VES: ‘Stop Machtigingswet en ga voor arbitrage

De Vereniging van Economisten in Suriname (VES), heeft met verbazing kennisgenomen van de ‘definitieve’ overeenkomst die de regering van Suriname op 25 juli 2018 met Alcoa zou hebben bereikt en heeft derhalve een brief hierover naar De Nationale Assemblee (DNA) verstuurd.
De VES heeft op verschillende momenten publiekelijk haar bezorgdheid uitgesproken over de steeds verder verslechterende kwaliteit van de communicatie vanuit de regering naar de samenleving toe. Het presenteren van duidelijk verifieerbare gegevens is essentieel voor de beoordeling van het overheidsbeleid, maar het presenteren van verifieerbare onjuistheden, misleidende bedragen etc., is niet acceptabel en deze zouden binnen functionerende democratische structuren ook gecorrigeerd moeten worden, zeker wanneer deze gebezigd worden ten overstaan van de nationale volksvertegenwoordiging. De VES stelt in haar brief het volgende:
Vooropgesteld dat wij van mening zijn dat een multinational die wil vertrekken, niet tot blijven gedwongen kan worden. Toen de Suralco in 2014 aangaf ondersteuning van de Staat nodig te hebben om haar operaties in Suriname te continueren, heeft de Regering de keuze gemaakt om hierop niet in te gaan. Dit is nu echter een gepasseerd station, de Suralco raffinaderij is al bijkans drie jaar gesloten en gaat niet meer open. Waar het nu om gaat, is om het vertrekkende bedrijf eraan te houden zijn verplichtingen naar de Staat en de gemeenschap toe, waar ze bijkans één eeuw aan verdiend heeft, volledig en royaal na te komen. Hierover kan de Surinaamse samenleving geen concessie doen en het is billijk dat de Regering het beste voor het land eruit haalt. Deze kwestie zal namelijk niet alleen in het heden gevolgen hebben, maar evenzo in de toekomst.
Het proces voor een correcte afhandeling van de Suralco boedel sinds 2014 is verre van transparent ge-weest. Het gepresenteerde MoU is daarom ook in 2017 door de gehele DNA afgewezen. Het systematisch gebrek aan transparantie en het steeds vooruitschuiven richting 31 december 2019, heeft ook bij de economen gerede twijfels doen rijzen of deze aanpak de beste resultaten voor Suriname zou opleveren.
We brengen in herinnering dat de voorzitter van de Onderhandelingscommissie op 30 augustus 2017, tijdens een openbare le-zing voor VES-leden en genodigden, het kader waarbinnen zij namens de president moesten onderhandelen, heeft aangegeven. De opdracht van de Regering was continuïteit van de bauxietsector per se in overeenstemming met de Suralco en gaan voor arbitrage was geen optie. Deze beperking ontnam de commissie de ruimte om hard met Suralco te onderhandelen, hetgeen de mate van inschikkelijkheid naar de Suralco eisen verklaart.

SIGAREN UIT EIGEN DOOS
In plaats van een eerlijke voorstelling van zaken te geven (o.a. waarom in 2014 niet aan de verzoeken van Suralco m.b.t. hun energiekosten kon worden voldaan) worden de negatieve economische effecten versluierd en de samenleving een kassucces met een economisch voordeel van maar liefst US$ 1,4 miljard beloofd.
Dit terwijl de tweede fase van directe nadelen, waaronder de vaargeul en diverse milieuaspecten, nog door de gemeenschap zal moeten worden opgebracht. De voordelen van de stuwdam over 2020-2033 wordt maar liefst opgeblazen naar US$ 1 miljard terwijl de Staat per jaar ca US$ 60 miljoen aan energieleveranties betaald maar straks ook de operationele kosten van ca. US$ 10 miljoen per jaar moet aftrekken. De werkelijke besparing is derhalve rond de US$ 0,65 miljard. Daarnaast wordt de gemeenschap voorgehouden dat Suralco nog zeven jaar de Afobakadam wilde houden om de mijnsanering en rehabilitatie te kunnen betalen. Het terugbrengen naar vier jaar wordt niet gebracht als een weggevertje aan de Suralco van circa US$ 200 miljoen, maar als een verworvenheid door strak onderhandelen in nationaal belang.
Dit, terwijl de Suralco reeds jarenlang kapitaal heeft mogen reserveren voor mijnsanering en rehabilitatie, waardoor ze ook minder belasting hoefde te betalen.
Waar de VES speciale aandacht voor vraagt, is het Power Purchase Agreement welke de Regering wil aangaan met de Suralco voor levering van stroom van de Afabakka stuwdam aan Paranam voor de periode vanaf 1 januari 2020, wanneer Suriname de dam zal hebben overgenomen. In de ‘definitieve’ overeenkomst staat, dat elektra aan Suralco/Paranam zal worden geleverd tegen dezelfde voorwaarden als de Staat nu aan Suralco betaald.
Het ontrekken van de goedkopere ‘Afobak-kastroom’ die nu aan de EBS wordt verkocht, zal betekenen dat de EBS meer stroom zelf zal moeten opwekken, waarvan de kosten circa drie maal de prijs van ‘Afobakkastroom’ zijn.
Dit is niet alleen na-tionaal-economisch nadelig, maar het is ook onethisch om de komende drie regeringen op te zadelen met dit wurgcontract.
Dat de regering de continuïteit van de bauxietsector voor Suriname niet veilig heeft kunnen stellen is jammer, maar dat kunnen wij nu niet meer beïnvloeden. Waar wij als land nu nog wel invloed op hebben, is een correcte afwikkeling van de verplichtingen wederzijds.

ACTIEVE ROL VAN DNA
Met de ‘definitieve’ overeenkomst met de Alcoa wekt de Regering de indruk dat het volk, direct vertegenwoordigd in DNA, hier niets meer aan kan doen. Maar zonder goedkeuring van de Machtigingswet heeft deze overeenkomst geen bindende werking. Het niet goedkeuren van de ‘Machti-gingswet’ is de eerste stap, maar dit alleen is zeker niet voldoende om tot een correcte
afwikkeling van de verplichtingen naar ons land toe te komen.

INTERNATIONALE ARBITRAGE
In de Brokopondo-overeenkomst (Art. 13) staat precies aangegeven dat alle disputen, inclusief de ontmanteling van de overeenkomst, zullen worden voorgelegd aan het oordeel van arbiters. Een dispuut is daarbij gedefinieerd als “elke claim die niet direct door de andere partij wordt gehonoreerd”. Het arbitrage hof zal daarbij bestaan uit drie onafhankelijke juristen, die in alle redelijkheid een oordeel geven.Aangezien het onderhandelingsproces inmiddels al bijkans vier jaar loopt en kennelijk nog enige tijd zal doorlopen, is het argument dat arbitrage te lang zou duren, geen gegronde re-den om ons land geen recht te doen.
Bovendien is met de diverse reeds ge-pleegde voorbereidingsactiviteiten van de regering voldoende basis gecreëerd voor een vlotte afronding van arbitrage.
De VES doet tot slot een krachtig beroep op De Nationale Assemblee om de ‘Mach-tigingswet’ van de regering te verwerpen en in een motie de Regering op te roepen om met onmiddellijke ingang het proces van internationale arbitrage in te zetten.