De onthulling van minister Marinus Bee, dat de overheid meer dan 1 miljard SRD kwijt is aan telefoonkosten van verschillende functionarissen, is ronduit schokkend en schandalig. Het gaat hierbij niet om kleine administratieve misstappen of onbedoelde overschrijdingen, maar om structureel ontspoord gedrag, waarbij de staatskas zwaar wordt benadeeld. Terwijl burgers worden opgeroepen zuinig om te gaan met hun middelen en de overheid spreekt over noodzakelijke bezuinigingen, blijken sommige functionarissen c.q. ambtenaren, schaamteloos gebruik te maken van publieke voorzieningen alsof het privébezit betreft. Het voelt als een klap in het gezicht van de samenleving.
Wat deze kwestie nog schrijnender maakt, is dat het geen nieuw verschijnsel is. Al jaren zijn er signalen dat vooral tijdens buitenlandse dienstreizen, onredelijk hoge telefoon- en internetkosten worden gemaakt. Het absolute dieptepunt is een minister die tijdens één verblijf in het buitenland maar liefst voor SRD 725.000 op kosten van de staat, privé telefoongesprekken voerde. Dit is pure besteling van publieke middelen.
Deze praktijk gaat verder dan onfatsoenlijk gedrag. Ze is een symptoom van een bredere bestuurscultuur, waarin het besef ontbreekt dat belastinggeld nodig is voor diverse voorzieningen. Wanneer functionarissen zonder schroom profiteren van voorzieningen die bedoeld zijn om publieke taken uit te voeren, ondergraven zij niet alleen hun eigen geloofwaardigheid, maar ook het vertrouwen van burgers in het staatsbestuur. En dat vertrouwen was al zo vreselijk broos.
Minister Bee heeft gelijk wanneer hij deze bedragen “onaanvaardbaar” noemt. De aangekondigde maatregelen, het omzetten van diensttelefoons naar prepaid en een herregistratie van wie daadwerkelijk recht heeft op een diensttoestel, zijn meer dan noodzakelijke stappen. Maar ze komen wel rijkelijk laat. Bovendien zal het uiteindelijke succes volledig afhangen van strikte handhaving, transparante rapportage en consequente sancties. Zonder die elementen blijft elke maatregel slechts cosmetisch en ineffectief.
Want deze affaire gaat allang niet meer alleen over telefoonkosten. Ze legt een fundamenteler probleem bloot: het gebrek aan verantwoordelijkheid, eerlijkheid en controle binnen delen van het publieke apparaat. Zolang publieke middelen worden behandeld alsof het persoonlijke privileges betreft, blijft de kloof tussen overheid en burger groeien.
Het is de hoogste tijd dat het bestuur het voorbeeld geeft dat het van de samenleving verwacht. Integriteit, bescheidenheid en verantwoordelijk handelen mogen geen loze woorden zijn, maar moeten zichtbaar worden in elk beleidsbesluit en in elke persoonlijke handeling van een functionaris.
De samenleving verdient bestuurders die begrijpen dat publieke middelen niet dienen voor persoonlijke luxe en misbruik, maar voor het algemeen belang. En die verantwoordelijkheid begint bij het stoppen van deze cultuur van onacceptabele verkwisting.


