De illegale goudwinning langs de Lawarivier aan de grens met Frans-Guyana vormt een groeiende bedreiging voor het leefgebied van de Wayana. In het afgelegen gebied rond Kawemhakan, rukken goudzoekers steeds verder het regenwoud in. Daarbij verdwijnen grote stukken bos, wordt kwik gebruikt bij de goudwinning en nemen conflicten tussen mijnwerkers, handelaren en lokale gemeenschappen toe. De Surinaamse overheid heeft er volgens bewoners nauwelijks grip op. Dat blijkt uit een onderzoek van het internationale platform Mongabay, dat het gebied bezocht en sprak met het Wayana-opperhoofd Ipomadi Toko Pelenapïn, zijn familie, mijnwerkers en vertegenwoordigers van de Mulokot Foundation. Volgens het onderzoek wordt door een netwerk van lokale en buitenlandse mijnwerkers, handelaren en ondernemers, goudhandel in het grensgebied bedreven. Een deel van de activiteiten vindt plaats buiten het bereik van effectief overheidstoezicht. De omvang van de ontbossing is aanzienlijk. Volgens een analyse van het Monitoring of the Andean Amazon Project (MAAP), onderdeel van de organisatie Amazon Conservation, ging tussen 2021 en 2024 ongeveer 25.000 hectare bos verloren in het grensgebied met Frans-Guyana. In het daaropvolgende jaar kwam daar nog minstens 2.800 hectare bij.
Voor de Wayana heeft de ontwikkeling directe gevolgen. De gemeenschappen zijn voor hun voedselvoorziening onder meer afhankelijk van jacht en visserij. Door de mijnbouw worden hun leefgebieden aangetast en neemt de beschikbaarheid van dieren af. Ook het gebruik van kwik brengt gezondheidsrisico’s met zich mee.
Bovendien beschikken de inheemse gemeenschappen nog altijd niet over formele grondenrechten die hun voorouderlijk gebied juridisch kunnen beschermen.
Opperhoofd probeert controle te behouden
In Kawemhakan speelt het opperhoofd een belangrijke rol bij het reguleren van de toegang tot het gebied. Mijnwerkers die er activiteiten willen ontplooien, moeten rekening houden met zijn toestemming. Pelenapïn vraagt onder meer naar vergunningen en concessies en heeft in bepaalde gevallen, mijnbouwactiviteiten verboden. Ook kan hij mijnwerkers de toegang tot de lokale landingsbaan ontzeggen. Maar zijn positie staat steeds meer onder druk. Het aantal mijnwerkers en handelaren is de afgelopen jaren toegenomen. Zij beschikken volgens bewoners vaak over meer financiële middelen en wapens dan de lokale bevolking. Daardoor wordt het moeilijker voor de Wayana om hun gezag over het gebied te handhaven. Daarnaast worden concessies vanuit Paramaribo soms verleend in delen van het voorouderlijk grondgebied, zonder dat de betrokken gemeenschappen vooraf worden geraadpleegd.
Het opperhoofd komt daardoor in een moeilijke positie terecht: hij moet rekening houden met de belangen van zijn gemeenschap, terwijl mijnbouwbedrijven zich op officiële vergunningen kunnen beroepen. Tegenover Mongabay stelde Pelenapïn, dat hij weinig invloed heeft op besluiten die vanuit de hoofdstad worden genomen.
Goudhandel reikt tot Paramaribo
De mijnbouwactiviteiten staan niet op zichzelf, maar maken deel uit van een handelsketen die tot Paramaribo reikt. Langs de Lawarivier bevinden zich winkels die niet alleen levensmiddelen verkopen, maar ook brandstof, generatoren, waterpompen en ander materieel voor de mijnbouwsector. Sommige handelaren kopen bovendien goud rechtstreeks in en betalen daarvoor in euro’s of Amerikaanse dollars. Het goud wordt vervolgens naar Paramaribo gebracht, waar particuliere ondernemingen en tussenpersonen het verder verhandelen. Een aanzienlijk deel komt volgens Mongabay terecht bij Kaloti Suriname Mint House, dat verwerkingsfaciliteiten bezit en gezamenlijk eigendom is van de Surinaamse overheid, lokale goudhandelaren en een conglomeraat uit de Verenigde Arabische Emiraten. De publicatie beschrijft ook de spanningen rond de familie Spence, die volgens getuigen en betrokkenen jarenlang actief was in de mijnbouwsector in het gebied. De familie zou na de coronapandemie, andere mijnwerkers hebben afgeperst en daarbij wapens en bodyguards hebben ingezet. Na klachten van mijnwerkers werd in 2023 een bijeenkomst gehouden met het opperhoofd. Sindsdien is de familie volgens bewoners, niet meer in het gebied gezien. Verschillende ondernemingen die met de familie in verband worden gebracht, zijn nog steeds geregistreerd. Een mijnbouwconcessie van 10.000 hectare, die in 2024 aan Mine Rehab werd toegekend, kwam in 2025 in handen van het Canadese exploratiebedrijf Founders Metals. Het bedrijf verklaarde tegenover Mongabay, dat het zich nog in een vroege onderzoeksfase bevindt en geen mijnbouwactiviteiten op het terrein uitvoert.
Gebrek aan grondenrechten blijft knelpunt
Naast de druk van de goudwinning, kampen de Wayana met een langdurig gebrek aan erkenning van hun traditionele grondgebied. Suriname is volgens Mongabay, het enige land in Zuid-Amerika dat de voorouderlijke landrechten van inheemse gemeenschappen nog niet wettelijk heeft vastgelegd. Wetgeving hierover is al jaren onderwerp van discussie, ondanks een uitspraak van het Inter-Amerikaans Hof voor de Rechten van de Mens uit 2007 waarin Suriname werd opgedragen, de rechten van inheemse gemeenschappen te erkennen. De Mulokot Foundation ondersteunt de Wayana bij het in kaart brengen van hun grondgebied en het volgen van ontbossing en mijnbouwactiviteiten met behulp van satellietbeelden. Ook wordt gewerkt aan initiatieven om onderwijs en economische mogelijkheden buiten de goudsector te ontwikkelen. De stichting wil onder meer het onderwijsprogramma in Kawemhakan nieuw leven inblazen, zodat jongeren meer kansen krijgen op werk buiten de mijnbouw. Voor de Wayana staat daarmee veel op het spel. Zonder wettelijke bescherming van hun grondgebied en effectieve controle op de mijnbouw dreigt de druk op hun leefomgeving verder toe te nemen. Zoals Marciano Pelenapïn, de zoon van het opperhoofd, tegenover Mongabay verwoordde: als de mijnbouw niet stopt, zal hun gebied er in de toekomst niet meer hetzelfde uitzien.
Bron: Mongabay.

