De kantonrechter heeft in het kortgeding tussen aannemingsmaatschappij Baitali N.V. en de staat Suriname, vertegenwoordigd door het ministerie van Openbare Werken (OW), geoordeeld dat de afwijzing van Baitali’s inschrijving bij een openbare aanbesteding, onterecht was. Het geschil draait om een door de Inter-American Development Bank (IDB) gefinancierd infrastructuurproject ter waarde van USD 23 miljoen aan de Van ’t Hogerhuysstraat. De kortgedingrechter heeft OW opgedragen, de gunning van dit project in te trekken en de inschrijvingen van alle deelnemende bedrijven opnieuw te beoordelen.
OW had de inschrijving van Baitali afgewezen op grond van zes vermeende tekortkomingen: ongespecificeerd werk; onvoldoende ervaring van projectmanagers; een niet-conforme werkmethode; een niet-gecontroleerde jaarrekening; onvoldoende bewijs van minimale jaaromzet en een niet-volledig risicoregister. De kantonrechter stelde, dat de overheid niet had mogen concluderen, dat Baitali niet aan deze eisen voldeed.
Volgens de kantonrechter is gebleken dat OW verkeerde aannames had gedaan over het percentage werk, en dat er bij onduidelijkheden over specificaties en technische details, opheldering had moeten worden gevraagd in plaats van direct af te wijzen. Ook oordeelde de kantonrechter, dat Baitali geen gecontroleerde jaarrekening hoefde te overleggen en dat het risicoregister aan de gestelde voorwaarden voldeed.
Op basis van deze bevindingen heeft de rechter de staat opgedragen om de afwijzing van Baitali’s inschrijving, het besluit op haar bezwaarschrift en de gunning aan een andere aannemer, in te trekken. Tevens moet OW de inschrijving van Baitali opnieuw beoordelen, rekening houdend met dit vonnis. De uitvoering van het project door de andere aannemer dient te worden stopgezet, totdat de herbeoordeling heeft plaatsgevonden. Daarnaast is de staat veroordeeld tot het betalen van de proceskosten.
De rechter benadrukte dat hoewel de aanbesteding onder de regels van de IDB valt, de overheid dient te voldoen aan de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Baitali had betoogd de laagste en dus voordeligste inschrijving te hebben gedaan en eiste dat het werk alleen aan haar gegund wordt, of dat de aanbestedingsprocedure op een eerlijke manier opnieuw wordt uitgevoerd.


