Overheidsfinanciën aanzienlijk verslechterd ondanks daling staatsschuld

De overheidsfinanciën van Suriname zijn in mei 2026 aanzienlijk verslechterd. Terwijl de staat in de voorgaande maanden nog begrotingsoverschotten realiseerde, liepen de uitgaven in mei sterk op en daalden de ontvangsten. De totale rekening sloeg daardoor om naar een tekort van SRD 3,6 miljard. Tegelijkertijd blijft de staatsschuld met 119,6 procent van het bruto binnenlands product (bbp) volgens de wettelijke definitie bijna tweemaal boven het wettelijke plafond van 60 procent. Dat blijkt uit de meest recente economische analyse van de Suriname Economic Oversight Board (SEOB). De cijfers onderstrepen volgens de analyse, de aanhoudende druk op de overheidsfinanciën en de beperkte begrotingsruimte.

Begrotingsoverschotten slaan om in tekort

In februari, maart en april realiseerde de overheid nog overschotten. In mei veranderde het begrotingsbeeld echter aanzienlijk. De ontvangsten daalden naar SRD 4,4 miljard, terwijl de uitgaven opliepen naar SRD 8 miljard. In februari bedroegen de ontvangsten nog SRD 5,5 miljard. Deze stegen in maart naar SRD 7,2 miljard en kwamen in april uit op SRD 6,8 miljard. De uitgaven namen in dezelfde periode toe van SRD 3,9 miljard in februari naar SRD 5 miljard in maart en SRD 5,5 miljard in april. In mei liepen de uitgaven vervolgens op naar SRD 8 miljard. Het primaire saldo kwam daardoor uit op slechts SRD 30,5 miljoen, terwijl de totale rekening een tekort van SRD 3,6 miljard liet zien.

Volgens de SEOB toont deze ontwikkeling aan, dat eerdere begrotingsoverschotten kwetsbaar blijven, wanneer de inkomsten terugvallen en de uitgaven toenemen. De organisatie benadrukt dat consistente fiscale discipline noodzakelijk blijft om begro-tingsdruk, financieringsbehoeften en mo-gelijke inflatoire effecten te beperken.

Staatsschuld blijft boven wettelijk plafond

Ook de staatsschuld blijft een belangrijk aandachtspunt. Volgens de wettelijke definitie daalde de schuldquote van 121,1 procent van het bbp in maart naar 119,6 procent in juni. Volgens de internationale definitie nam de schuldquote in dezelfde periode af van 76,6 procent naar 74,5 procent. Ondanks deze lichte daling blijft de staatsschuld volgens beide definities, boven het wettelijke plafond van 60 procent van het bbp. De hoge schuldquote beperkt volgens de SEOB de begrotingsruimte van de overheid. Daarnaast blijven de overheidsfinanciën kwetsbaar voor wisselkoers-schommelingen, renterisico’s en externe schokken. De lichte daling van de schuld-quote neemt de structurele druk op de overheidsfinanciën daarmee niet weg.

Reserves bieden externe buffer

Tegenover de verslechtering van de overheidsfinanciën staat een verbetering van de internationale reserves. Deze stegen in juli naar USD 2 miljard, tegenover USD 1,8 miljard in juni. Ook de importdekking verbeterde van 7,5 maanden in juni naar 8,2 maanden in juli. Daarmee bleef deze ruim boven de internationaal gangbare norm van drie maanden. Volgens de SEOB blijft het opbouwen van de reserves belangrijk om externe schokken op te vangen en de wisselkoersstabiliteit te ondersteunen. De combinatie van een sterkere externe buffer, een hoge staatsschuld en een verslechtering van de overheidsrekening laat volgens de economische analyse zien, dat de financiële positie van Suriname uiteenlopende ontwikkelingen vertoont.

More
articles