OM DE HETE BRIJ

De regering Bouterse loopt voor wat betreft het verlenen van toestemming voor de sloop van de jaren geleden stilgelegde aluinaarderaffinaderij van de Alcoa te Paranam, aanhoudend om de hete brij heen. Ze heeft buiten De Nationale Assemblee (DNA) om naar wij vermoeden, wel een toezegging gedaan aan de Amerikaanse multinationale onderneming, maar de toestemming tot het ontmantelen van de raffinaderij, is naar verluidt bij de Alcoa nog steeds niet binnen. Het Nederlandse bedrijf dat via een inschrijving in aanmerking is gekomen voor de sloopwerkzaamheden, heeft daarom het startsein van zijn opdrachtgever, nog niet mogen ontvangen. De regering is er inmiddels van op de hoogte gebracht, dat conform de Brokopondo-overeenkomst, gesloten tussen de regering en de Alcoa in de jaren vijftig van de vorige eeuw, de Surinaamse volksvertegenwoordiging eraan te pas moet komen, alvorens er toestemming kan worden verleend voor de sloop van de raffinaderij. De regering zou daarom de zoveelste ongrondwettelijke handeling plegen door toestemming tot ontmanteling van de plant te Paranam aan de Alcoa te geven, zonder het parlement daarbij om zijn oordeel te vragen. En dat schijnt nu de bottleneck te zijn waarom de sloper nog niet kan beginnen met zijn opdracht. De regering Bouterse behoort zich ook in deze kwestie aan onze constitutie te houden. Ook de voorzitter van DNA, mevrouw Jennifer Geerlings-Simons, heeft gesteld dat Alcoa niet zomaar tot sloop van de raffinaderij kan overgaan, alvorens de kwestie in De Nationale Assemblee is behandeld. Het is dan ook verwachtbaar dat de wetgevende macht op korte termijn in openbare vergadering bijeen zal komen om over deze kwestie te beraadslagen. Wij vernemen inmiddels dat de kwestie van deze ontmanteling voor heel wat irritatie heeft gezorgd binnen de gelederen van de Alcoa. Vermoedelijk is men ontevreden over de gang van zaken, omdat er achter de schermen al afspraken met de Surinaamse regering waren gemaakt en door de laatstgenoemde toezeggingen gedaan. Technici die de gang van zaken te Paranam goed kennen, hebben ons reeds meegedeeld dat de raffinaderij te Paranam momenteel zo achteruit is gegaan, dat het onmogelijk is haar nu wederom op te starten. De Alcoa heeft moedwillig de zaak zo verwaarloosd, dat opstarten een ‘no go’ is geworden. Ook het ontbreken van een mud-lake maakt dat het raffineren van bauxiet tot aluinaarde met deze sterk verwaarloosde raffinaderij, onmogelijk is geworden.

*****

Chandrikapersad Santokhi, lid van De Nationale Assemblee, voorzitter van de VHP en oud-minister van Justitie en Politie, spreekt geen onwaarheden wanneer hij stelt dat leden van de drugsbestrijdingsdiensten in dit land in angst leven, omdat ze hun werk volgens boekje uitvoeren en drugsvangsten doen. Santokhi stelt zulks, omdat het duidelijk is dat na de grote drugsvangsten van de afgelopen 1.5 jaar, de zogeheten ‘kingpins’ in de meeste gevallen niet worden aangehouden en vervolgd. Het blijft volgens het assembleelid bij de vangsten van de enorme partijen drugs en daarna hoor je weinig of niets meer voor wat betreft de grote bazen achter deze handel. Volgens de oud- minister van Justitie en Politie is er voor wat betreft de harde drugsbestrijding vanaf 2010, behoorlijk wat veranderd en dan wel in negatieve zin. Volgens zijn stellingen worden mensen die de drugsbestrijding ter hand moeten nemen, vleugellam gehouden of gemaakt. Recentelijk nog deed men vanwege de regering een poging een belangrijke drugsbestrijdingsunit van het Korps Politie Suriname (KPS) te ontmantelen en de leden over te plaatsen naar andere afdelingen van het KPS. Deden deze mensen hun werk te goed volgens bepaalde leden van het kabinet Bouterse? Werd de opsporing en vervolging door deze ingreep vanwege de regering niet in de wielen gereden? Werd er niet de zoveelste maatregel genomen om het gezag van de procureur-generaal te ondermijnen? Tot op heden is het niet duidelijk of de voormelde unit is ontbonden. De leden zouden naar verluidt nog niet zijn overgeplaatst. Ook in het buitenland bij drugsbestrijdingsorganisaties die tot nog toe nauw hebben samengewerkt met onze opsporings- en vervolgingsambtenaren , kijkt men vol belangstelling uit naar wat voor beslissing de regering in deze kwestie zal nemen. Gaat men door met het ontmantelen van de tot nog toe zeer succesvol gewezen unit en het verspreiden van zijn leden, dan weet men zeker in het buitenland hoe laat het is en zal de samenwerking met Suriname ter bestrijding van deze vorm van misdaad een andere wending krijgen. Een die vrijwel zeker zal leiden tot beëindiging.