Het verdelen van schoolpakketten aan minderbedeelde kinderen in Paramaribo-Noord, lijkt op het eerste gezicht een nobel gebaar. Ingrid Bouterse-Waldring, assembleelid en weduwe van voormalig president Desi Bouterse, reikt tassen en mappen uit aan gezinnen die de stijgende kosten van het onderwijs, niet meer kunnen dragen. Maar wie scherper kijkt, ziet hoe in dit soort sociale acties de grens tussen maatschappelijke hulp en strategische beeldvorming vervaagt. In een toelichting op haar initiatief, kondigde Bouterse-Waldring plannen aan voor een stichting, een boek én een standbeeld ter ere van haar overleden echtgenoot. Daarmee wordt een liefdadigheidsactie gekoppeld aan het bouwen van een politiek monument.
Ook de verwachte vrijlating van telg Dino Bouterse kwam ter sprake. Laten we echter niet voorbijgaan aan de rauwe werkelijkheid: zowel Desi als Dino Bouterse dragen een zwaar crimineel verleden met zich mee, gekenmerkt door veroordelingen voor onder meer cocaïnesmokkel en moord in het geval van de vader, en cocaïnesmokkel, wapendelicten en terrorisme in het geval van de zoon.
Met een dergelijk strafblad is er op Suri-naams grondgebied absoluut geen plaats voor een standbeeld, noch kan er sprake zijn van een boegbeeld voor de idealen van Desi of Dino. Dat het volk deze steun dankbaar aanvaardt, is begrijpelijk.
Wanneer de overheid tekortschiet in basale sociale zekerheid, vullen individuele politici dat gat op. Dit creëert een gevaarlijke afhankelijkheidsrelatie. Zorg en onderwijs zijn grondrechten, geen gulle gaven waarvoor de burger dankbaarheid verschuldigd is aan een specifieke politieke dynastie. Het verlangen naar een standbeeld is symbolisch voor het standbeeld dat men in de hoofden van het kiezersvolk wil verankeren.
De politieke leider wordt neergezet als weldoener, een boegbeeld dat zelfs na zijn overlijden, de norm bepaalt. Mocht Dino Bouterse zich na zijn vrijlating presenteren als het evenbeeld van zijn vader, dan mag de Surinaamse kiezer geen enkel risico nemen. Acceptatie of toelating van Dino in de Surinaamse politiek, zou een directe bedreiging vormen voor de rechtsstaat en de democratische waarden van het land. Suriname heeft geen behoefte aan een politiek van standbeelden, ad-hoc aalmoezen of het recyclen van een beladen dynastie. Het beste ‘pakket’ dat de Surinaamse jeugd tegemoet kan zien, is geen schooltas met schriften, maar de definitieve verlossing van het gedachtegoed van het boutisme, de fnuikende pakkettencultuur en de verlammende persoonscultus. Pas wanneer we die erfenis achter ons laten, bouwen we aan een werkelijk zelfredzame en rechtvaardige samenleving voor de toekomst van onze kinderen.

