Vervolg: De week in Retro…

Vervolg van Zaterdag 24 Januari 2014: De week in Retro…

– Cocaïne machines. In de eerste weken van 2001, had men daar de Cessnamotoren die gevuld werden met ecstasy en naar Florida verscheept. Aanhoudingen van allerlei mensen met klinkende namen. Hier in SU. Maar ook in en rond Miami! Meer dan 20 knakkers en hun liefjes. Een compressor kwam eerder in Alkmaar aan, vol met droga geperst. En dan die versnellingsbak van een grondverzetunit die in Engeland aankwam. Eigenaren bekend! Een eilandengebied, dat al ervaringen had met gasbom-droga uit SU, onder de gekoelde bacovenboten vastgemaakt. Systeem dat ook nu weer, vanuit Jamaica ons land ‘ganja styling’ en ‘bujaka’ bedreigt. De diepzeehavens van Smalkalden/Paranam/La Vigilantia/Beekhuizen…? ‘We frede yere!’. Men dan nu op dit moment, vlak voor waarschijnlijk het geplande vertrek naar zeer behoeftige marktplaatsen, een graafmachine vol met cocaïnepasta aan de Industrieweg Zuid. Meer dan driehonderd kilo’s. De pastaboys die eerder op Zanderij werden gepakt ontkennen…, dat ze iets in de bagage hadden gezet om weg te brengen? Elo! “Meineed, mi boi”. Laat het duidelijk zijn, dat de grote bazen bekend zijn…, maar dat de kleine jongens bij herhaling worden gepakt. De beladers, de lossers en de ‘losers’. Terwijl men heel goed weet van welk bedrijf de machines waren en wie de steenrijke bazen zijn. Zo ook de kluns die naast zijn Harley Davidson een krat vol droga naar Brabant wilde repatriëren. Men wordt er niet goed van, wat tegenwoordig op de Maasvlakte aanspoelt of in Antwerpen wordt gepakt door de mannen van Europol en Douane netwerken. Een tweehonderd kilo’s aan cocaïne in België opgewacht, veroorzaakt onder Turken,. Marokkanen en Antillianen…, een golf aan moord en doodslag. Vanaf de ingang van een hotel in Antwerpen tot aan/over de Staatsliedenbuurt van Amsterdam heen en naar Diemen, Bijlmer en zelf schietpartij in de Achterhoek. Droga-pappies die bij het leven worden neergemaaid en uitgeschakeld. We keken ernaar en registreerden ook daaromtrent. De grote bazen blijven glimlachen vanuit en in de boxen, hoog boven het voetbalspeelveld van de megastadions die konden worden gebouwd. De Ferrari’s, Audi’s en Maserati-bolides rijden af en aan. De stoeipoezen nippen aan de champagne en om de hoek vliegt het bloedhete lood een lichaam binnen. En de AK 47 wordt vervolgens opnieuw geladen en gaat op weg naar de volgende patiënt. ‘Droga prisiri…, so bun’.
– ‘Charlie Hebdo’. Of het satirische blad in Suriname mag worden verkocht en verspreid, is geen enkel punt van discussie. Als geheel Europa en de westelijke wereld het blad vrijelijk mogen lezen, wat is dan de issue op de plantage? Inderdaad…, achterlijkheden die de Grondwettelijke gedachten/verworvenheden opgelijnd trachten te desavoueren!

Goudprijs vrijdag 23 januari 2015
EURO € 1 troy ounce 1.147,39 +2,28 +0,20% 1 gram 36,89 +0,07 1 kilogram 36.888,85 +73,46 US DOLLAR $ 1 troy ounce 1.290,70 -11,40 –0,88% 1 gram 41,50 -0,37 1 kilogram 41.496,27 -366,51 Trend goudprijs 2014 – 2015
Trend EURO € per troy ounce Vandaag 1.147,39 +2,28 +0,20% Gisteren 1.145,51 +1,88 +0,16% Vorige week 1.085,64 +61,75 +5,69% Vorige maand 961,67 +185,72 +19,31% Vorig jaar 912,70 +234,69 +25,71%
Trend US DOLLAR $ per troy ounce
Vandaag 1.290,70 -11,40 -0,88%
Gisteren 1.302,10 -11,40 -0,88%
Vorige week 1.262,60 +28,10 +2,23%
Vorige maand 1.176,70 +114,00 +9,69%
Vorig jaar 1.236,80 +53,90 +4,36%
Laatst gewijzigd: 23-jan-2015 21:00 CET

– Big Mac. De Big Mac-Index van weekblad The Economist meet wereldwijde prijs- en valutaverschillen aan de hand van de befaamde standaardburger van McDonald’s. Wat blijkt? In de eurozone krijg je inmiddels relatief veel burger voor je geld. Weekblad The Economist lanceerde in 1986 de Big Mac-Index. Die vergelijkt wereldwijd de prijzen van Big Mac’s op basis van actuele wisselkoersen. Het idee achter de index is dat wisselkoersen lokale prijsverschillen van identieke producten op de iets langere termijn moeten gladstrijken. Dit heet de theorie van de koopkrachtpariteit. Als een Big Mac omgerekend in een bepaald land duurder is dan in de VS, dan is de munt van dat land theoretisch overgewaardeerd ten opzichte van de Amerikaanse dollar en vice versa. Naar aanleiding van de recente turbulentie op valuta- en grondstofmarkten – denk aan loskoppeling van de Zwitserse Frank van de euro, de daling van olieprijzen en de aankondiging van de Europese Centrale Bank om de geldpers aan te zetten- heeft The Economist een update gemaakt van de Big Mac Index. Dit op basis van valutakoersen van donderdag 22 januari. In bovenstaande grafiek valt te zien dat een Big Mac in de VS gemiddeld 4,79 dollar kost. In de eurozone ligt de prijs gemiddeld op 3,68 euro. Reken je dat om tegen een wisselkoers van ongeveer 1,1576 euro dan kost een Europese Big Mac in dollars 4,26 dollar. Euro goedkoop. Relatief gezien is een Big Mac dus goedkoop in de eurozone en dat impliceert dat de euro inmiddels ondergewaardeerd is ten opzichte van de dollar – al is de Big Mac-Index hiervoor wel een wat grove maatstaf. De wisselkoers die The Economist optekende, is overigens al weer enigszins achterhaald. Want de euro kreeg donderdag nog een flinke tik toen ECB-president Mario Draghi aankondigde dat de centrale bank de geldpers gaat aanzetten door staatsschulden van eurolanden op de kopen met verse euro’s. Vrijdagochtend kreeg je nog maar 1,135 dollar per euro. Duidelijk is in ieder geval dat de daling van de euro in de afgelopen maanden grote invloed heeft gehad op de relatieve waarde van een Big Mac. Anders gezegd: voor Amerikaanse toeristen is de McDonald’s relatief wat goedkoper geworden als ze in de eurozone op vakantie gaan en omgekeerd. Dure Zwitserse burger. Op basis van de Big Mac-Index is de Zwitserse frank juist peperduur. Want je betaalt omgerekend momenteel 7,54 dollar voor een Big Mac in een Zwitserse McDonald’s. Zwitserland voelt dan ook de pijn van een relatief dure munt. Tot slot is de klap van lagere olieprijzen op landen die sterk afhankelijk zijn van olie-inkomsten ook aardig te zien. Zo kost een Big Mac in Rusland ongerekend nog maar 1,36 dollar, fors goedkoper dan in de VS en de eurozone. De val van de roebel heeft inmiddels geleid tot een onderwaardering van de Russische munt.
– Olieprijs. Het overlijden van de koning van Saudi-Arabië zorgde vrijdagmorgen voor een stijging van de olieprijs. Beleggers speculeren mogelijk op een verandering van het beleid in de grootste olieproducent binnen oliekartel OPEC. Saudi-Arabië was eind vorig jaar de drijvende kracht achter het besluit binnen de OPEC om de olieproductie ondanks de dalende prijs voorlopig niet te verlagen. Na dat besluit ging de olieprijs nog verder omlaag. De prijs van een vat Brent, de graadmeter voor olie uit het Midden-Oosten en Europa, steeg vrijdagochtend met ruim 2 procent naar 49,65 dollar. Amerikaanse olie werd ook 2 procent duurder en kostte 47,23 dollar per vat.
De prijzen staan daarmee overigens nog altijd min of meer op de laagste niveaus sinds begin 2009.
– Olie prijs II. Door de gekelderde olieprijs kloppen de sommetjes van veel oliebedrijven opeens niet meer. Sommige projecten kunnen nog net starten, andere belanden op de plank of eindigen in de prullenbak. De sector is overvallen door snelle daling van de olieprijzen. Een vat Noordzee-olie (Brent) kost nog maar $ 48. Vergeleken met juni vorig jaar ruim een halvering. Een koude sanering is daarom in gang gezet. Het regent berichten over ontslagen, investeringsbudgetten die worden verlaagd en geannuleerde projecten. Vooral in de Verenigde Staten en Canada vallen harde klappen. De grootste pijn zit bij de kleinere bedrijven die met veel geleend geld naar olie boren. Zij zetten fors het mes in hun investeringsbudget en schrappen tientallen tot honderden banen. Zo investeert het Texaanse Swift Energy ruim 70% minder dan in 2013. Concurrent Sanchez Energy brengt het budget terug van $ 1,15 mrd naar $ 600 mrd. Minder investeren betekent minder werk en dus minder banen. Een ruwe telling leert dat het aantal aangekondigde ontslagen in de Noord-Amerikaanse energiesector de afgelopen twee maanden al de 30.000 is gepasseerd. Toeleveranciers hebben het daarom ook zwaar. Ze profiteerden de afgelopen jaren nog van oplopende tarieven door de bonanza aan nieuwe projecten, naar nu gaan de prijzen van hun diensten even zo hard onderuit. ‘De uitgaven van onze opdrachtgevers zijn met 25% tot 30% gedaald’, liet Dave Lesar, ceo van oliedienstverlener Halliburton deze week optekenen. De Anglo-Australische mijnbouwer BHP Billiton maakte deze week bekend aan het eind van hun fiscale jaar in de VS 40% minder boorinstallaties in bedrijf te zullen hebben. Onderaannemers als Halliburton, die deze ‘rigs’ verhuren, zullen dit ook merken. Schlumberger en Baker Hughes, twee van de grootste ‘contractors’ in de oliesector, kondigden deze week grote ontslagrondes aan. Samen zetten de oliedienstverleners 16.000 man op straat, ongeveer 10% van hun personeelsbestand. ‘Dit is pas het begin’, zegt energiedeskundige Lucia van Geuns, die tot vorig jaar bij de energietak van kennisinstituut Clingendael werkte. De pijn voor de oliesector zal volgens haar ‘flink toenemen richting de tweede helft van het jaar’. Vooral oliemaatschappijen met relatief dure projecten die al op korte termijn operationeel worden, staan volgens haar voor moeilijke beslissingen en zullen die mogelijk moeten af- of uitstellen. Wereldwijd zijn er grofweg vier categorieën van kapitaalintensieve oliewinning te onderscheiden. Twee daarvan zijn de winning van schalie- en tight-olie in de Verenigde Staten en de winning van teerzanden, die met name in Canada plaatsvindt. Voor de winning van schalie- en tight-olie (die wordt gewonnen uit zeer dicht gesteente) geldt dat de kosten in korte tijd moeten worden terugverdiend. De productiviteit van een boorlocatie daalt in het eerste jaar gemiddeld met 65%. Het is dus zaak die productiepiek goed te timen, bij een gunstige olieprijs. ‘Dit soort bedrijven is constant bezig met het heroverwegen van hun investeringen’, vertelt Van Geuns. ‘Dat geldt zowel voor boringen die al zijn gestart, als voor investeringen die nog op de tekentafel liggen’. Oliewinning in het Arctisch gebied en ultra diepzeeprojecten zijn ook relatief kostbaar, maar worden, eenmaal begonnen, minder snel geschrapt dan de schalieprojecten. Dat heeft onder meer te maken met de lange aanlooptijd. Het duurt vaak meer dan een decennium voordat de eerste olie uit de grond komt. De internationale oliemaatschappijen en staatsbedrijven die zich hiermee bezig houden, kijken dan ook naar de verwachte olieprijs op de langere termijn. Die is hoger dan de huidige prijs. Ook kunnen zij mogelijk profiteren van de gedaalde prijzen die toeleveranciers rekenen. In dat geval is de gedaalde olieprijs misschien zelfs een voordeel. De Braziliaanse oliemaatschappij Petrobras meldde eerder deze maand dat de investeringen in de reusachtige, maar nog niet-ontwikkelde pre-salt olievelden voor de kust niet in gevaar komen. De Braziliaanse regering wil als grootaandeelhouder dat Petrobras in 2018 in totaal $ 102 mrd in dit diepzeeproject investeert. De velden bevatten mogelijk meer dan 50 miljard vaten olie. Voor nog niet gestarte projecten is het een ander verhaal. Dat merkt bijvoorbeeld Groenland. Dat land rekende zich de afgelopen jaren al rijk toen oliemaatschappijen begonnen te zoeken naar de beste locaties om de grote Groenlandse oliereserves aan te boren. Maar vanwege de afgelegen locaties en het extreme weer is dat duur. Nu de olieprijs is gekelderd, hebben het Noorse Statoil, het Deense Dong Energy en het Franse GDF Suez, hun exploratievergunningen weer ingeleverd. Ook de internationale oliemaatschappijen als Shell en Exxon hebben last van de lage olieprijs, maar voor hen lijken de gevolgen vooralsnog minder ingrijpend. De bedrijven hebben miljarden aan kasgeld en kunnen deze storm dus voorlopig goed doorstaan. Volgende week vrijdag presenteert Shell zijn jaarcijfers en zal meer duidelijk worden over de consequenties van de gedaalde olie prijs voor de Brits-Nederlandse multinational. Door de afnemende investeringen daalt op termijn ook de olieproductie. Dat zal de prijs weer opdrijven. De vraag is wanneer de wal het schip keert. Adviesbureau Wood Mackenzie denkt dat dat moment in het tweede kwartaal komt. Het Internationaal Energieagentschap verwacht dat de markt in de tweede helft van 2015 tot rust komt.

De Observateur van Sranan.