Degrote vraag is of de mennonieten het Masoniagebied in Sipaliwini daadwerkelijk vóór vrijdag 23 oktober om 08.00 uur hebben verlaten. Het Korps Politie Suriname heeft personen die zonder de vereiste toestemming in het gebied verblijven, aangezegd te vertrekken en gewaarschuwd dat bij het uitblijven van vrijwillig vertrek, samen met het Nationaal Leger tot ontruiming kan worden overgegaan. Maar zal de overheid deze keer daadwerkelijk doorpakken? En waarom bestaat er nog zoveel onduidelijkheid over de grondtoewijzingen, vergunningen en mogelijke ontbossing? Deze kwestie laat zien, hoe chaotisch en ondoorzichtig er wordt gewerkt binnen het overheidssysteem als het gaat om het grondbeleid. Wij vragen ons steeds af, hoe men het beheer van staatsgronden, de controle op economische activiteiten in het binnenland en de verantwoordelijkheid van overheidsinstanties en private partijen in kaart brengt en waarom het zo lang duurt. Is het misschien omdat men gewoon zo door wil blijven rommelen? Want zolang belangrijke documenten en afspraken niet openbaar zijn, blijft de samenleving aangewezen op afzonderlijke verklaringen en onderzoeksbevindingen.
Wie wist wat en wanneer?
Tijdens veldonderzoek op 30 september stelde ProBios-voorzitter Erlan Sleur vast dat een mennonietenkamp buiten de concessiegebieden ligt die hij aan de hand van satellietbeelden en gegevens van de bosbouwlegger heeft onderzocht. Hij trof vrijgemaakt terrein, gebouwen en machines aan. Volgens zijn verslag verklaarde een vertegenwoordiger van de gemeenschap, dat er afspraken waren gemaakt met Roy Kong Yong Foek en dat de bewoners erop vertrouwden dat de benodigde vergunningen zouden worden geregeld. Die verklaring roept alleen maar vragen op. Wie heeft de gezinnen naar het gebied gebracht en welke toezeggingen zijn gedaan? Op basis waarvan zijn werkzaamheden begonnen als de vereiste toestemmingen mogelijk ontbraken? En welke instanties hebben gecontroleerd of de vestiging en activiteiten rechtmatig waren? De bevindingen van Sleur bewijzen op zichzelf niet dat alle activiteiten onrechtmatig waren. Evenmin is onafhankelijk vastgesteld of het kamp dezelfde locatie betreft als de door het ministerie van Grondbeleid en Bosbeheer (GBB) genoemde plek bij de Masonia-kreek, of dat Braganza Marketing Group bij de activiteiten betrokken was. Juist daarom is onafhankelijk onderzoek noodzakelijk.
Gronddeals blijven onduidelijk
In een open brief vragen zeventien personen en vertegenwoordigers van organisaties de regering om transparantie over grondtoewijzingen, mogelijke ontbossing en landbouwplannen van mennonieten. Zij willen onder meer dat de relevante overeenkomsten, kaarten en coördinaten openbaar worden gemaakt, zodat duidelijk wordt welke percelen zijn uitgegeven en of projecten elkaar overlappen. Op 3 augustus verklaarde de president dat bosgronden die GBB aan het ministerie van Landbouw, Veeteelt en Visserij (LVV) had uitgegeven, moesten worden teruggegeven. Alleen gronden in het kustgebied zouden bij LVV kunnen blijven.
Een werkgroep zou de bestaande situatie onderzoeken. Op 4 oktober zei de president dat meer duidelijkheid binnen twee tot drie maanden werd verwacht. Waarom moet de samenleving zo lang wachten op duidelijkheid over de bestemming van grote oppervlakten staatsgrond? Welke percelen zijn precies toegewezen en onder welke voorwaarden? En als de overheid de rechtmatigheid van deze toewijzingen onderzoekt, welke maatregelen worden ondertussen genomen om mogelijke verdere ontbossing te voorkomen?
Tegenstrijdige verklaringen vragen om opheldering
Ook de afspraken rond Braganza Marketing Group roepen vragen op. In de media is bericht over een overeenkomst met LVV voor 9.366,72 hectare in Para, terwijl een gepubliceerde projectkaart een gebied van 24.185 hectare nabij Tibiti toont. Zonder officiële perceelgegevens en coördinaten kan niet worden vastgesteld of de gebieden elkaar overlappen. Braganza verklaarde op 19 september tegenover Starnieuws dat voorbereidende werkzaamheden, waaronder ontbossing, hadden plaatsgevonden terwijl kapvergunningen en de vereiste toestemming van de Nationale Milieuautoriteit nog ontbraken. Volgens het bedrijf waren de voorbereidingen toegestaan op basis van afspraken met LVV. Op 6 oktober stelde Braganza dat grootschalige landbouw nog afhankelijk was van toestemming van de overheid. Welke werkzaamheden waren dan wel toegestaan en wie heeft daarover beslist? Hoe kon worden begonnen met voorbereidende activiteiten voordat alle vereiste toestemmingen waren verkregen?
De open brief verwijst daarnaast naar een Memorandum of Understanding uit november 2025 en een bedrag van USD 250.000 in verband met een voorgenomen aandelenconstructie rond grondrechten. Braganza verklaarde op 23 september dat deze constructie niet was uitgevoerd en dat de genoemde onderneming geen grond had verkregen. De briefschrijvers vragen om duidelijkheid over eventuele andere betalingen. Zonder aanvullende documenten kan niet worden vastgesteld, dat er sprake is van onrechtmatige transacties. Wel is het redelijk te verlangen dat de regering inzicht geeft in de gemaakte afspraken en de uiteindelijke status van de grondrechten.
Wordt er daadwerkelijk gehandhaafd?
GBB meldde eerder dat bij Bantipasi, Albergapasi en Masonia-kreek werkzaamheden zouden plaatsvinden zonder de vereiste toestemmingen. Volgens het ministerie was op 20 juli via een deurwaardersexploot meegedeeld, dat de werkzaamheden moesten worden gestaakt en de locaties moesten worden verlaten. Welke maatregelen zijn daarna uitgevoerd? Is gecontroleerd of de activiteiten zijn gestopt en verdere ontbossing is voorkomen?
De politie heeft nu een concrete deadline gesteld voor het Masoniagebied. De vraag is wat er gebeurt als de betrokkenen niet vertrekken. Wordt de aangekondigde ontruiming uitgevoerd, en hoe wordt vervolgens gecontroleerd of het terrein niet opnieuw wordt ingenomen?
De ondertekenaars van de open brief vragen de regering binnen zeven dagen een standpunt over de handhaving te geven en binnen veertien dagen relevante documenten, kaarten en een tijdlijn beschikbaar te stellen. Dit zijn hun voorgestelde termijnen. Ook De Nationale Assemblée kan de verantwoordelijke ministers om uitleg vragen.
De kwestie-Masonia gaat niet alleen om een ontruiming. De samenleving heeft het recht om te weten hoe de situatie is ontstaan, welke afspraken zijn gemaakt en of de overheid tijdig heeft gehandeld. Zijn de mennonieten daadwerkelijk vertrokken, en zal de regering ook duidelijkheid geven over de grondtoewijzingen en mogelijke ontbossing? Zonder transparantie, onafhankelijk onderzoek en aantoonbare handhaving blijven essentiële vragen onbeantwoord en blijft het vertrouwen in het toezicht op Surinaamse bosgronden onder druk staan.

