NEVER ENDING STORY: ALTIJD MEER GELD

Staken is geen Surinaams verschijnsel. Ook in Nederland leggen werknemers in het openbaar vervoer het werk neer en ook in Suriname kennen we acties van bus- en boothouders, verpleegkundigen en leerkrachten. Werknemers hebben het recht om hun belangen te verdedigen. Daar gaat het niet om. Het probleem ontstaat wanneer vrijwel ieder arbeidsconflict uiteindelijk dezelfde route volgt: actievoeren, onderhandelen, een financiële tegemoetkoming en vervolgens een periode van rust.

Tot het volgende conflict zich aandient. Ook het onderwijs lijkt inmiddels in dat patroon terecht te zijn gekomen. Op 1 oktober was het opnieuw raak. Ouders kregen het advies hun kinderen vanwege veiligheidsredenen niet naar school te sturen. Niet alle leerkrachten deden mee aan de actie, maar veel ouders hielden hun kinderen toch thuis. Daarmee werd opnieuw een groot deel van het onderwijsproces geraakt.

Voor ouders betekent dat opnieuw improviseren. Kinderen zitten thuis, terwijl ouders zelf moeten werken en hun dagelijkse verplichtingen moeten zien te combineren met een onverwachte schoolsluiting. En ondertussen is het onderliggende probleem niet nieuw. Suriname kampt al jaren met een tekort aan leerkrachten. Een deel van het onderwijspersoneel vertrekt naar het buitenland, onder meer vanwege betere arbeidsvoorwaarden. Tegelijkertijd blijft het moeilijk om leerkrachten te vinden die bereid zijn in de districten en het binnenland te werken, waar voorzieningen niet altijd voldoen aan wat redelijkerwijs van een werkplek mag worden verwacht.

Dat probleem wordt niet opgelost met iedere keer een nieuwe tegemoetkoming. Recent werd opnieuw onderhandeld en kregen leerkrachten onder meer een hoger budget voor een gezondheidsbril. Op zichzelf kan zo’n voorziening gerechtvaardigd zijn.

Maar het roept wel de bredere vraag op hoelang de overheid problemen op deze manier blijft oplossen. Want waar eindigt het? Als verpleegkundigen actievoeren, wordt onderhandeld en volgt een tegemoetkoming. Als leerkrachten actievoeren, volgt opnieuw overleg en worden voorwaarden aangepast. Andere beroepsgroepen volgen hun eigen traject.

Voor vakbonden is het logisch dat zij proberen het maximale voor hun leden te bereiken. Maar een vakbond vertegenwoordigt werknemers. De rekening van de afspraken wordt uiteindelijk betaald door de samenleving en dus door belastingbetalers, consumenten en andere werknemers.  Een overheid kan niet onbeperkt tegemoetkomen aan iedere georganiseerde groep die voldoende druk kan uitoefenen. Daarvoor is het overheidsbudget simpelweg niet onbeperkt. Toch lijkt het beleid vaak vooral gericht op het beëindigen van de acute onrust. Een structurele oplossing komt daarna op de tweede plaats. Dat is precies waarom dezelfde problemen telkens terugkeren.

Het onderwijs heeft geen behoefte aan een systeem waarin de rust wordt gekocht totdat de volgende actie zich aandient. Het heeft behoefte aan een structureel personeelsbeleid, goede voorzieningen, duidelijke arbeidsvoorwaarden en een plan om het tekort aan leerkrachten daadwerkelijk terug te dringen. Dat betekent ook dat niet alleen naar salaris moet worden gekeken.

Als het probleem in het binnenland mede wordt veroorzaakt door gebrekkige huisvesting, transport, schoolgebouwen of andere voorzieningen, moet daar structureel in worden geïnvesteerd. Als Suriname gekwalificeerde leerkrachten verliest aan het buitenland, moet worden onderzocht waarom en wat nodig is om het beroep hier aantrekkelijker te maken. En vooral: er moet worden gestopt met het telkens opnieuw behandelen van hetzelfde probleem alsof het een incident is. Want de volgende actie komt vrijwel zeker weer.

Misschien in het onderwijs. Misschien in het openbaar vervoer. Misschien in de gezondheidszorg. En wanneer de prijs van benzine straks niet langer door de huidige price cap wordt begrensd, kan opnieuw maatschappelijke druk ontstaan. Dan begint het bekende proces opnieuw: actie, onderhandelingen, eisen, tegemoetkomingen en tijdelijke rust. Een overheid die alleen reageert wanneer werknemers de straat opgaan, loopt achter de feiten aan. De echte uitdaging is daarom niet om de volgende staking te voorkomen.

Het is om de oorzaken weg te nemen waardoor werknemers steeds opnieuw het werk moeten neerleggen om gehoord te worden. Anders blijft het een never ending story. Altijd een nieuw probleem. Altijd nieuwe onderhandelingen. En uiteindelijk altijd de vraag: waar komt het geld vandaan?

More
articles