Minister André Misiekaba heeft tijdens de begrotingsbehandeling in DNA bekendgemaakt, dat de officieel vastgestelde armoedegrens voor een eenpersoonshuishouden SRD 7.810 bedraagt. Dat cijfer is gebaseerd op een vaststelling uit december 2025 en wordt volgens de regering, periodiek gemonitord door een multidisciplinaire Werkgroep Armoedegrensbepaling. De vraag is echter niet alleen hoe vaak die grens wordt bijgewerkt, maar vooral of zij nog aansluit bij de werkelijkheid waarin Surinamers vandaag leven. Want wie kan anno 2026 werkelijk rondkomen van SRD 7.810 per maand? De dagelijkse praktijk presenteert een ander beeld. De prijzen van levensmiddelen blijven stijgen, de huurprijzen zijn hoog, elektriciteit, water en brandstof drukken steeds zwaarder op het huishoudbudget en ook de kosten voor gezondheidszorg, blijven oplopen. Zelfs een alleenstaande die uiterst zuinig leeft, heeft moeite om met dit bedrag alle noodzakelijke uitgaven te bekostigen. Voor gezinnen met kinderen, is de situatie vrijwel hopeloos. Juist daarom roept deze bekendmaking vragen op. Op basis van welke gegevens is deze berekening gemaakt? Welke producten en diensten zijn opgenomen in het basispakket, waarop de armoedegrens is gebaseerd? En sluit dat pakket nog aan bij de huidige economische realiteit? Transparantie hierover is essentieel, omdat de armoedegrens bepalend is voor het sociaal beleid, inkomensondersteuning en de beoordeling van de koopkracht van burgers. Daarom is een nieuwe herberekening van de armoedegrens geen keuze, maar een noodzaak. Die herziening mag niet uitsluitend plaatsvinden achter bureaus van statistici en beleidsmakers. Ook maatschappelijk werkers, die dagelijks in contact staan met kwetsbare gezinnen, alleenstaande ouders, ouderen en werkenden die ondanks een inkomen nauwelijks kunnen rondkomen, moeten bij dat proces worden betrokken. Zij weten als geen ander, waar mensen financieel tegenaan lopen en welke uitgaven in de praktijk onvermijdelijk zijn. Hun ervaringen kunnen bijdragen aan een armoedegrens die beter aansluit bij de werkelijkheid.
Daarnaast is het opmerkelijk dat nog onduidelijk is, of voor 2026 al een nieuwe berekening wordt voorbereid. In een periode waarin de inflatie de kosten van levensonderhoud duurder maakt, kan een achterhaalde armoedegrens een misleidend beeld geven van de werkelijke omvang van armoede. Het gevolg is dat mensen die feitelijk onder de bestaansgrens leven, mogelijk buiten sociale ondersteuning vallen. De regering heeft meermaals aangegeven bestaanszekerheid centraal te willen stellen. Die begint met eerlijke en actuele cijfers. Een armoedegrens moet niet alleen statistisch verantwoord lijken, maar moet ook herkenbaar zijn voor de Surinamer die iedere maand worstelt om huur, boodschappen, vervoer en medische kosten te betalen. Een transparante herberekening, waarbij naast economen en statistici ook maatschappelijk werkers en andere sociale deskundigen worden betrokken, is eerlijker en dringend nodig. Alleen wanneer de cijfers de werkelijkheid weerspiegelen, kan beleid worden ontwikkeld, dat de mensen bereikt, die het het hardst nodig hebben.

