STEEDS DUIDELIJKER

De Nederlandse douane heeft onlangs 19 miljoen euro baar geld dat door de Centrale Bank van Suriname naar Nederland was verzonden, in beslag genomen. Als reden voor de confisquering van deze bezending werd door de douane opgegeven, dat zulks had plaatsgevonden in het kader van een fenomeen onderzoek. Nadat er vanwege Suriname nadrukkelijk om een verklaring van de Nederlandse douane was gevraagd waarom het grote bedrag in euro’s was vastgehouden, werd het duidelijk dat het om een onderzoek ging dat regelrecht in verband stond met de verdenking dat het hier om het witwassen van crimineel verkregen geld gaat. Ook werd door het Nederlandse Openbaar Ministerie meegedeeld, dat het onderzoek wel maanden in beslag zou kunnen nemen. Nederland zal naar onze mening wel met het bewijs op tafel moeten komen, dat het geld daadwerkelijk met witwaspraktijken te maken heeft en niet dat Suriname met allerhande verklaringen en bewijsmateriaal voor de dag moet komen. Ondertussen heeft onze minister van Financiën het nodig geacht naar Nederland af te reizen om te proberen het geld, dat van drie verschillende valutabanken in onze hoofdstad afkomstig is, vrij te krijgen. De reis van minister Hoefdraad is vruchteloos gebleven en de is bewindsman inmiddels teruggekeerd. De Nederlandse autoriteiten schijnen geen buitenlandse bemoeienis bij het onderzoek naar de herkomst van het geld te accepteren en hebben Hoefdraad meegedeeld, dat Suriname rustig het resultaat van het onderzoek zal moeten afwachten. Waarom de Centrale Bank van Suriname is ingesprongen om een dergelijk bedrag cash weg te sturen voor drie verschillende Surinaamse valutabanken, heeft te maken met het bemoeilijken van bank naar bank transacties vanwege buitenlandse banken. Reeds geruime tijd is het zo, dat banken uit het Caribisch gebied waar Suriname ook toe wordt gerekend, grote moeite hebben met overmakingen van vreemde valuta. Banken in het Caribisch gebied zijn in het verleden op vele momenten in de fout gegaan door crimineel geld over te maken en hebben dus bewust of onbewust aan witwassen meegedaan. Veel financiële instellingen uit het Caribisch gebied en dus ook de Caricom-lidlanden, worden al geruime tijd gewantrouwd en daar heeft Keerpunt in het verleden bij herhaling over geschreven. Slechts weinig banken wensten openlijk toe te geven, dat er een dergelijk wantrouwen heerste en veegden dit vraagstuk om voor hen bekende redenen onder de vloermat. Zeker één grote valutabank in onze hoofdstad veranderde in de afgelopen jaren van eigenaar, omdat men op geen enkele wijze in relatie gebracht wenste te worden met activiteiten die als zeer oneigenlijk kunnen worden aangemerkt. Het is zelfs zo, dat buitenlandse banken in de VS en West-Europa, geen enkel risico willen nemen door zaken te blijven doen met dubieuze banken in ontwikkelingslanden die ervan verdacht worden crimineel verkregen geld te witten. Keerpunt stelt op geen enkele wijze dat er valutabanken hier in Suriname zijn die zich laten misbruiken door drugscriminelen en geld voor deze lieden witwassen. Maar als je als land telkenmale op zeer negatieve wijze wordt geëtaleerd in de pers en op het internet door de vele drugstransporten en vangsten, dan is het meer dan logisch dat het wantrouwen in het buitenland bij justitie en het bankwezen stijgt. De enorme bedragen uit de drugshandel moeten toch op de een of andere manier deel van het officiële geldcircuit gaan uitmaken? De grote ellende die bij boycots van buitenlandse banken optreedt, raakt onmiddellijk de bonafide rekeninghouders die voor persoonlijke of zakelijke doeleinden regelmatig geld moeten overmaken voor leveranciers of business partners. Deze rekeninghouders bij de valutabanken raken nu onterecht in de knel en zijn genoodzaakt naar tal van ongebruikelijke wijzen uit te kijken om toch nog hun betalingen rond te krijgen. Criminelen die grote invloed in dit land hebben weten te verkrijgen en ook politici in hun macht hebben, maken dat er vanwege de overheid nauwelijks of niet wordt opgetreden om de momenteel besmeurde naam van dit land wederom te reinigen. De financiële afhankelijkheid van geld verkregen uit activiteiten van de grensoverschrijdende misdaad, mag niet onderschat worden. Legale exportopbrengsten zouden naar schatting ruim onvoldoende zijn om de economie nog redelijk draaiende te houden en daar komt dan de informele sector met haar middelen aanvullen. En dat heeft men in het buitenland heel goed in de gaten en daarom het thans geldende argwaan bij buitenlandse banken en regeringen. Suriname kan daarom nog maar één ding doen om niet helemaal in een financiële boycot te belanden en dat is volledige transparantie demonstreren binnen het bankwezen en ook in de relatie met de buitenlandse partners waar regelmatig geld naar dient te worden overgemaakt. Blijven wij echter op de huidige schaal verder rommelen, dan ziet het er voor Suriname in de komende tijd zeer duister uit.