullen dus stappen ondernomen moeten worden om het gebruik van kwik in de mijnbouw te minimaliseren. Newmont werkt niet op het water zoals de skalians, maar bij het zoeken naar gouderts op het meer wordt er wel kwik gebruikt. “ We hopen het goede voorbeeld te zijn, dus als men daaruit wil leren, zijn wij altijd bereid dat te delen. Het is niet eenvoudig om de bewustwording te creëren van samenwerken en samen dingen te doen, maar wij van Newmont zijn optimistisch en bereid om een bijdrage te leveren aan het geheel. Ik denk dat als de overheid zich heeft gecommitteerd aan de Minamata-conventie, dat er daarbij de nodige conclusies getrokken moeten worden, want je wordt daarop beoordeeld. Het heeft geen zin om tot een conventie toe te treden om na een paar jaar uitgesloten te worden, omdat je je niet hebt gehouden aan de regelgeving en de bepalingen uit die conventie. Ik hoop dat men rekening daarmee houdt”, zegt Ramdin.

Cyanide niet bagatelliseren
Cyanide kent vele (industriële) toepassingen. Het wordt onder andere gebruikt om goud uit gesteenten te winnen in goudmijnen. Cyaniden zijn chemische stoffen met een cyaan groep (CN), waarin het stikstofatoom een driedubbele verbinding maakt met het koolstofatoom. “We staan er niet bij stil, maar we komen dagelijks in aanraking met cyanide. Denk maar aan dat kopje koffie dat je elke dag drinkt, in de kern van een appel zit ook cyanide. Ik wil het niet bagatelliseren, het is een gevaarlijk product en we moeten er voorzichtig mee omgaan, maar het belangrijkste aspect is om te kijken wat het bedrijf doet om te voorkomen dat er iets mocht gebeuren en als er toch iets gebeurt, we voorbereid zijn om de effecten te minimaliseren”, vertelt Ramdin tot slot.

-door Gladys Findlay-