Het betreft een tikkende tijdbom voor verzekerden van het Staatsziekenfonds (SZF). Wie maandelijks of jaarlijks zijn ziektekostenpremie betaalt, mag ervan uitgaan, dat hij bij ziekte of medische assistentie toegang heeft tot de zorg waarvoor hij verzekerd is. Dat hoort zeker zo te zijn. Maar wat gebeurt er wanneer het SZF in een geschil oftewel betalingsgeschil raakt met specialisten of zijn financiële verplichtingen niet nakomt? Dan blijkt de verzekerde plotseling de zwakste schakel in een conflict, waarop hij geen enkele invloed heeft. En dit hebben we al te vaak meegemaakt, dat de dienst naar de SZF-verzekerden toe, gewoon onderbroken wordt.
De recente ontwikkelingen rond de dienstverlening aan SZF-verzekerden zijn ernstig en maken een structureel probleem zichtbaarder. Wanneer zorgverleners besluiten patiënten met een SZF-verzekering niet langer te behandelen wegens geschillen met het fonds, wordt de patiënt gegijzeld door een conflict tussen twee partijen. De verzekerde heeft zijn verplichtingen tegenover het SZF voldaan maar kan desondanks niet rekenen op de zorg, waarop hij meent recht te hebben. Dat is niet alleen oneerlijk, maar ook een ernstige aantasting van het vertrouwen in het verzekeringsstelsel. Een ziektekostenverzekering is immers geen gunst die het SZF naar eigen inzicht verleent. Verzekerden betalen premie om zich te kunnen beschermen tegen de financiële gevolgen van ziekte en om op noodzakelijke momenten, medische hulp te kunnen krijgen. Het kan niet zo zijn, dat die bescherming wegvalt, zodra het fonds en een zorgverlener het niet eens worden over betalingen of andere afspraken. Dus met andere woorden betalen wij het gelag voor het SZF. Voor patiënten met een acute of ernstige aandoening, is de situatie nog veel ernstiger. Niemand kan van iemand die medische hulp nodig heeft verwachten dat die rustig afwacht, totdat een betalingsgeschil is opgelost. Gezondheid en leven laten zich niet plannen rond administratieve problemen, financiële achterstanden of onderhandelingen tussen assuradeuren en specialisten. Wie dringend geholpen moet worden, gaat op zoek naar een oplossing. Dat betekent in de praktijk mogelijkerwijs dat patiënten zelf diep in hun zakken moeten tasten, om de zorg te krijgen waarvoor zij al premie hebben betaald. Ook ontstaat daarmee een bijzonder pijnlijke situatie. Je betaalt voor zekerheid, maar moet alsnog geld achter de hand houden, in geval die zekerheid niet wordt waargemaakt. De verzekerde loopt dus het risico tweemaal te moeten betalen, namelijk eerst via de premie en vervolgens ook nog uit eigen middelen, wanneer de dienstverlening wegvalt. Natuurlijk biedt het SZF wel de mogelijkheid om een deel van het geld, achteraf te declareren. Maar wat als de patiënt het niet eens op zak heeft om vooruit te betalen? Het SZF moet beseffen, dat het als staatsinstelling een zware verantwoordelijkheid draagt. Het kan niet volstaan met het voeren van gesprekken, of het oplossen van geschillen achteraf. Er moeten structurele waarborgen komen, die voorkomen dat verzekerden telkens de dupe worden van conflicten met zorgverleners. Het fonds moet duidelijke afspraken maken over tijdige betalingen, geschillenbeslechting en de voortzetting van een zeer noodzakelijke medische dienstverlening. Er moeten bovendien noodvoorzieningen zijn wanneer de samenwerking met een specialist of ziekenhuis wordt opgeschort. Een verzekerde mag niet afhankelijk zijn van de vraag, of het SZF en een zorgverlener op dat moment met elkaar door één deur kunnen. Wie premie betaalt, moet op zorg kunnen rekenen. Dat is geen gunst, maar een verantwoordelijkheid en garantie die het SZF tegenover zijn verzekerden heeft. Zolang die garantie ontbreekt, blijft iedere SZF-verzekerde kwetsbaar op precies het moment waarop hij bescherming, het hardst nodig heeft.


