Al vijftig jaar onafhankelijk en nog steeds moeten de oorspronkelijke bewoners van Suriname om erkenning smeken. Vrijwel alle inheemse dorpshoofden hebben onlangs hun grieven wederom kenbaar gemaakt en gebundeld in een resolutie en aangeboden aan parlementsvoorzitter Michael Adhin. Donderdagochtend hebben zij ook een petitie ingediend bij president Simons. Hun boodschap is helder, er zijn tot nu toe geen fundamentele verbeteringen gerealiseerd. Sterker nog, hun leefgebieden worden bedreigd door grondroof, vervuiling en vernietiging van de natuur, die onlosmakelijk deel uitmaakt van hun bestaan.
De woorden in de resolutie zijn scherp en duidelijk. De inheemse volken voelen zich niet gezien door de politiek en buitengesloten bij de besluitvorming, ondanks hun status als oorspronkelijke bewoners van dit land. Terwijl de wereld zich buigt over klimaatverandering, biodiversiteit, bosbeheer en zelfs nieuwe economische markten zoals de carbonhandel, worden zij genegeerd. Beslissingen over hun land en toekomst worden boven hun hoofden genomen.
Het is eigenlijk een pijnlijke constatering, want de Wet Bescherming Woon- en Leefgebieden uit 2017, is nog altijd niet afgekondigd en de concept-kaderwet van 2019 voor collectieve rechten is stof aan het opnemen. Intussen worden gronden uitgegeven alsof ze vrij beschikbaar zijn, zonder rekening te houden met de gemeenschappen, die daar al jarenlang wonen. Het argument dat het ‘ingewikkeld’ is, of dat er meer tijd nodig is, klinkt na jaren van uitstel hol. Er wordt steeds beloofd, dat deze zaak aangepakt zal worden. Maar de inheemsen hebben niet veel aan beloftes, hebben vooral daden nodig. Beloftes en technische informatie over ruimtelijke ordening, zijn onvoldoende, zolang de fundamentele rechten van deze gemeenschappen niet wettelijk zijn vastgelegd.
Suriname profileert zich internationaal als Amazone-land en klimaatpartner, maar binnen de eigen grenzen, worden de oorspronkelijke bewoners systematisch aan de kant geschoven. Die tegenstelling is onhoudbaar. Wie het Amazonegebied wil beschermen, moet beginnen bij het erkennen van de rechten van mensen, die er al eeuwenlang wonen. De vraag is niet of de rechten van inheemse volken worden vastgelegd, maar wanneer de politiek eindelijk de moed zal kunnen opbrengen dit te doen. Zolang hun grieven slechts worden aangehoord en niet omgezet in bindende wetgeving, blijft erkenning niet meer dan een belofte op papier.


