Suriname heeft geen gebrek aan evenementen, commissies, delegaties en grootse plannen. Maar zodra het feest voorbij is, blijft steeds dezelfde vraag liggen: waar is de financiële verantwoording? Tra Fas’ De stelde onlangs terecht die vraag. Want wie gemeenschapsgeld uitgeeft, heeft niet alleen de plicht om vooraf een begroting te presenteren, maar ook om achteraf verantwoording af te leggen. Dat is geen aanval op evenementen of beleid. Dat is gewoon goed bestuur. Neem Expo 2020 Dubai. Suriname wilde zich daar internationaal presenteren en investeerders aantrekken. De totale deelname werd destijds geraamd op USD 2,4 miljoen. Dubai zou USD 1,5 miljoen bijdragen en Suriname ongeveer USD 900.000. Dat bedrag was door de Raad van Ministers goedgekeurd als voorfinanciering. Via sponsoring en andere bijdragen zouden de uiteindelijke kosten voor Suriname zelfs lager moeten uitvallen.
Na terugkeer, verdedigde toenmalig president Chandrikapersad Santokhi de investering. Volgens hem zou die USD 900.000 rendement opleveren in de vorm van investeringen. Dat was jaren geleden. Tra Fas’ De heeft dan ook een volkomen terechte vraag: Waar is de eindafrekening? Hoeveel heeft Suriname uiteindelijk werkelijk betaald? Hoeveel sponsoring kwam binnen? Wat kostten de delegaties, tickets, verblijf en overige uitgaven? En vooral: welke investeringen zijn aantoonbaar rechtstreeks uit die deelname voortgekomen? Een vooraf aangekondigd bedrag is nog geen financiële verantwoording. Een belofte van rendement evenmin.
Van Dubai naar 50 jaar Srefidensi
Ook bij de viering van 50 jaar Srefidensi op 25 november 2025 zijn vragen over de financiële afwikkeling gerechtvaardigd. In oktober werd een masterbegroting van SRD 65 miljoen bekendgemaakt. De begrotingen van de afzonderlijke activiteiten zouden worden ingediend en samengebracht. Kort voor de viering werd gemeld dat de begroting na herziening ongeveer SRD 55 miljoen bedroeg. Het bedrijfsleven zou daarnaast bijna SRD 50 miljoen aan bijdragen en toezeggingen hebben verzameld. Staatsolie, Zijin, Hakrinbank en andere bedrijven werden daarbij genoemd. Een eventueel tekort zou door de overheid worden gedragen. Maar het feest is voorbij.
Wat is werkelijk ontvangen en wat is werkelijk uitgegeven?
Tra Fas’ De heeft gelijk wanneer zij vraagt om duidelijkheid. Hoeveel kwam daadwerkelijk van private bedrijven? Hoeveel van staatsbedrijven? Hoeveel uiteindelijk uit de staatskas? Welke kosten werden gemaakt? Waren er overschrijdingen? En waar is de openbare eindafrekening? Een begroting is het begin van financiële transparantie, niet het einde ervan.
CARIFESTA: Het verslag is er. Waarom niet openbaar?
Bij CARIFESTA XV wordt de vraag van Tra Fas’ De nog dringender. Het evenement vond van 22 tot en met 31 augustus 2025 plaats in Barbados. Suriname vertrok met een kleinere delegatie en werkte met een vastgesteld budget van USD 63.000. Begin dit jaar werd minister Dirk Currie gevraagd naar het financiële verslag. Toen was het nog niet afgerond. Inmiddels is dat veranderd. Op 23 februari 2026 heeft de CARIFESTA XV-commissie zowel het evenementverslag als het financiële verslag officieel aan de minister overhandigd. Dan is de vraag van Tra Fas’ De simpel en volkomen redelijk:
Waarom is dat financiële verslag nog niet openbaar?
De begroting was USD 63.000. Hoeveel is daadwerkelijk besteed? Waar ging het geld naartoe? Was er geld over? Waren er aanvullende uitgaven? Als een financieel verslag klaar is en officieel is overhandigd, waarom zou de samenleving daar dan geen kennis van mogen nemen? Dit gaat niet om wantrouwen. Het gaat om controle.
Heritage Month: nog geen eindverslag, maar wel een begroting
Bij Heritage Month moet wel een onderscheid worden gemaakt. De maand is nog niet voorbij. Een definitief financieel verslag kan daarom nog niet worden verlangd. Maar Tra Fas’ De heeft ook hier een punt: een begroting maak je vooraf. De overheid verklaarde in juni dat er geen specifieke financiële middelen beschikbaar waren voor de Heritage Month. Er zou worden gekeken naar bijdragen van de overheid, het bedrijfsleven en sponsors. De Heritage Month wordt bovendien gekoppeld aan bestaande beleidsprogramma’s van verschillende ministeries.
Welke ministeries betalen? Uit welke begrotingsposten? Wat betaalt het Kabinet van de President? Welke staatsbedrijven leveren bijdragen? Wie sponsort? En welke bijdragen worden in natura geleverd? Het argument dat er geen aparte pot voor Heritage Month bestaat, is geen afdoende antwoord. Ook geld dat uit bestaande begrotingsposten wordt gehaald, blijft gemeenschapsgeld.
Tra Fas’ De heeft gelijk
Daarom is de kritiek van Tra Fas’ De niet alleen begrijpelijk, maar noodzakelijk. Het gaat niet om de vraag of Suriname evenementen mag organiseren. Natuurlijk mag dat. Het gaat ook niet om de vraag of internationale promotie, cultuur of nationale vieringen waardevol zijn.
De kernvraag is veel eenvoudiger: Wat heeft het gekost, wie heeft betaald en wat heeft het opgeleverd? Dat moet bij iedere besteding van publieke middelen kunnen worden beantwoord. Tra Fas’ De vraagt daarmee niets buitensporigs. Zij vraagt om een principe dat in iedere democratische rechtsstaat vanzelfsprekend zou moeten zijn: publiek geld vraagt publieke verantwoording. Begroot vooraf.
Wees transparant tijdens de uitvoering. Verantwoord achteraf. En maak de cijfers en verslagen openbaar. Suriname kan niet blijven vragen om vertrouwen terwijl financiële informatie achteraf moeilijk vindbaar blijft of helemaal niet wordt gepubliceerd. Wie met gemeenschapsgeld werkt, moet bereid zijn de rekening te laten zien. Want transparantie begint niet wanneer een journalist maanden later vraagt: Waar is het geld gebleven? Transparantie hoort onderdeel te zijn van het bestuur zelf. Tra Fas’ De heeft dus gelijk. Als de rekening er is, leg haar dan gewoon op tafel.

