RECHT VOOR EEN, RECHT VOOR ALLEN

De regering Bouterse geraakt steeds verder in het financiële nauw, nu hoofdzakelijk haar werknemers steeds vaker om meer loon vragen. Door de devaluaties van de Surinaamse munteenheid, het al jaren uitblijven van inflatoire correcties op het loon en de sterk gestegen winkelprijzen en daardoor natuurlijk ook de kosten van levensonderhoud, eisen steeds meer groepen uit de publieke sector een betere financiele beloning op maandbasis. De regering Bouterse heeft daarom steeds vaker te maken met werkneerleggingen door haar werkers om de door hen gestelde eisen kracht bij te zetten. Overal heerst er momenteel onvrede en wel in alle sectoren van deze maatschappij, omdat voor velen het leven ondraaglijk is geworden door de hoge kosten die zijn ontstaan door de geldontwaarding van de SRD. De hoogleraar Anthony Caram, heeft in een inleiding in de Buitensociëteit Het Park, aangegeven dat de SRD anno 2018 nog slechts een dekking van 13 US dollar cent vertegenwoordigt en dat die dekking in 2004 bij haar introductie onder governor André Telting op de Centrale Bank, 57 US-dollar cent was.  Een grondigere uitleg is hierbij nog maar nauwelijks noodzakelijk om te kunnen begrijpen, hoe sterk onze munt is verzwakt. En deze verzwakking heeft tot gevolg dat alle producten die uit het buitenland moeten komen, dus meer dan 100 procent duurder zijn geworden, terwijl het loon van velen ten opzichte van 2015 toen de devaluaties van de SRD achter elkaar volgden, nauwelijks of helemaal niet werden aangepast.  De maat is nu dan ook voor velen vol en men wenst verbetering in het bestaan door salarisverhogingen te eisen. De looneisen werden allereerst door de onderwijsbonden op tafel gelegd en voor een deel door de overheid gehonoreerd. Maar natuurlijk, van het één komt het andere en het is onvermijdelijk dat ook andere werkers binnen de publieke sector, de werkgever in dezen de overheid om meer loon komen vragen.  De regering ziet zich thans voor een ernstig dilemma geplaatst. Ze heeft daarbij twee keuzes: een is geen verhogingen toestaan, hetgeen tot sociale onrust zou kunnen leiden. Twee is meer loon verstrekken, hetgeen de inflatie verder de lucht in zal doen schieten. Ook is het voor ons totaal onbekend c.q. onbegrijpelijk, hoe ze het gehele ambtenarenapparaat beter zal kunnen bedenken, zonder de extra kosten inflatoir te financieren, omdat ze het geld voor meer lonen eenvoudig  niet heeft.  Wat ze vooral niet moet doen, is op de huidige voet doorgaan door de ene groep werkers binnen het ambtelijke wél meer geld toe te stoppen en de andere weer niet. De fout die Wijdenbosch tussen 1996 en 2000 heeft gemaakt met zijn strategische beloningen aan bijvoorbeeld verplegend personeel binnen de ziekenhuizen en vervolgens de constitutionele groepen ( militairen en politieagenten)  en daarmede de beloningsstructuren binnen het overheidsapparaat totaal te ondergraven, moet de regering Bouterse zeker niet opnieuw maken. Dat er thans looneisen worden gesteld van boven de 100 procent, is eigenlijk te zot voor woorden. Geen enkele regering kan een dergelijke looneis honoreren, omdat de middelen daartoe gewoon niet voorhanden zijn. Zelfs een regering die na 2020 zal aantreden, zal dergelijke looneisen niet kunnen inwilligen. Het is overigens volkomen begrijpelijk dat mensen die door financieel-economisch en monetair wanbeleid van deze regering tot de bedelstaf zijn gereduceerd, thans een verlichting in de portemonnee willen zien, maar het mag nimmer zo zijn, dat men eisen stelt die volkomen buitenproportioneel zijn en de bestaande vraagstukken nog verder zullen doen verergeren.  Betere lonen en goede arbeidsverhoudingen komen slechts tot stand door goed overleg en begrip voor de huidige positie van zowel de werkgever als de werknemers. Geen enkele partij heeft namelijk baat bij een zware polarisatie, die dit land nog verder in de afgrond zal brengen. De regering Bouterse doet er goed aan geen groepen te gaan bevoordelen en weer anderen in de kou te laten staan. Een dergelijke strategie zal haar zeker in de grootste problemen brengen en werkt zeker sociale onrust in de hand.